Darwins engelen. Dwarse dames in tijden van onderdrukking

Charles Darwin en Emma Wedgewood
Charles Darwin en Emma Wedgewood

Dat het voor vrouwen niet eenvoudig was om carrière te maken in de tijd vóór het algemeen kiesrecht is wel bekend. Maar hoe zag het bestaan van een vrouw eruit die meer van haar leven wilde maken dan te zorgen voor het gezin? Hoe konden vrouwen hun leven vormgeven als ze door de maatschappij als niet veel meer dan een aanhangsel van hun echtgenoot werden gezien?

In het boek Darwins engelen: vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin komen we een aantal negentiende-eeuwse vrouwen met wetenschappelijke ambities tegen. Feitelijk is het een groepsbiografie, want elk van de tien hoofdstukken behandelt het leven van één wetenschapper, en is geschreven door verschillende mensen. Wat de biografelingen verbindt is dat ze alle tien correspondeerden met de grote bioloog Darwin. Het valt vooral op dat hun levensverhalen enorm van elkaar verschillen, ondanks dat ze allemaal geïnteresseerd zijn in natuurwetenschappen en hun leven op een of andere manier aan dat van Darwin raakt.

Zo ontmoeten we Florence Carolina Dixie, een moedige ontdekkingsreiziger van adel die per pony Patagonië door trekt en auteur is van een utopische feministenroman. We kijken mee over de schouder van Marianne North, een eigenmachtige dame die zich ‘meer op haar gemak voelt bij groenten dan bij andere vrouwen’. Ze reist niet alleen de halve wereld over om nieuwe planten te ontdekken maar legt die planten ook op het doek vast en stelt de schilderijen vervolgens tentoon in een zelf opgerichte galerie. We voelen mee met Frances Power Cobbe, die zich hard maakte voor de rechten van vrouwen én voor proefdieren. Op vakantie in Wales komt ze Darwin tegen tijdens een wandeling in de bergen. Omdat ze gescheiden worden door een stuk hei bediscussiëren ze het boek De onderwerping van de vrouw van de filosoof John Stuart Mill al schreeuwend.

Lady Florence Dixie (1855-1905)

Door al deze verhalen komen we ook meer te weten over de negentiende-eeuwse Britse maatschappij en over Charles Darwin zelf. Darwin was in zekere zin een kind van zijn tijd toen hij schreef dat ‘het hoofdonderscheid in de intellectuele vermogens daarin zichtbaar (is) dat de man, wat hij ook onderneemt, een hoger niveau bereikt dan de vrouw bereiken kan.’ Maar hij had zeker ook oog voor het potentieel van de vrouwen met wie hij correspondeerde. Hij was heel ontvankelijk voor hun suggesties en verbeteringen aangaande bijvoorbeeld botanie.

Het is zeer verhelderend te lezen over de problemen waar de victoriaanse vrouw tegenaan liep bij het nastreven van een wetenschappelijke carrière. Sommige vrouwen liepen zélf ook in de val te geloven in een biologisch verschil in intellectuele competenties tussen man en vrouw. Toch maakte het merendeel van de in deze groepsbiografie behandelde wetenschappers zich sterk voor vrouwenrechten. Ze publiceerden feministische pamfletten en richtten organisaties en tijdschriften op voor vrouwelijke wetenschappers. Soms publiceerden ze manuscripten anoniem, dan weer brachten ze hun werk uit als populaire wetenschap omdat het niet gezien werd als serieuze wetenschappelijke literatuur. Maar zonder uitzondering losten ze hun ‘problematische’ vrouw-zijn op door met wetenschappers te corresponderen en hen te ontmoeten.

De tien minibiografieën zijn geschreven door verschillende auteurs en daardoor verschillend van stijl. Dat maakt het boek prettig leesbaar en het geeft een rijk geschakeerd beeld van de natuurwetenschap in de negentiende eeuw. Het is onvermijdelijk dat de hoofdstukken ook verschillen in kwaliteit. In het hoofdstuk over Mary Anning, grondlegger van de paleontologie, staat meerdere keren een Wikipedia-lemma als bronvermelding. Hoewel Wikipedia tegenwoordig aan betrouwbaarheid wint, had hier beter voor een wat meer wetenschappelijk verantwoorde bron gekozen kunnen worden. In de biografie van Frances Julia Wedgwood wordt veel ruimte besteed aan samenvattingen van haar geschreven werk, waardoor we weinig over haar als persoon te weten komen.

Darwins engelen gaat niet alleen over achtergestelde victoriaanse vrouwen. Het gaat over wetenschap, over hoe je iets van je leven kunt maken, en met name over de invloed die een cultuur op denkbeelden kan hebben. Tekenend is het citaat van Mary Treat, botanica en entomoloog, uit een verhandeling over de geslachtsbepaling van rupsen:

‘Tot welk geslacht behoren al onze uitvinders, staatslieden en filosofen? Ik geloof dat de vrouw fysiek niet in staat is om, als alle andere omstandigheden hetzelfde zijn, een even diep denkende filosoof of denker te zijn als de man. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat ik de vrouw als inferieur aan de man beschouw; er bestaat geen superioriteit, geen inferioriteit. Als men dit beter zou inzien, dan zouden we minder horen over ‘vrouwenrechten’ en seksuele gelijkheid, en de vrouw zou in stilte haar plek innemen naast haar broeder, zonder haar rechten op te eisen.’

Hoewel ze er volkomen naast zat wat betreft de fysieke mogelijkheden van de vrouw laat het citaat zien dat ze de tijdsgeest ook naar haar hand kon zetten: vrouwen en mannen zijn ondanks hun ongelijkheid toch gelijkwaardig.

Darwins engelen: vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin
Norbert Peeters en Tessa van Dijk (red.)
Atlas Contact
ISBN 9789045037592
Verschenen in november 2018

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

 


Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)

Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 12,99)

Koop bij bol.comBestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 12,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here