Always a gentleman: sir Paul McCartney

Paul McCartney Philip Norman

Philip Norman publiceerde in 1981 Shout!, volgens velen de ultieme Beatlesbiografie. De enige makke aan het boek is dat Paul McCartney er zo bekaaid vanaf komt. Volgens Norman heeft Paul nauwelijks bijgedragen aan het succes van The Beatles. (Driekwart van dat succes was aan John te danken). McCartney was not amused over de strekking van Shout! en noemde het onder intimi steevast Shite!, zo vernam Norman via via.

Idolatrie

Tot zijn grote verbazing kreeg Philip Norman alle medewerking van Paul McCartney toen hij hem in het najaar van 2012 in een email meedeelde dat hij – na John Lennon. The Life (2008) – ook zijn biografie wilde schrijven. De “stilzwijgende toestemming” die McCartney hem “met alle plezier” verleende, was de grootste verrassing van zijn loopbaan. Maar wat waren de drijfveren van de biograaf voor dit project? Norman is openhartig over de oorsprong van zijn kinnesinne. “Als ik heel eerlijk ben, was het misschien een vorm van omgekeerde idolatrie: na al die jaren dat ik ernaar hunkerde hem te zijn, had ik op de een of andere duistere manier behoefte hem terug te pakken.” Norman kan zich maar één moment voorstellen dat het fijn was om nìet Paul McCartney te zijn en dat was tijdens diens vechtscheiding van tweede echtgenote Heather Mills.

The Beatles met Muhammad Ali

Levert idolatrie een goed boek op? De eerste vierhonderd pagina’s van deze biografie lezen als een trein. Norman vertelt het verhaal alsof het nog nooit verteld is en doet dat met zoveel brille dat je er niet genoeg van kan krijgen, ook al heb je het verhaal weleens eerder gehoord: de jeugd in het geteisterde Liverpool dat tijdens de oorlog veel te verduren kreeg van de Luftwaffe, het vroegtijdige overlijden van hun moeders dat een band schiep tussen John en Paul, de eerste optredens als The Querrymen, een bandje dat bij gebrek aan een drummer nauwelijks serieus werd genomen in het Liverpoolse landschap van de Mersey Beat. Norman rekent af met de meest hardnekkige mythes rond The Beatles. John was geen “working class hero”, hoe graag hij dat ook wilde zijn, maar gewoon een middenstandskind, zeker nadat tante Mimi de opvoeding van de recalcitrante puber op zich genomen had. Paul had veel meer recht op de romantiek van de proletariër. Zijn vader Jim werkte in de haven als katoenverkoper, maar moeder Mary genoot als vroedvrouw een zeker aanzien in Allerton, de arbeiderswijk van Liverpool, en voedde haar zonen ook in dat bewustzijn op: scouse, het Liverpoolse accent, was er om afgeleerd te worden. Het Beatleskapsel is ouder dan The Beatles, gestoeld op de “Klaus” waarmee ze tijdens hun tweede tournee in Hamburg kennis maakten. De pony werd door de “Exi’s” gedragen, de Hamburgse studenten die het existentialisme van Jean-Paul Sartre hadden omarmd. Brian Epstein heeft The Beatles niet bij toeval in The Cavern Club in Mathew Street ontdekt, maar wist al veel langer van hun bestaan en – nee- John was niet zijn geliefde, daar was Lennon te hetero voor, al sluit Norman enige experimenteerdrift tijdens een gezamenlijke vakantie in Spanje niet uit. De details zijn bij tijd en wijle hilarisch. Zo liet Lennon zich op het krakkemikkige podium van de Indra, een louche tent aan de Reeperbahn in Hamburg, van zijn beste kant zien door bij wijze van Hitlersnor een zwart kammetje onder zijn neus te steken, intussen “Sieg Heil!” en “Vuile Nazi’s!” schreeuwend.

Appeltje voor de dorst

Waarom waren The Beatles aan beide kanten van de oceaan zo populair? Het geheim zit hem in de verschillende karakters die de collectieve charme van de band uitmaakten: je had de leuke, slimme en stille Beatle, gevolgd door “het aandoenlijke nakomertje” Ringo Starr – de Spice Girls avant la lettre, waarin een dergelijke mix van personages tot marketingconcept werd verheven. Ook hadden ze het tij mee. Er ontstond zoiets als een jongerencultuur in het begin van de jaren zestig, rock-n-roll was voortaan iets voor alle standen en niet alleen voor de Teds, die de nieuwe rage uit de Verenigde Staten als eerste hadden omarmd. Maar bovenal was er de muziek. The Beach Boys belegden na het uitbrengen van Rubber Soul een gebedsbijeenkomst waarin ze Onze Lieve Heer deemoedig vroegen of ze net zo’n mooi album mochten maken, al was het maar half zo goed.

