Mark Rutte. Opgeruimde tuimelaar

Mark Rutte biografieportaal
Fotograaf Nick van Ormondt

Toen journalist Sheila Sitalsing aan haar portret over Mark Rutte begon, zo vertelt ze in de verantwoording van haar boek, diepte ze een speelgoedtuimelaar van haar dochtertje op uit een mand: “Hoe vaak en hoe hard je er ook tegenaan slaat, altijd eindigt hij weer rechtop, onder vrolijk getingel. Irritant getingel ook.” Hiermee vat ze het beeld dat ze in Mark van onze premier schetst kernachtig samen: een vrolijke tuimelaar, op het irritante af.

Rutte start zijn politieke loopbaan eind jaren tachtig bij de JOVD, de jongerenorganisatie van de liberalen. Het is een belangrijke leerschool: hij leert er ‘praten en paaien’ en spreken in het openbaar. Hij bouwt er aan een machtsbasis binnen de partij en hij leert er Ivo Opstelten kennen. Deze oudgediende ziet Ruttes talent en helpt hem aan een plaats in het partijbestuur. Ruttes politieke loopbaan passeert vervolgens de revue: een zondagskind dat achtereenvolgens staatssecretaris wordt op Sociale Zaken en op Onderwijs. Vervolgens het partijleiderschap, de machtsstrijd met Verdonk, en als kroon op het werk het premierschap. Echte nieuwe inzichten levert het allemaal niet op.

Sitalsing is het best op dreef in haar trefzekere typeringen van Rutte, met name in het openingshoofdstuk en in het hoofdstuk ‘Mark groet de dingen’: hoe hij ‘sfeer maakt’, de ‘functionele naïviteit’ en onbevangenheid waarmee hij mensen tegemoet treedt en inpakt, de wenkbrauwen die bij elke nadruk die hij in zijn woorden legt de hoogte invliegen, hoe hij zich tussen en niet boven de mensen plaatst, hoe hij de dingen klein maakt; levensgevaarlijke terroristen reduceert tot figuren uit een kinderboek door ze als ‘griezels’ en ‘engerds’ te betitelen.

Rutte is immer uitgeslapen en onverstoorbaar. Ook tijdens kabinetscrises slaat hij zijn wekelijkse les maatschappijleer op het Haagse Johan de Wittcollege niet over. Niet zelden staat al een stoet auto’s met draaiende motor voor de deur klaar om hem na de les naar Brussel te brengen voor topoverleg met Merkel. Tegen de achtergrond van al deze gelijkmatigheid en ontspannenheid is het bijzonder dat Sitalsing slechts een bijzin wijdt aan de ‘befaamde woede-uitbarstingen’ van de premier. Waar wordt hij dan boos over? Waar zit zijn achilleshiel? Of is zijn woede net als zijn naïviteit puur functioneel?

Sitalsing beschrijft de premier met de nodige ironie. Bijvoorbeeld als ze vertelt hoe Rutte in campagnetijd en daarbuiten de term ‘hardwerkende Nederlanders’ annexeert en te pas en te onpas gebruikt. In haar beschrijving van Ruttes samenwerking met gedoogpartner Wilders tijdens Rutte I  klinkt de afkeuring door: de premier laat zijn oor teveel hangen naar de PVV-leider en maant zijn bewindslieden regelmatig excuses te maken als ze zich kritisch over Wilders hebben uitgelaten. Over de resultaten van dit kabinet is ze al even smalend: de verhoging van de maximumsnelheid naar 130 als ‘liberale totempaal’.

Het gaat Rutte niet om de inhoud en om de standpunten maar om het proces, zoveel is duidelijk. Ook hier weer de ironie bij zijn biograaf: “Niet dat hij geen opvattingen heeft. Zakken vol. Soms staan ze tijdelijk op zolder, soms zijn ze op aanvraag leverbaar, soms raakt er eentje kwijt.” Als staatssecretaris draait zijn standpunt over sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders binnen enkele dagen 180 graden om een Kamermeerderheid te krijgen. Als hij met Samsom onderhandelt over Rutte II moeten zijn partijgenoten hem tegen zichzelf in bescherming nemen om te voorkomen dat hij teveel weggeeft. In de loop van het boek kan Sitalsing haar ergernis nauwelijks verbergen over de man voor wie elk principe en standpunt inwisselbaar lijkt, zolang er maar een meerderheid gevonden wordt. Daarmee past Rutte overigens wel in zijn tijd, constateert ze. Net als in andere Europese landen brokkelen de oude machtspartijen af en moet in wisselende coalities naar meerderheden gezocht worden. In Rutte I in de wankele gedoogconstructie met de PVV en in Rutte II vooral in de Eerste Kamer waar de VVD-PvdA-coalitie geen meerderheid heeft.

Dit politieke portret is een bevestiging en inkleuring van het beeld dat al over Rutte bestond. Veel vragen blijven onbeantwoord. Hoe vormde zijn jeugd hem? Hij verloor op jonge leeftijd zijn vader en een broer, welke impact had dit? De duiding van zijn vrijgezellenbestaan kapt ze al op voorhand af. Ze zegt de ‘fascinatie voor niet burgerlijke levensstijlen’ niet te delen met haar collega-journalisten in ons land van ‘zelfbenoemde tolerantie’.

Ook de hamvraag blijft eigenlijk onbeantwoord: wat drijft Mark Rutte nu eigenlijk? Hierbij helpt het niet dat Rutte zich niet heeft willen laten interviewen voor dit boek. Hoewel? Wie deze zomer naar de premier bij Zomergasten keek, was uren later evenmin veel wijzer.

Mark. Portret van een premier
Sheila Siltalsing
Prometheus
ISBN 9789044630596
Verschenen in september 2016

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 7,50)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 7.50)

DELEN
Joep Boerboom

Joep Boerboom publiceerde in 2016 een biografie van Jan Terlouw en werkt momenteel aan een biografie van Marcel van Dam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here