Hugo de Groot voor gevorderden

Hugo de Groot, 1631. Kopie naar Michiel Jansz van Mierevelt. Bron: Museum Rotterdam

Henk Nellen promoveerde in 1980 op het correspondentie-netwerk van de zeventiende-eeuwse Franse geleerde Ismael Boulliau en werkt sindsdien als medewerker van het Grotius-Instituut en het Huygens ING onder meer aan de uitgave van de briefwisseling van Hugo de Groot en aan verschillende onderwerpen uit de ideeëngeschiedenis van de zeventiende eeuw. Als geen ander is hij thuis op het gebied van de Europese humanistische filologen uit de zestiende en zeventiende eeuw en hun edities van (post-)klassieke auteurs. Het wekt dus geen verbazing dat de gemiddelde leek flink aan de bak moet om zijn jongste boek over Hugo de Groot – Geen vredestichter is zonder tegensprekers – te kunnen genieten. Maar wie de moeite neemt, wordt rijk beloond.

Wie vooral geïnteresseerd is in het verhaal van de ontsnapping uit Slot Loevestein, kan het boek beter ongelezen laten. Hoewel Netten op de laatste pagina’s de hoop uitspreekt dat de 400-ste verjaardag van die ontsnapping voor een breed publiek aanleiding zal zijn zich te verdiepen in leven en werk van de wereldberoemde vaderlander, besteedt hij welgeteld anderhalve pagina aan de boekenkist, om droog te verklaren dat het ding al zoek was tijdens het leven van De Groot. Die luttele regels staan getalsmatig goed in verhouding tot de overige 400 pagina’s, die gaan over de intellectuele bijdrage van Grotius, zoals we hem verder zullen noemen, aan onze westerse beschaving.

Slachtoffers van Maurits

Het boek van Nellen voegt een paar essentiële en verhelderende dimensies toe aan de bij de lezer veronderstelde kennis over de Tachtigjarige Oorlog, Twaalfjarig bestand, de moord op Van Oldenbarnevelt en ‘de boekenkist’. Grotius leefde en werkte in een wereld die in lichterlaaie stond: aardverschuivingen, zowel op religieus als op geopolitiek gebied, zetten de wereld op zijn kop. Zoals in Nederland Prins Maurits de godsdienststrijd misbruikte om zijn eigen politieke macht te consolideren en die van de Staten-Generaal te centraliseren, zo zijn in heel Europa machthebbers bezig om hun particuliere strijd uit te vechten al dan niet gebruikmakend van godsdienstige controverses. Grotius – een van Maurits’ slachtoffers – was na zijn ontsnapping als balling werkzaam in Parijs als diplomaat in Zweedse dienst. Nellen beschrijft de complexe internationale belangentegenstellingen en laat zien hoe Grotius tot zijn eigen frustratie in die strijd langzaam maar zeker fijngemalen werd.

Hugo de Groot ontsnapt uit slot Loevestein. Schilderij van Johannes Hinderikus Egenberger (1822-1897)

Theologisch filoloog

Hoewel Grotius vooral bekendheid geniet als staatsman en diplomaat, uiteraard door zijn conflict met Prins Maurits, maar vooral door zijn ‘bestseller’ De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede), zag Grotius zichzelf in de eerste plaats als theologisch filoloog. Als een ware humanist hield hij zich intensief bezig met bronnenonderzoek. Vroeg-christelijke en antieke bronnen moesten helpen bij het interpreteren van de Bijbel. Achterliggende gedachte was de hoop dat er een einde zou komen aan het religieuze gekissebis, als men maar genoeg kennis had over de eerste eeuwen van het christendom. Verder poogde hij op basis van de rede een vorm van natuurrecht te destilleren: onafhankelijk van religie zouden mensen in staat moeten zijn te beredeneren, te ‘weten’ wat goed en fout is. Grotius hoopte hiermee een eind te maken aan de nefaste gevolgen van moraaltheologie met haar onvermijdelijke, eeuwige twistpunten. Zijn bronnenonderzoek leverde een gigantische hoeveelheid Bijbelexegese op.

Grotius was van alle markten thuis, schreef om een voorbeeld te noemen over de vraag hoe het Amerikaanse continent bevolkt raakte, maar altijd weer was theologisch gemotiveerd bronnenonderzoek het uitgangspunt: het reconstrueren van de Amerikaanse migratiestromen had regelrecht te maken met de vraag of de gehele mensheid van Adam afstamde.

