Wetenschap in de ivoren toren en het torentje

Pieter Harting (1812-1885)

Hoewel Antonie van Leeuwenhoek al in 1674 door zijn microscoop kleine “dierkens” ontwaarde, duurde het twee eeuwen voordat de microscoop in de biologie een standaardinstrument was geworden. Sterker nog, het idee dat je biologie in het laboratorium kon uitvoeren in plaats van in het veld kreeg pas met het werk van Pieter Harting vorm.

Mannen van de microscoop

Harting is één van de vier mannen die in Robbert-Jan Willes boek Mannen van de microscoop centraal staat. Hij heeft gemeen met de andere drie biografelingen – Ambrosius Hubrecht, Paulus Hoek en Melchior Treub – dat hij zijn wetenschappelijke werk verbond met een politieke agenda. In een interview op Radio 1 noemt Wille de vier mannen ‘hosselaars’. Die term is goed gekozen. Ze wisten alle vier steeds op nieuwe manieren geld en maatschappelijke aandacht te krijgen voor de revolutionaire tak van wetenschap waarmee zij zich bezig hielden: de laboratoriumbiologie.

Hun doel was onder meer het opzetten van ‘stations’ in Nederland en (toenmalig) Nederlands-Indië. Dat waren hutten of gebouwtjes waarin provisorische laboratoria opgezet werden, zodat men onderzoek kon doen in de natuur.

Case in point: Het visserijstation in Den Helder. Zowel in Nederland als in de rest van Noordwest-Europa rees het besef dat de zeeën leeggevist dreigden te raken. Om ervoor te zorgen dat er structureel onderzoek naar mariene biologie mogelijk was, moest er volgens Hoek en Hubrecht een permanent onderzoeksstation in Den Helder komen. Hoek maakte daarvoor handig gebruik van zijn aanstelling als adviseur op het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

Hubrecht, Hoek en Treub, allen leerlingen van Harting, deden tevens veel onderzoek naar de nieuwe evolutietheorie van Charles Darwin. Ze zochten naar manieren om die theorie te bevestigen, onder andere door embryonaal onderzoek te doen – destijds werd gedacht dat de vroege ontwikkeling van organismen licht kon werpen op het ontstaan van complexe dier- en plantensoorten. Ze deden theoretisch onderzoek, maar hielden zich daarnaast bezig met de praktische en economische waarde van biologische wetenschap.

Paulus Hoek (1851-1914), Ambrosius Hubrecht (1853-1915) en Melchior Treub (1851-1910)

Wetenschap en politiek

Het vereist een ingewikkelde balanceeract om wetenschap en politiek te verenigen in een biografie, zeker als je vier personen biografeert. Mannen van de microscoop blijft daardoor bij vlagen hangen op een mesoniveau. Aan de ene kant ontbreekt een narratief op macroniveau dat het werk van de vier biologen in een historische en wetenschappelijke context plaatst. Aan de andere kant ontbreekt het soms aan concrete voorbeelden en praktische details: hoe deed je nu eigenlijk biologisch onderzoek met een microscoop eind negentiende eeuw? Hoe zag het leven van een wetenschapper eruit?

Een goed voorbeeld van dat mesoniveau is bijvoorbeeld deze alinea over Hubrecht:

Hubrecht ging vanaf 1880 naast zijn baan bij het museum doceren als lector en kon nu onderwijservaring opbouwen, handig met het oog op Hartings emeritaat in Utrecht. Dat de academische morfologen vanaf 1880 de met de overheid opgegroeide Hubrecht weer tot de hunnen mochten rekenen was van grote betekenis voor de verhouding tussen de evolutionaire morfologie en de overheid in de jaren tachtig.

Vooral de laatste zin roept veel vragen op. Waarom was het werk van Hubrecht als lector zo belangrijk voor de verhouding tussen de evolutionaire morfologie en de overheid? Waaruit blijkt dat? En hoe stond die verhouding ervoor? Wille gaat hier niet verder op in maar kiest ervoor om uit te wijden over de onderwijspositie zelf.

Voor de lezer is het lastig om de vele interessante punten die Wille aanstipt met elkaar te verbinden. Dat is jammer, want de relatie tussen wetenschap en politiek is een onderbelichte. Wille toont wel aan dat deze verhouding tijdens het fin de siècle een zeer belangrijke is geweest, die doorwerkt in de wetenschap van vandaag de dag.

Mannen van de microscoop. De laboratoriumbiologie op veldtocht in Nederland en Indië 1840-1910
Robbert-Jan Wille
Uitgeverij Vantilt
ISBN9789460043796
Verschenen in februari 2019

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,95)

Koop bij bol.com Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,95)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here