Van vader op zoon. Opkomst en teloorgang van het premiersgeslacht Heemskerk

Jan Heemskerk (1818-1897)

Jan Heemskerk (1818-1897) en zijn zoon Theodorus Heemskerk (1852-1932) zijn twee boegbeelden uit de vaderlandse politieke geschiedenis. Jan was twee maal premier van Nederland en Theodoor een maal. Theodoor kreeg een zoon, Frits (1896-1962), die advocaat werd, maar allerminst een boegbeeld was. Integendeel. Zijn leven was een aaneenschakeling van alcoholverslavingen, depressies, zakelijke mislukkingen en ziektes. Uiteindelijk maakte hij in 1962 een eind aan zijn leven. Frederik Heemskerk, een zoon van Frits, werd nieuwsgierig naar dit ‘Verfall einer Familie’ en besloot op onderzoek uit te gaan.

Thorbeckes kwelgeest

In zo’n 250 bladzijden schetst hij het verhaal van (de ondergang van) zijn familie, een verhaal dat begint met de patriarch Jan Heemskerk. Jan werd geboren als enig kind in een gegoed burgermansmilieu. Zijn vader was zakenman en zijn moeder was de begaafde dochter van een dominee die veel invloed had haar op haar zoon. Jan Heemskerk bleek een wonderkind. Op zijn 13e jaar bezocht hij de voorganger van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde cum laude als jurist, in 1859 werd hij lid van de Tweede Kamer om snel minister te worden. Zijn eerste ministerschap was echter geen onverdeeld succes. Hij maakte ruzie met mensen met wie hij het niet eens was, was te onervaren om politieke situaties goed in te schatten en liet zich vaak meeslepen door zijn emoties. Hij trok zich zakelijke kritiek persoonlijk aan. Daarnaast kreeg hij het met de invloedrijke Thorbecke aan de stok. Toen hij wat meer ervaring kreeg, en nog een keer minister werd, ontving hij steeds meer waardering. Hij werd alom geprezen om zijn staatsmanschap, zijn werkkracht en scherpe oordeel. Zijn houding ten opzichte van Thorbecke bleek echter onveranderd. Zo verhinderde hij dat er een standbeeld voor Thorbecke in Den Haag werd opgericht en ook het borstbeeld van Thorbecke verdween uit het Torentje.

In 1846 trouwde hij met zijn nicht Anna Maria Heemskerk. Ze kregen acht kinderen en het huwelijk was gelukkig te noemen. Hoe druk Jan het ook had, hij maakte altijd tijd vrij voor zijn kinderen. Hij nam actief deel aan de opvoeding en als hij naar het buitenland ging nam hij zo vaak als het kon zijn gezin mee. Jan stierf in het harnas, in 1897.

Theodoor Heemskerk (1852-1932)

Scenes uit een huwelijk

Theodoor was de derde zoon van Jan. Aanvankelijk zouden zijn twee oudste broers, Adriaan en Bram rechten studeren en zou Theodoor naar Delft gaan, maar toen Bram aan tyfus overleed werd ook van Theodoor verwacht dat hij rechten zou gaan studeren. Hij studeerde af in 1875, promoveerde, en trouwde in 1881 met Marie Hartsen, ondanks bezwaren van haar vader, die het huwelijk nog wel een jaar uit wist te stellen. Het paar kreeg drie kinderen maar in 1886 overleed Marie aan TBC. Een paar jaar later ontmoette hij tijdens een vakantie in Duitsland Lydia Zaremba. Hij vroeg haar –enigszins impulsief – ten huwelijk. Zij was 17 jaar jonger dan hij en was van Pools-Russische afkomst. Al na een paar jaar bleek Lydia zeer ongelukkig. Ze kon niet aarden in het Haagse milieu. Haar man was – anders dan zijn vader – zes dagen van de week van huis. Uit het huwelijk met Lydia werden twee kinderen geboren: Dé en Frits. Volgens de latere getuigenissen van haar kinderen, was Lydia bepaald geen warme vrouw en geen goede moeder.

