Paulus volgens Fik Meijer

Fik Meijer (1942), emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis, moet één van de productiefste classici van Nederland zijn; hij schreef meer dan dertig boeken. Recentelijk nog De Middellandse zee (2010), Sail Rome! (2010), De hond van Odysseus (2009) en Bejubeld en Verguisd. Helden en Heldinnen in de Oudheid (2008). De laatste tien jaar is hij zich meer gaan richten op het introduceren van de oudheid bij een breed publiek. Hij doet dit met verve, ook als spreker in de media of bij de academiereizen van NRC Handelsblad; zijn colleges zijn op dvd verkrijgbaar.

Meijer kon voor Paulus, Een leven tussen Jeruzalem en Rome voortborduren op eerder eigen werk: in 2000 verscheen van hem Paulus’ zeereis naar Rome: een reconstructie en hij vertaalde met classicus Marinus Wes (1939-2008) het werk van de Joods-Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus.

Uit Meijers nieuwste boek wordt één ding duidelijk: dat Paulus na zijn dood zou uitgroeien tot één van de grondleggers van het christendom is in zijn eigen tijd niet te voorzien geweest. Paulus werd geboren als Saulus, ergens tussen 6 vóór en 15 na Christus, in Tarsus, een stad in het huidige Turkije. Een andere mogelijkheid is dat hij daar als kind terechtkwam met zijn ouders, Joden met Romeins burgerrecht. Hij trok als jonge man naar Jeruzalem, waar hij zich aansloot bij de farizeeën, een religieuze hoofdstroming binnen het jodendom. Saulus moet niets hebben van het ontluikende christendom, dan een joodse sekte, en vervolgt zelf christenen. Op een dag ziet hij echter – volgens de bronnen letterlijk – het licht en maakt een radicale ommezwaai. Hij wordt christen; hij wordt Paulus. Hij begint met het bekeren van Niet-Joden, maar lijkt daarin maar matig succesvol. Aan het einde van zijn leven reist hij naar Rome, waar hij wordt gevangengezet en waar hij sterft.

Tot zijn bekering is zijn verhaal weinig opzienbarend voor een jongeman die in een Griekse provinciestad is opgegroeid met Romeins burgerrecht. Hij gaat op zoek naar zijn wortels, zoals er wel meer deden, en sluit zich aan bij een relatief open stroming. Saulus’ groeiende religieuze fanatisme vergelijkt Meijer met Amerikanen die hun religieuze wortels komen ontdekken in Israël en zich ‘joodser dan joods’ gaan gedragen.

Maar er knaagt iets. Als Paulus geïntrigeerd was geraakt door het christendom, maakt Meijer duidelijk, had hij het door zijn periode bij de farizeeën onmogelijk gemaakt om zich bij hen aan te sluiten: hij zou te zeer gewantrouwd worden. Daarbij was hij ambitieus: hij wilde een centrale positie innemen in het nieuwe geloof. Waar moest hij de autoriteit vandaan halen? Een visioen op de weg van Jeruzalem naar Damascus bood uitkomst.

Paulus blijft een moeilijk te begrijpen figuur. Dat begint met de onzekerheid over zijn geboortejaar: Meijer argumenteert dat Paulus was geboren vóór zijn ouders naar Tarsus kwamen. In deze optiek is hij bij aanvang van zijn tweede zendingsreis een vijftiger; hij heeft dan nog nog twintig jaar bepreking te gaan. Bovendien heeft hij een voorkeur voor voetreizen door onherbergzaam gebied. Meijer meldt dat Paulus periodes van ziekte heeft gekend. Daarnaast heeft hij herhaaldelijk opstootjes en tumult veroorzaakt, zodat hij meer dan eens halsoverkop moest vertrekken.Paulus moet een behoorlijk eigengereide persoonlijkheid zijn geweest, gedreven maar ook star. Hij krijgt het na zijn bekering al snel aan de stok met de Joodse christenen in Jeruzalem. Zijn keuze om juist Niet-Joden te bekeren tot het christendom moet ook in dit licht gezien worden, suggereert Meijer. Ook hier is een wonder de rechtvaardiging: volgens Lukas krijgt Paulus na zijn bekering in een ander visioen de specifieke opdracht om heidenen te gaan bekeren.

Iemand die het bronnenmateriaal met een rationele blik leest, zal geneigd zijn om Paulus’ gedrag pathologisch te duiden: wat mankeert deze man? Meijer haalt hersenonderzoeker Dick Swaab aan, die Paulus ziet als een ‘patiënt met epilepsie in de temporaalkwab van de hersenen.’ Meijer zelf schetst Paulus als een man met een blinde ambitie. Hij wil zichzelf profileren als apostel, minimaal Petrus’ gelijke. Zijn gedrevenheid resulteert in een ongelooflijke vasthoudendheid, maar ook in drammerigheid en een reeks conflicten.

