Nieuwe biografie van Jozef Stalin

In de avond van 1 maart 1953 merkten de lijfwachten – 335 in getal – dat er iets niet pluis was in de datsja van Jozef Stalin. Het licht bleef uit, het avondeten werd niet opgediend, er vond geen beweging plaats. Niemand durfde actie te ondernemen. Dat gebeurde pas de volgende ochtend, toen de post gearriveerd was. Eindelijk hadden ze een excuus om zijn privévertrekken te betreden. Ze vonden Stalin in de kleine eetkamer. Hij had het in zijn broek gedaan en was zijn spraakvermogen kwijt. De lijfwachten zaten in hun maag met deze aanblik; het zou weleens tegen hen gebruikt kunnen worden, getuigen werden vroeg of laat opgeruimd. Eén van hen belde staatsveiligheidsminister Semjon Ignatjev op, om zijn instructies te horen. Ignatjev had geen instructies. Hij wilde niet de verantwoordelijkheid nemen in een situatie die op dat moment nog uiterst precair was. Wanneer Stalin zou herstellen, zou zoveel eigen initiatief hem weleens de kop kunnen kosten. Ignatjev lichtte Beria en Malenkov in. Zij moesten de hete kolen maar uit het vuur halen. De vertrouwelingen van Stalin haalden er ten langen leste een arts bij, maar ook die had niet de moed om medische bijstand te verlenen. Tijdens het artsencomplot, drie maanden eerder, werden negen collega’s ter dood veroordeeld, omdat ze twee prominente leden van de Communistische Partij zouden hebben omgebracht. Het was het laatste showproces dat de achterdochtige dictator, geïnspireerd door zijn slechte gezondheid, in scene had gezet. Vakbroeders spraken op 3 maart het verlossende woord. Stalin was getroffen door een hersenbloeding en lag op sterven. Malenkov vroeg de artsen zijn leven zo lang mogelijk te rekken, want over een opvolger had Stalin niet nagedacht. De gedoodverfde kroonprins, Molotov, was vanwege zijn Joodse echtgenote in diskrediet geraakt en uit het presidium gezet. In het Kremlin durfde de partijtop, gesteund door de diagnose van de artsen, eindelijk besluiten te nemen over het machtsvacuüm dat was ontstaan. Malenkov kreeg de titel van voorzitter van de Raad van Ministers toebedeeld, Chroetsjov werd als secretaris van het Centraal Comité aangesteld. Op 4 maart meldde de Pravda dat de generalissimo – de eretitel die Stalin pas na de capitulatie van Duitsland durfde te accepteren – ernstig ziek was. Zijn dochter Svetlana was getuige van zijn doodsstrijd. Op 5 maart 1953, tien uur ’s avonds, sloeg hij nog eenmaal de ogen open, keek de aanwezigen ontzet aan, hief dreigend zijn linkerarm op en stierf.