Net als zijn vader werd Theodoor snel actief in de politiek. Rond 1880 trad Theodoor toe tot de rechtzinnige vleugel van de Nederlands-Hervormde kerk. Hij sloot zich aan bij de Anti-Revolutionaire partij van Abraham Kuyper. Aanvankelijk konden de mannen het goed vinden, maar ze kwamen hevig in botsing toen Heemskerk in 1907 gevraagd werd een kabinet te formeren waar Kuyper geen deel van uitmaakte. Toen het kabinet er kwam, ondanks Kuypers tegenwerking, werden zij net zulke gezworen vijanden als Thorbecke en Jan Heemskerk.

Theodoor had, net als zijn vader, geniale trekken, maar anders dan zijn vader, was hij geen harde werker en hij had een minder standvastig karakter. Hij bezat wel een groot gevoel voor humeur, waarmee hij vaak wist te camoufleren dat hij zich niet goed had voorbereid. In tegenstelling tot zijn vader wist Theodoor zijn familieleven niet te combineren met zijn politieke carrière. Hij kon niet tegen het impulsieve karakter van Lydia op en liet de kinderen maar aan haar over.

Net als zijn vader overleed Theodoor plotseling. Hij was op reis naar Duitsland maar moest in Utrecht in het ziekenhuis worden opgenomen waar hij tevergeefs werd geopereerd. Hij stierf in 1932, op 79-jarige leeftijd.

Opvoeding of de genen?

In het derde deel van de biografie beschrijft Frederik het moeizame leven van zijn vader, die – natuurlijk – rechten ging studeren maar last had van depressies. Ook twee andere kinderen van Theodoor hadden daar last van en de andere twee worstelden met het leven. De auteur laat in het midden of het een rechtstreeks gevolg is geweest van de opvoeding van hun ouders, of dat erfelijkheid een rol speelde. Wel maakt hij duidelijk dat Frits last heeft gehad van het ‘zoon-van-syndroom’. De schaduw van zijn vader en grootvader hing als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd.

Hoewel Frits last had van enorme woede-uitbarstingen kon hij af en toe toch een goede vader voor de kinderen zijn. Dit is volgens de auteur een reden dat hij en zijn broer en zus betrekkelijk ongeschonden uit de strijd zijn gekomen.

Als lezer krijg je met dit prettig geschreven boek niet alleen een doorkijkje in het privéleven van twee belangrijke mannen uit de Nederlandse geschiedenis. Je krijgt ook inzicht in hoe politieke beslissingen beïnvloed worden door privéperikelen en door de persoonlijkheid van de protagonisten. In de vete die ontstond tussen Kuyper en Theodoor heeft Lydia bijvoorbeeld zeker een rol gespeeld maar ook de persoonlijkheid van Theodoor, die niet kon snappen dat hij Kuyper beter persoonlijk kon benaderen en begrip moest tonen voor zijn gekrenkte gevoelens. In plaats daarvan bestookte hij Kuyper met brieven waarin hij rationeel uiteen probeerde te zetten waarom hij goed gehandeld had.

Als zoon, kleinzoon en achterkleinzoon van deze mannen is Frederik er uitstekend in geslaagd om een levendig portret te schetsen van zowel zijn familie als het politieke klimaat van die tijd.

Van vader op zoon. Opkomst en teloorgang van het premiersgeslacht Heemskerk
Frederik Heemskerk
Uitgeverij Boom
ISBN 9789024431397
Verschenen februari 2020

Bestelinformatie


Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)

2 REACTIES

  1. Veel dank voor deze uiterst positieve reactie op mijn boek!
    Kleine kanttekening: in de eerste al. (pal onder het schilderij van Jan H.) wordt mijn grootvader tweemaal aangeduid met: Frederik. Dat moet natuurlijk zijn: Theodoor.
    Met vriendelijke groet,
    Frederik Heemskerk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here