Ivo Michiels. Een leven lang gebukt gaan onder een geheim, schaamte en angst

Wat ik haar niet vertelde van Sigrid Bousset vertelt niet alleen het verhaal van een van de belangrijkste vernieuwers van de naoorlogse Vlaamse literatuur, Ivo Michiels, maar onderzoekt ook hoe herinneringen, geheimen en verzwegen gebeurtenissen een mensenleven vormen.

“De grootste menselijke zonde is om je door een ander in een hoek te laten trappen.” Gerard Reve, één van de grootste vernieuwers in het Nederlands taalgebied, nam zelden of nooit een blad voor de mond.

Zijn Vlaamse kunstbroeder en tijdgenoot Ivo Michiels was wél iemand die zich liet trappen, door zichzelf. Tot aan zijn dood sleepte hij zijn geheim, zijn collaboratie met de nazi’s met zich mee, zonder zich te louteren. Die persoonlijke tragedie, dat onophoudelijk knagende geweten, vormt de rode draad in dit boek. De schrijfster moet tijdens haar zoektocht van de ene verbazing in de andere zijn gevallen.

Ascetisch schrijven

Ivo Michiels? In Nederland dringt zich de vraag op: wie is dat? Anders dan Hugo Claus of Louis Paul Boon is zijn naam in ons land nooit doorgedrongen tot een breed lezerspubliek, laat staan tot de canonieke literatuur.

Toch geldt hij in België als een van de belangrijkste vernieuwers van de naoorlogse literatuur. Zijn overgangswerk Het Afscheid behoort volgens Kees Fens tot het beste werk van de jonge Vlaamse literatuur. Met Het boek Alfa uit 1963 brak hij radicaal met de traditionele vertelkunst: een lineair verhaal maakte plaats voor ritme en onnavolgbare associaties. Waardering leverde het hem, tot zijn grote frustratie, niet op. Zelfs Cyrille Offermans, lange tijd verdediger van zijn werk, moest uiteindelijk toegeven dat hij zich met zijn ascetische schrijven had vervreemd van zijn lezers.

Schaamte en angst

Al sinds haar jeugd kende Bousset de schrijver. Ze leerde hem kennen toen ze nog een klein meisje was. Haar vader, Hugo Bousset, was toen promovendus op zijn werk en kwam geregeld bij hem en zijn vrouw Christiane Faes, dochter van een verzetsman (!) op visite. De bewondering die de latere hoogleraar had voor de schrijver sloeg over op zijn dochter. Die nabijheid is bepalend geweest voor de vorm van haar boek; een biografie waarin Bousset zelf een rol speelt.

Michiels (pseudoniem van Henri Ceuppens) mocht dan een cultschrijver zijn, door de echte groten werd hij niet voor vol aangezien. Oppergod Claus kon dodelijk badinerend zijn en bij de noorderlingen was het Willem Frederik Hermans (ook niet vies van een literair experiment) die weinig blijk gaf van waardering. De Amsterdammer kreeg eens een gesigneerd exemplaar opgestuurd van Albisola Mare, Savona, maar had het, wel of niet gelezen, al snel weer verkocht. Woorden had hij er in ieder geval niet aan vuil gemaakt.

Die rode draad, zijn foute verleden, zijn aansluiting bij de SS, benoemt Bousset niet uit sensatiezucht, maar veeleer om te begrijpen hoe deze dubieuze feiten zijn latere leven en werk hebben beïnvloed. Zich uitspreken over dat verleden heeft hij nooit gedaan. De schaamte en angst waren kennelijk te groot. Voor Boussets generatie was Michiels een intellectuele vaderfiguur: bewonderd, gerespecteerd en omgeven door een aura van uitzonderlijkheid. Maar daar is met deze levensbeschrijving niet veel van over. 

Ivo Michiels in 2011 © Michiel Hendryckx (CC BY-SA 3.0)

Bekrompen opvattingen

Niet alleen om zijn verzwegen oorlogsverleden wordt het je als lezer behoorlijk lastig gemaakt om sympathie op te brengen voor deze nogal egocentrische man. De Antwerpenaar wordt geportretteerd als iemand die in zijn kunst (ook als filmmaker en scenarioschrijver) grenzen wilde verleggen. Daarin slaagde hij. Maar in zijn persoonlijke leven liet hij zich vastroesten in beklemmend traditionele en bekrompen opvattingen en geheimen.

Zijn vrouw had ook literaire aspiraties maar een eigen loopbaan was ondenkbaar (in 2018 kwam postuum haar boekje Namaste uit). Werken om wat extra geld in het laatje te brengen, want echt breed hadden ze het niet, was ook een brug te ver.

Dat hij in de oorlog nazisympathieën had en al dan niet met een foute vlag liep te wapperen, hield hij voor haar verborgen. Net als de zoon uit een eerder huwelijk, wiens bestaan hij goeddeels negeerde.

Pathologisch

Deze vrouw, Christiane Faes (toen ze met Michiels trouwde was ze een beeldschoon 19-jarig meisje, hij een man van middelbare leeftijd), wordt als een soort parallelweg beschreven. Michiels beschouwde haar als een trofee die niet in haar eentje een rondje door het park mocht wandelen. Evengoed hield hij er zelf een buitenechtelijke relatie op na met wie hij ‘echte gesprekken’ kon voeren en zichzelf kon zijn.

Pijnlijk is het hoe hij zijn vrouw bedriegt en veel voor haar verborgen houdt. Tegelijk kom je erachter hoe de grenzeloze bewondering en onsmakelijke aanbidding van zijn jongere echtgenote voor hem blindheid veroorzaakt en volop pathologische trekjes krijgt. Als de auteur op reis is met zijn Sarah, ‘de liefde van zijn leven’, schrijft Christiane, die deze relatie knarsetandend toelaat, in een van haar brieven: “Mijn allerliefste Ivo, o, Micje, buiten jou bestaat voor mij NIETS, tenzij jouw geluk. Ik ben geboren voor jouw geluk. Mijn levensopgave ben jij.”

Geweten

De biografe mag dan van die ene verbazing in de andere zijn gevallen, dat doet de lezer net zo. De kracht van Wat ik haar niet vertelde (het boek had wel een mooiere titel verdiend) zit ‘m in die openhartigheid; een combinatie van een griezelig gênante levenswandel, en haar persoonlijke betrokkenheid, in de context van de Vlaamse naoorlogse literatuurgeschiedenis. Het resultaat is zonder meer een meeslepend portret van een invloedrijk schrijver én van de cultuur die hem groot maakte. Maar ook een schrijver die tegen het potsierlijke aan, hunkerde naar aandacht van de Vlaamse groten, maar niet bij machte was oprecht te zijn.

We zullen het nooit weten, maar wat zou er zijn gebeurd als hij, net als Günter Grass, openheid van zaken had gegeven over zijn verleden? Dan had hij die fameuze vermaning van zijn landgenoot Louis Paul Boon wellicht anders gelezen: “Schop de mensen tot ze een geweten hebben.”

Wat ik haar niet vertelde
Sigrid Bousset
De Bezige Bij
ISBN paperback 9789403182414
ISBN e-boek 9789403138480
Verschenen oktober 2025

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,99)
Bestel als e-boek bij bol.com (€ 17,99)

Pieter Nabbe
Pieter Nabbe
Pieter Nabbe studeerde Nederlandse Taal & Letterkunde in Nijmegen. Hij is zanger en tekstschrijver van de band Juneville, door een voormalig OOR-recensent omschreven als ‘het best bewaarde geheim uit Nijmegen, tussen Frank Boeijen en De Staat’.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in