Paul schreef Eleanor Rigby als appeltje voor de dorst, voor het leven na The Beatles. Hij had er weinig fiducie in dat de band een lang bestaan beschoren was en hoopte als songwriter aan de bak te komen. Onzekerheid bracht zijn muzikale talent tot woeste hoogten. En het gebekvecht met John. Wanneer het weer eens uit de hand liep zette die zijn bril af en zei: “Ik ben het maar…” Het leek een vriendschap voor het leven. Na de dood van Brian Epstein begon het bastion scheuren te vertonen. The Beatles brachten hun zakelijke belangen uit fiscale overwegingen in Apple onder en dreigden failliet te gaan toen ze hun core business – muziek maken – een beetje uit het oog hadden verloren. Dan waren er de managers. Paul liet zich vertegenwoordigen door zijn schoonvader in spé, Lee Eastman – de overige drie kozen voor Allen Klein, de manager van de Rolling Stones. Een rampzalige constructie. In mei 1968 stelde John zijn nieuwe liefje aan zijn vrienden voor, Yoko Ono. Hun gemeenschappelijke project, Unfinished Music no 1, was de eerste escapade van een bandlid buiten The Beatles. Norman vergelijkt de vocale prestaties van Ono met het “gekrijs en gejammer van de bedienden die ze in haar kinderjaren in Tokyo kinderen hoorde baren.” Paul zag toen al de contouren van McCartney I voor zich, zijn eerste solo-lp. Hij baalde van de contractuele verplichting dat de opbrengsten van zijn inspanningen tot 1977 in een gezamenlijke pot zouden verdwijnen, en bond de juridische strijd aan met zijn voormalige makkers uit Liverpool. Zijn geestelijke welbevinden leed er onder. “Heel erg onzeker, heel paranoïde, heel erg werkloos, erg nutteloos. Ik was ingestort, denk ik, door de pijn en de teleurstelling na al die toestanden, het verdriet van die geweldige band, van die geweldige vrienden,” zei hij later in een interview.

Is er leven na The Beatles?

Al met al besloegen de jaren met The Beatles slechts 1/5 deel van het leven van Paul McCartney. Het waren wel de meest glorieuze jaren, en dat lees je ook af aan deze biografie. Norman verlaat vertrouwd terrein als de solocarrière en de periode met de Wings aan de orde komen. We hebben dan nog driehonderd pagina’s te gaan, waarin de rijkgeschakeerde details van het eerste deel plaatsmaken voor mededelingen van de automatische piloot in het tweede. Het meest wreekt zich het gebrek aan psychologisch inzicht in de mens McCartney – om die platitude maar eens te gebruiken. Paul is de aardigheid zelve, verstandig, sociaal betrokken, liefdevol, maar daardoor ook een beetje kleurloos, zeker wanneer de auteur er niet in slaagt achter de façade van zoveel rechtschapenheid te kijken. Interessante invalshoeken zijn er genoeg. Waar komt toch dat sociale onvermogen tijdens sterfgevallen vandaan dat zich drie keer in zijn leven openbaart? Tijdens de begrafenis van zijn vader schitterde hij door afwezigheid, terwijl hij met het prive-vliegtuig toch gemakkelijk uit Kopenhagen had kunnen vertrekken. De moord op John Lennon resulteerde in het meest belabberde publieke optreden ooit. Wellicht speelde die eerste dood een rol, die van moeder Mary, toen hij met zijn vriendje Ian James troost zocht in de muziek, een muur om zich heen trok en besloot dat het zo had moeten zijn. Let it be. Ook de paar uitglijders op het zelfdestructieve vlak weet Norman nauwelijks te duiden.. Waarom passeerde McCartney in 1980 de Japanse grens met 218 gram canabis op zak terwijl hij nog zo gewaarschuwd was voor de strenge narcoticawetten in het Land van de Rijzende Zon of vluchtte hij na de dood van Linda in de armen van de pathologische leugenaarster en fantast Heather Mills? Het meest schimmig blijven de herstelde relaties van The Beatles. In 1972 waren Paul en John weer on speaking terms, in 1973 zocht Yoko uitgerekend in Paul een bemiddelaar nadat ze met John gebroken had, in 1974 musiceerden ze weer met elkaar tijdens een spontane jamsessie in de Burbank Studios in Californie. Even was er zelfs sprake van een hereniging op het nieuwe Wingsalbum Venus and Mars, maar de geslaagde lijmpoging tussen John en Yoko gooide roet in het eten. Lennon trok zich in de Dakota Building vijf jaar terug uit de muziek en wijdde zijn tijd aan de opvoeding van zijn “beautiful boy ” Sean. De grootste animositeit leek er nog tussen Paul en George te bestaan (“Paul McCartney heeft me verpest als gitarist,” aldus Harrison), maar toen George in 2001 de strijd tegen kanker aan het verliezen was, vond hij een onderkomen in het nieuwe huis van McCartney in Beverly Hills, waar hij op 29 november van dat jaar overleden is. The Beatles waren allang weer bijelkaar, alleen het grote publiek wist dat nog niet.

Paul McCartney. De biografie
Philip Norman
Thomas Rap
ISBN 9789400404724
Verschenen in mei 2016

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,99)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 19,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here