Stalin in 1894, 1900 en 1943

Beroepsrevolutionair

Oleg Chlevnjoek stelt in zijn biografie van Jozef Stalin de laatste levensdagen van de dictator centraal. De besluiteloosheid, angst en dienstklopperij zijn tekenend voor het schrikbewind dat Stalin bijkans dertig jaar heeft gevoerd. Tegelijkertijd nodigt dat sterfbed tot bespiegelingen uit over het medische dossier van Stalin, de verhouding tot zijn echtgenotes en kinderen, en de informele bijeenkomsten in zijn datsja, waar onder het genot van een film of drankgelag staatszaken besproken werden. Die hoofdstukken worden afgewisseld met de chronologische levensgeschiedenis van Ioseb Dzjoegasjvili, want onder die naam is Jozef Stalin volgens het bevolkingsregister van het Georgische stadje Gori op 6 december 1878 geboren. Zijn jeugd, waarover weinig bekend is, zou hardvochtig zijn geweest. Zijn vader, een alcoholicus, mishandelde hem en liet het gezin vroegtijdig in de steek. Dat ongelukkige begin zou een pathologische verklaring kunnen zijn voor zijn wraakzuchtige en meedogenloze inborst. Recente biografieën, ook deze, relativeren de armzalige jongelingsjaren van Stalin. Hij was als enige zoon van geletterde ouders vrij bevoorrecht. Zijn moeder stelde hem in staat te studeren, aan de theologische school in Gori en het seminarie in Tiflis. Daar ontwikkelde Ioseb Dzjoegasjvili zich tot een modelleerling, voorbestemd om priester te worden, totdat hij onder invloed van medeseminaristen zich voor het socialisme begon te interesseren. Na zijn studententijd aan het seminarie brak een periode van illegaliteit, detentie en ballingschap aan, die tot de Februarirevolutie van 1917 zou duren. Aanvankelijk stelde hij zich als beroepsrevolutionair gematigd op, maar geleidelijk aan bekeerde hij zich tot de harde lijn van Lenin en omhelsde hij het wereldbeeld van de klassenstrijd dat hij zijn leven lang trouw zou blijven. Als commissaris van Tsaritsyn ontpopte hij zich na de Oktoberrevolutie als een hardliner die massa-executies organiseerde onder de “bourgeoisie en haar agenten”. Het dankbare vaderland herdoopte de stad tot Stalingrad.

Klassenstrijd

Klassenstrijd, dat was het centrale begrip in het denken van Stalin en bepaalde zijn doen en laten. De machtsstrijd met Trotski en andere bolsjewisten van het eerste uur, de ontbinding van het collectieve leiderschap in het begin van de jaren dertig, de afgrijselijke hongersnood als gevolg van de collectivisatie van de landbouwsector waren in de ogen van Lenins troonopvolger slechts rimpelingen in de geschiedenis, contrarevolutionaire krachten die meedogenloos neergeslagen moesten worden. De naar schatting 5 à 6 miljoen slachtoffers van de hongersnood van 1932-1933 waren het zoenoffer voor de dictatuur van het proletariaat, waarvan Stalin zichzelf de verpersoonlijking zag. Zo ook die van de Grote Terreur, die in 1937 in gang werd gezet. De massale zuivering van de “anti-Sovjetgezinde elementen” en hun clientèle, en de zogeheten “nationaliteitenoperaties”, etnische zuiveringen van onder andere Polen, Duitsers en Roemenen die zich in de Sovjet-Unie ophielden, zouden zijn ingegeven door een pathologische, paranoïde geest. Maar er is ook het politieke aspect. Pas toen werd de alleenheerschappij van de Georgische schoenmakerszoon gevestigd en bestendigd. De oude partijtop maakte veelal plaats voor een jongere garde, lieden als Lavrenti Beria (1899-1953), Georgi Malenkov (1902-1988) en Nikita Chroetsjov (1894-1971). Het politbureau werd teruggebracht tot vijf vertrouwelingen, die geheel in het gareel van Stalin liepen.

