Jimi Hendrix in een biografie van Philip Norman

© Steve Banks (CC BY 4.0)

Twee maanden na zijn aankomst in Londen op 24 september 1966 trad de drieëntwintigjarige Jimi Hendrix op in Bag O’Nails, het legendarische muziekcafé in Kingsley Street, vlakbij Piccadilly Circus. De gig was geregeld door Chas Chandler, voormalig bassist van The Animals, die Hendrix naar Engeland had gehaald. Terry Reid, zanger van Peter Jay and the Jaywalkers, herinnert zich het optreden als de dag van gisteren. De hele fine fleur van de Britse pop, waaronder Mick Jagger, Paul McCartney en Eric Clapton, kwam poolshoogte nemen van de nieuwe ster aan het firmament. Was de Amerikaan echt zo goed als Chandler beweerde? Hendrix betrad het krappe podium, murmelde in al zijn verlegenheid iets aardigs en zette de hit van dat moment in, ‘Wild Thing’ van The Troggs. ‘Ik kon de vullingen uit ieders gebit zien vallen,’ aldus Reid. Toen Hendrix was uitgeraasd op zijn witte Stratocaster, bleef het doodstil in de taverne. Clapton wist het meteen. Niemand kon nog langer beweren dat ‘Slowhand’ (Claptons koosnaam) de beste gitarist van de wereld was.

Porno-vandalisme

Philip Norman schuwt in Wild Thing. De biografie van Jimi Hendrix de superlatieven niet. Hij typeert de stage-act van Hendrix als ‘porno-vandalisme’, het rifje in ‘Burning of the Midnight Lamp’ klinkt ‘alsof een ongetrouwde tante het bed deelde met een getatoeëerde motorrijder’, Hendrix’ escapades met de groupies doen Mick Jagger en Jim Morrison ‘tot brugklassertjes’ verbleken en zonder zijn snor was Jimi met zijn fijnbesnaarde gezicht zonder meer een aanwinst geweest ‘voor de Supremes, de Ronettes of een andere vrouwelijke zanggroep’. Norman, in de jaren zestig groot geworden als jetsetverslaggever van The Sunday Times, zit allerminst verlegen om een roddel op zijn tijd.

Swinging London

Toch is Wild Thing meer dan opgedirkte riooljournalistiek. De biografie geeft een caleidoscopisch beeld van de stijlhoofdstad van Europa in de jaren zestig, ‘Swinging London’ waarin Hendrix groot geworden is. En het is een ode aan de Britpop, de grote liefde van Norman, die eerder biografieën schreef van Paul McCartney, John Lennon, Mick Jagger, Elton John en Eric Clapton. Britpop veranderde de wereld. Ten goede. Witte Britse muzikanten omarmden de blues, R&B en soul terwijl zwarte muziek in de Verenigde Staten nog veelal gedwongen was ondergronds te gaan in de groezelige danshalls, nachtclubs en achteraftheaters van het ‘Chitlin’ Circuit’ dat tijdens de hoogtijdagen van de rassensegregatie tot stand was gekomen. Volgens Pete Townshend van The Who was Hendrix het antwoord op de Britse invasie van Amerika, ‘omdat Jimi de zwarte muziek terugkaapte van ons. Hij kwam en stal die terug.’ Met drie nummers veroverde Hendrix het eiland. ‘Hey Joe’ werd in december 1966 uitgebracht, gevolgd door ‘Purple Haze’ in maart ‘67 en in mei door ‘The Wind Cries Mary’. De piratenzenders op zee deden de rest. Daarna volgde de LP: Are You Experienced. Het thuisfront liep intussen bepaald niet warm voor de verloren zoon uit Seattle. ‘Hey Joe’ bereikte niet eens de nationale hitparade en ‘Purple Haze’ moest het doen met een vijfenzestigste plaats. ‘Een psychedelische Uncle Tom,’ oordeelde Robert Christgau van Esquire over het optreden van Hendrix op het Montery popfestival in de zomer van 1967. Jann Wenner, oprichter van het popmagazine Rolling Stone, zag ‘niet de grote artiest die ons was beloofd’. In 2003 rangschikte het blad Are you experienced op nummer 15 in zijn top 500 van beste albums aller tijden.