De historische bronnen zijn echter beperkt en sterk gekleurd. Er is te weinig over Paulus bekend om rechtstreeks meer over zijn karakter en motivatie te weten te komen. De achterflap van het boek zet dan ook bescheidener in, en belooft dat Meijer door de bronnen uit de bijbel te combineren met zijn kennis van de oudheid in staat is leven en werk in de context van de Grieks-Romeinse wereld te presenteren. Dat klopt in die zin dat de lezer veel te weten komt over reizen, Romeins staatsburgerschap en natuurlijk het christendom in de tijd van Paulus. Maar daarmee wordt het beeld van Paulus nog niet veel scherper. De persoon is misschien eenvoudigweg niet uit de beschikbare bronnen op te diepen zonder tot fictie te vervallen.

Zo wordt Meijers sterke punt een valkuil: de verspreiding van het vroege christendom lijkt soms wat plichtmatig afgehandeld, terwijl het culturele erfgoed van het middellandse zeegebied, waar mogelijk, breed wordt uitgemeten. Zo schetst Meijer historische achtergronden van veel steden die Paulus aandoet, terwijl zijn activiteiten nogal repetitief beschreven worden: hij preekt, bekeert, veroorzaakt irritatie en moet vertrekken. Bij gebrek aan beter moet het schaarse bronnenmateriaal bovendien nogal grondig worden geïnterpreteerd. Als Meijer schrijft over Paulus’ eigenlijke leven – hoe hij in zijn levensonderhoud voorziet, waarom hij ondanks zijn gebrekkige succes volhardt – baseert hij zich vaak op closereading van bijbelpassages. Het boek mist de rijkweidte om elke interpretatie te verantwoorden ten opzichte van de actuele wetenschappelijke discussie. Dat leest wel zo vlot, maar het is ook een gemis. Meijer heeft nogal de gewoonte om zijn eigen interpretatie, na deze eerst als dusdanig kenbaar te maken, de rest van het boek te presenteren als een gegeven.

Voor de geïnteresseerde leek is het boek door de herhalingen in Paulus’ zendingsreizen aan de taaie kant. Meijers enthousiasme is echter veel duidelijker terug te zien in zijn beschrijvingen van steden zoals Athene, Efeze en Korinte en havens, zoals die van Caesarea, en hun rol in de loop van de geschiedenis. Hij heeft oog voor sappige anekdotes; zo schetst hij in een paar zinnen het roerige leven van Bernice, zus en partner van Agrippa II, achterkleinzoon van Herodes.

Het meest op dreef is hij bij zijn beschrijving van Paulus’ zeereis naar Rome – niet toevallig het onderwerp waar hij in 2000 al een boek aan wijdde – en met name de specifiek nautische aspecten. Meijer bedient zich zo nu en dan van even onbegrijpelijk als evocatief zeemansjargon als ‘met de kop op zee bijliggen’ en ‘de tros in de boot opschieten’. Hij lijkt het bijna jammer te vinden dat Paulus een heldenrol kreeg toebedeeld in dit zeeverhaal.

Na alle details, waarbij de lezer bij wijze van spreken het schuim hoort klotsen, is Paulus’ aankomst in Rome weer gehuld in nevelen. Hij werd er formeel heen gebracht als gevangene. Waarom horen we niets over een proces en mocht hij vrij door de stad bewegen? Meijer oppert een aantal uiteenlopende mogelijkheden met betrekking tot Paulus’ laatste jaren. Het betoog is daar dan weer in zulke grote stappen opgezet, dat het echt moeilijk is om de speculatieve onderdelen eruit te filteren. Dat wordt pas duidelijk wanneer Meijer zijn reconstructie van Paulus’ laatste jaren besluit met: ‘Maar het kan ook heel anders zijn gegaan. We zullen het nooit weten.’

Het boek heeft plattegrondjes van de regio, een tijdslijn, foto’s, schilderijen, een bibliografie, 106 noten, een register van bronnen, maar geen index. Dat laatste was geen overbodige luxe geweest: veel plaatsnamen en personen komen meerdere keren terug in het boek. De foto’s zijn aardig. Het zijn zwart-witfoto’s van archeologische locaties, opgenomen tussen de lopende tekst. In het midden is een katern met kleurenafbeeldingen van Paulus’ nachleben opgenomen: schilderijen die hem honderden jaren na dato als stralend middelpunt van het geloof afbeelden. Deze schilderijen zijn mooi en interessant, maar omdat ze in feite amper betrekking hebben op de historische Paulus of zijn tijd is het niet duidelijk wat de toegevoegde waarde is.

Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat Meijer een moeizame verhouding met zijn onderwerp heeft: hij omschrijft hem als een ‘man Gods die zijn eigen weg gaat en iedereen zijn wereld wil opdringen.’ Paulus blijft een vreemde. In Paulus’ wereld daarentegen is Meijer als een vis in het water.

Paulus. Een leven tussen Jeruzalem en Rome
Fik Meijer
Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
ISBN 9789025370091
Verschenen oktober 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,95)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here