Zoals zo vaak in de geschiedenis zijn het juist de onbedoelde gevolgen van Grotius’ onderzoek die nu als de belangrijkste verworvenheid wordt beschouwd. Zijn rationele benadering van de Bijbel leidde naar wegen die voor Grotius zelf onbegaanbaar waren. Zo stelde hij in De iure belli ac pacis dat er ook natuurrecht zou zijn, als, volstrekt hypothetisch, God niet zou bestaan. Voor Grotius niet meer dan een onschuldige denkoefening, maar denkers na hem wisten wel raad met de volgende stap.

Geen vredestichter is zonder tegensprekers – het is niet een titel die lekker bekt. Waarschijnlijk komt het citaat letterlijk voor in het boek, maar dan heb ik eroverheen gelezen. Het verwijst naar Grotius’ onophoudelijk streven naar eenheid in de christelijke kerk. Hij was ervan overtuigd dat de Bijbel vooral opriep tot vrede en naastenliefde, en met duidelijke sympathie voor de rekkelijke remonstranten bleef hij hopen op universele eenheid van katholieken en protestanten. Zijn naïviteit op dat punt werd al in zijn eigen tijd opgemerkt. Een vriend van hem herinnert Grotius aan de 14de-eeuwse uitspraak van Alphons de Grootmoedige dat vredestichters vaak het lot van flatbewoners ondergaan: de pis van de bovenburen plensde op hen neer, terwijl zij in de rook van de onderburen verstikken. Een mooi beeld dat de situatie waarin Grotius verkeerde goed weergeeft, en dat wellicht een pakkender titel had opgeleverd.

Briefwisseling

In 2010 verscheen al Nellens biografie van Hugo Grotius: Een leven in strijd om de vrede 1583-1645. In de onderhavige nieuwe (aanvullende?) biografie wordt niet expliciet duidelijk gemaakt wat de verhouding is tot die eersteling. De schrijver noemt het ‘een beknopte levensschets’ met nieuwe feiten. Ik houd het erop dat het bezorgen van de briefwisseling van Grotius in het afgelopen decennium aanleiding is geweest om de thema’s die in 2010 aan de orde kwamen aan te scherpen en toe te lichten. Zoals Netten in deze biografie opmerkt: er is nog ongelofelijk veel bronnenmateriaal onontgonnen en zolang er nog in Latijn gevoerde briefwisselingen van de intellectuele Europese elite onuitgegeven en onvertaald zijn, zullen aanpassingen van het beeld nodig zijn.

Nellen heeft uiteraard het nodige ontzag voor het genie van Grotius, maar is niet blind voor zijn zwakke plekken. Natuurlijk was Grotius ongeduldig, zelfingenomen en overtuigd van zijn eigen gelijk. Hij kon onaangenaam zijn voor zijn medemensen. Dat Grotius voor onze tijd volstrekt onaanvaardbare ideeën had over zaken als kolonialisme en slavernij ligt voor de hand. Het wordt in een context geplaatst en veroordeeld, maar gelukkig nergens tegen een anachronistische meetlat gelegd.

Deze genuanceerde biografie is dermate rijk aan informatie dat het onmogelijk en onnodig is daarvan een samenvatting te geven in een recensie. Nellen heeft dat zelf overigens wel gedaan. De Inleiding die aan het boek vooraf gaat, is in feite een samenvatting en vormt een belangrijke te nemen hindernis bij het lezen van het boek. De op zich al complexe materie, samengebald in tien pagina’s, kan de onvoorbereide lezer behoorlijk afschrikken. Ik raad iedereen dan ook aan om de Inleiding pas te lezen, als het boek uit is.

Geen vredestichter is zonder tegensprekers. Hugo de Groot – geleerde, staatsman, verguisd verzoener 
Henk Nellen
Athenaeum – Polak & Van Gennep
ISBN 9789025310677
Verschenen in augustus 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 30,00)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 30,00)
Arthur van Dijk studeerde letteren, muziekwetenschap en geschiedenis, is voormalig orkestdirecteur en werkt nu als adviseur in de culturele sector. Hij is publicist en werkt aan de biografie van de componist Willem Pijper. Daarnaast heeft hij een boek over de 19de-eeuwse kermis in voorbereiding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here