Jimi Hendrix Experience 1968

Racisme

Waarom wilde Hendrix, na het warme bad in Engeland, zo graag terug naar Amerika in 1967? Hij kwam er terecht in een diep verdeelde samenleving. De burgerrechtenbeweging had de racistische fundering blootgelegd waarop de natie nog steeds was gestoeld. Zwarte muzikanten werden tijdens hun tournees in de zuidelijke staten geweigerd in de diners, zodat ze afhankelijk waren van de fastfoodketens van Colonel Sanders en McDonalds. ‘No niggers, No Jews. No Dogs’. Hendrix trad op in het voorprogramma van The Monkees. De racistische scheldpartijen van de Klu Klux Klan overstemden moeiteloos de elektronische mokerslagen van ‘Purple Haze’, terwijl tienermeisjes om Davy Jones gilden, leadzanger van The Monkees, de eerste gefabriceerde boys band in de geschiedenis van de popmuziek. Toen hij op 5 april 1968 een tussenstop maakte bij een wegrestaurant in Virginia, zag hij hoe witte mannen een toost uitbrachten op de moordenaar van Martin Luther King. Die avond liet Hendrix in Newark zijn Stratocaster huilen, een klaagzang voor ‘een vriend’. Zelfs de toneelknechten van de Symfonie Hall waren tot tranen toe ontroerd. Intussen maakten ook de Black Panthers Hendrix uit voor ‘Uncle Tom’, omdat hij tijdens hun bijeenkomsten steevast met een ‘witte teef’ aan kwam zetten. Ze deden wel een beroep op zijn gages – een vrijwillige doch dringende bijdrage voor de broederschap -net als de Yippies, de White Panters en de Young Lords (de militante Puerto Ricanen) trouwens. Hendrix liep bepaald niet over van strijdvaardigheid in de ‘Summer of Love’, al bespeurde hij enige verwantschap met de Panthers. ‘Ik voel me natuurlijk in bepaalde opzichten met hen verbonden, weetjewel. Maar iedereen heeft zijn eigen manier om de dingen aan te pakken.’ Hendrix wilde de m16-machinegeweren in Vietnam door feedbackgitaren vervangen, dan kwam alles goed. Volgens zijn beste vriend Eric Burdon was Hendrix in sommige opzichten vrij conservatief in zijn opvattingen. Hij geloofde in de leidende rol van de Verenigde Staten in de wereld, zoals die hem tijdens zijn diensttijd bij de 101st Airborne was ingeprent. Velen zagen in zijn snerpende interpretatie van ‘The Star-Spangled Banner ’ tijdens Woodstock in 1969 een hoogtepunt van de protestcultuur, maar volgens Burdon was Hendrix nauwelijks bezig met politiek. Hij oefende vooral op zijn gitaar, 8 à 10 uur per dag.

Dood

Ten tijde van Woodstock was Hendrix volgens zijn ex Fayne Pridgon al ‘net een sneltrein die op een muur af raasde’. Hendrix voorvoelde, zoals hem door een waarzegger was voorspeld, dat hij de dertig niet zou halen. Norman staat uitgebreid stil bij de laatste uren in het leven van Jimi Hendrix. Zoals die van veel popsterren, is zijn dood door raadsels omgeven. Zat de FBI erachter, die hem sinds zijn hippe versie van de nationale hymne nauwlettender in de gaten hield dan ooit? (Zijn naam prijkte op een lijst van personen die bij een eventuele noodtoestand gearresteerd moesten worden). Had de maffia een rekening te vereffenen met zijn louche manager Mike Jeffery? Of zag wellicht Jeffery zelf meer brood in een dode dan een levende popster? Wat uit Normans reconstructie vooral beklijft is de dubieuze rol van vriendin Monika Dannemann, voormalig kunstschaatsster uit Düsseldorf. Volgens eigen zeggen stond ze op het punt de aanstaande mevrouw Hendrix te worden, maar volgens Norman is dat lariekoek. In zijn biografie dicht hij haar de status van laatste groupie in het leven van Jimi Hendrix toe. Waarschijnlijk raakte Dannemann in paniek nadat ze Hendrix, stikkend in zijn eigen braaksel, in haar slaapkamer van het Samarkand Hotel in Notting Hill had aangetroffen. Hendrix slikte in de vroege ochtend van 18 september 1970 9 tabletten Vesparax die Dannemann in haar nachtkastje bewaarde (een barbituraat, 4 tabletten kunnen al fataal zijn). In combinatie met de wijn die hij voor het slapengaan genuttigd had een dodelijke cocktail. Belde Dannemann pas een paar uur later het alarmnummer, uit angst dat de hulpverleners drugs in haar hotelkamer zouden aantreffen? Het enige dat vaststaat is dat James Marshall Hendrix om kwart voor een ’s middags in het St Mary Abbot’s Hospital in Londen officieel werd doodverklaard. Hij was maar 27 jaar oud geworden.

Wild Thing. De biografie van Jimi Hendrix
Philip Norman
Thomas Rap
ISBN 9789400405578
Verschenen in augustus 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 13,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 13,99)
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here