Verschroeide aarde

Tijdens de Finse oorlog in 1939 bleek hoe rampzalig de Grote Zuivering voor het staatsbestel is geweest. Ook in de legertop had Stalin flink huisgehouden. Na de inval van de Duitsers op 22 juni 1941 werd de incompetentie van het officierskorps van het Rode Leger alleen maar bevestigd. De eerste maanden van de oorlog verliepen rampzalig. Op 1 januari 1942 stond de teller op 4,5 miljoen militairen van het Sovjetleger die gedood, verwond of krijgsgevangen waren genomen. Stalin was nog de meest zwakke schakel in de verdediging van het moederland. Hij werd totaal overrompeld door Operatie Barbarossa en kon niet geloven dat Hitler daarvoor het groene licht had gegeven. Hij vermoedde een complot van de generaals tegen de Führer waarmee hij op 23 augustus 1939 een pact had gesloten. “Lenin heeft ons een grootse erfenis nagelaten. Wij, zijn erfgenamen, hebben die compleet verkloot,” liet hij zich tegenover Anastas Mikojan ontvallen, op dat moment nog een van zijn vertrouwelingen. Daarna stortte hij in en trok hij zich terug op zijn landgoed. Het kon hem, aldus Vjatsjeslav Molotov, “geen moer meer schelen.” Het was zijn Minister van Buitenlandse zaken die met het voorstel kwam een Staatsdefensiecomité op te richten, wat in feite een terugkeer inhield naar het collectieve leiderschap. Stalin stemde toe, maar wat blij dat zijn vertrouwelingen niet gekomen waren om hem te vermoorden, zoals hij bij hun onaangekondigde bezoek had gevreesd. In zijn radiotoespraak van 3 juli 1941 was hij buitengewoon openhartig. Het was er op of er onder voor het Russische volk. Hij erkende zijn tekortkomingen als militair strateeg en gunde zijn stafgeneraal, Georgi Zjoekov, zijn heldenrol bij Stalingrad en in de slag om Koersk, het keerpunt in de oorlog. Tijdens zijn eerste ontmoeting met Roosevelt in Teheran op 28 november 1943 drong hij aan op het openen van een tweede front door de westerse bondgenoten. Dat zou pas, tot zijn grote teleurstelling, een jaar later gebeuren. Na de ineenstorting van het Derde Rijk riep het leiderschap van Stalin in de eerste oorlogsmaanden de nodige vragen op. Pas toen kwam hij met de tactiek van de verschroeide aarde die hij in de geest van Michail Koetoezov, de bedwinger van Napoleon, als hoogste bevelhebber zou hebben gehanteerd.

Generalissimo

Na de capitulatie van het naziregime herstelde Stalin de vooroorlogse gezagsverhoudingen van weleer. Vooral Zjoekov, de held van de Grote Vaderlandse Oorlog, moest het ontgelden. Hij had zich schuldig gemaakt aan het “verlies van elke vorm van bescheidenheid en het blind volgen van persoonlijke ambitie.” De maarschalk werd gedegradeerd. De wijze waarop Molotov binnenskamers op zijn nummer werd gezet, is symptomatisch voor de klassieke verdeel-en-heerspolitiek waarmee Stalin zijn dictatorschap veilig stelde. Hij regeerde met stroop en azijn of, zoals de Russen zeggen, “de knoet en de peperkoek”. Toen de wereld het fenomeen van de Koude Oorlog leerde kennen, was Stalin weer de oude. Het platteland moest wederom de megalomane projecten financieren, zoals de bouw van waterkrachtcentrales, onderzeetunnels, kanalen en spoorlijnen, die veelal tot stand waren gekomen met de hulp van dwangarbeid. Een hongersnood dreigde in 1953. De dood van Stalin kwam als geroepen.

Stalin. De biografie van Oleg Chlevnjoek is in de beschouwelijke hoofdstukken, gecentreerd rond de laatste levensdagen van Stalin, het spannendst. Daarin leren we een glimp van de beweegredenen van de vjdozi (leider) kennen. Voor de chronologische hoofdstukken blijft er daardoor weinig ruimte over. In feite is deze biografie van om en nabij de vijfhonderd pagina’s vrij beknopt. Slechts in de nuance voegt zij nieuwe inzichten toe aan het gangbare beeld van Stalin. Wel schrijft Chlevnjoek met het nodige gogme, wat zijn boek bijzonder leesbaar maakt. Stalin. De biografie is een welkome inleiding op de geschiedenis van een van de grootste massamoordenaars van de twintigste eeuw.

Stalin. De biografie
Oleg Chlevnjoek
Nieuw Amsterdam
ISBN 9789046818404
Verschenen in juni 2015

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 39,99)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 19,99)

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here