Eigenzinnig en ontheemd. De levens van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest

Huwelijksfoto in 1904

In Denken is verrukkelijk beschrijft Margriet van der Heijden de onstuimige levens van de natuurkundigen Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest. Allebei waren ze verknocht aan de wetenschap, maar hun vooruitstrevende ideeën vormden ook een belemmering.

Het was een traditie geworden om de logés in hun grote huis aan de Witte Rozenstraat in Leiden hun handtekening op de muur van de logeerkamer te laten zetten. En niet de eersten de besten zetten daar hun naam neer: Albert Einstein, Lise Meitner, Gustav Hertz, Enrico Fermi, Niels Bohr bijvoorbeeld.

Paul Ehrenfest (1880-1933) en Tatiana Afanassjewa (1876-1964) ontvingen met veel plezier de grote natuurkundigen van hun tijd in het huis dat door Tatiana was ontworpen. De muur met handtekeningen staat symbool voor de rol die zij vervulden in de wetenschappelijke wereld: ze waren verbinders en docenten. Bovendien waren ze allebei, maar vooral Paul, meesters in het inzichtelijk en begrijpelijk maken van de nieuwste resultaten in hun vakgebied.

Revoluties in de natuurkunde

En dat was nodig, want het natuurkundige klimaat was in die tijd zeer onstuimig. Belangrijke resultaten volgden elkaar in razend tempo op. Pauls leermeester Boltzman interpreteerde de wereld met behulp van kansberekening. Dat had grote gevolgen voor theorieën over hoe warmte, gassen en vloeistoffen zich konden gedragen. Daarnaast maakte Max Planck furore met zijn theorie dat energie alleen in kleine pakketjes, ‘quanta’, overgedragen kon worden. De voorloper van de kwantummechanica was geboren.

Paul zou zwaar werk verrichten om de theorieën van Planck en Boltzmann te verenigen, toen er nóg een bom insloeg: Einstein publiceerde zijn speciale relativiteitstheorie. Nu stonden niet alleen oude aannames over vloeistoffen, gassen en energie op losse schroeven, maar zelfs de ruimte en de tijd bleken te kunnen krimpen en uitrekken.

Vreemde eenden in de bijt

Paul was de jongste telg van een winkeliersgezin dat vanuit Moravië naar Wenen was verhuisd. In Wenen vielen zij door hun joodse achtergrond uit de toon. Als jongetje mocht hij niet in zijn eentje naar buiten. Soms werd hij bedreigd of met stenen bekogeld. Toch had hij geen ongelukkige jeugd, tenminste, tot zijn moeder overleed toen hij twaalf jaar oud was.

De jonge Tatiana (of Tania, zoals ze genoemd werd) was al even ontheemd. Haar vader kreeg een zenuwinzinking toen Tania nog maar twee jaar oud was. Daarom werd ze door haar moeder naar diens zwager en schoonzus in Petersburg gebracht, die beter bemiddeld waren. In Petersburg kreeg Tania goed onderwijs en blonk ze vooral uit in de exacte vakken. Na de dood van haar oom, die niet wilde dat ze aan de universiteit ging studeren, schreef ze zich in voor wis- en natuurkunde aan de enige hogeschool die toen voor vrouwen toegankelijk was: het Bestoezjev.

Wenen, Göttingen en Petersburg

Ook Paul koos voor wis- en natuurkunde, maar hij studeerde dat in Wenen en later Göttingen. Die laatste stad was destijds het mekka van de wiskunde. Bij de colleges van Felix Klein en David Hilbert ontmoette hij Tania, en al snel waren ze onafscheidelijk.

Om te kunnen trouwen – hij joods, zij Russisch-orthodox – moesten ze hun religie afzweren. Dat zorgde meteen voor allerlei problemen, want hoewel Paul inmiddels in Wenen gepromoveerd was, wilden veel universiteiten in die tijd geen ‘onkerkelijke’ mensen aannemen.

De fysici van St. Petersburg Zittend van links naar rechts Paul Ehrenfest, Abram Ioffe , Dmitry Rozhdestvensky , Tatyana Afanasyeva. Staand van links naar rechts: Vladimir Chulanovsky, G. Weichardt, L. Isakov, G. Perlitz, Victor Robertovich Bursian, J. Schmidt

Hun onkerkelijkheid, het alomtegenwoordige antisemitisme, maar ook hun onorthodoxe levensstijl zorgden voor een lange, onrustige periode waarin beiden werkloos waren. Paul was met name geïnteresseerd in theoretische natuurkunde, terwijl veel universiteiten op zoek waren naar mensen – mannen – met ervaring in het laboratorium. Geïnspireerd door Tolstoj droeg Paul een Russische kiel en stopten ze met het eten van vlees. Ze verhuisden naar Petersburg, waar Tania als wiskundedocent werkte.

Paul reisde ondertussen het hele Europese continent af op zoek naar een universiteit die hem wilde aannemen. Ondertussen werd hij steeds nerveuzer: was hij wel geschikt om natuurkundige te worden? Hij vond het moeilijk een onderzoeksonderwerp te vinden dat hem aansprak, en tegelijkertijd kon hij zich door die onrust niet goed concentreren op zijn werk. Bovendien voelde hij zich nergens écht thuis. ‘Mij beheerst (…) ononderbroken het volgende gevoel,’ schreef hij aan Tania, toen hij in Bad Kissingen kuurde om bij te komen: ‘Dat ik in Rusland mijzelf normaal kan ontplooien (werk en levensonderhoud) is extreem onwaarschijnlijk, terwijl ik anderzijds elk materieel en mentaal contact met Duitsland en Oostenrijk ben verloren.’

Gered door Einstein en Lorentz

Misschien was het Einstein die hem redde, die toen nog een aanstormend natuurkundetalent was. Ze konden het goed met elkaar vinden. Paul kon met zijn scherpe geest Einsteins theorieën verhelderen, en op zijn beurt monterde Einstein Paul op belangrijke momenten op. Dat was nodig, want Pauls situatie werd steeds hopelozer. Maar toen Einstein een baan voor hem vond in Praag, met als enige voorwaarde dat hij zijn buitenkerkelijkheid zou opgeven, weigerde Paul. ‘In Abrahams schoot terugkeren – dat was helemaal niets.’

Toen kwam daar het verlossende woord van de Nederlandse Nobelprijswinnaar Hendrik Antoon Lorentz, die in Leiden een opvolger voor zijn leerstoel zocht. ‘Omdat ik uw werk zeer hoog acht wegens de diepgang, helderheid en scherpzinnigheid die u erin betoont, heb ik daarbij ook aan u gedacht,’ schreef Lorentz.

Naar Leiden

In Leiden herhaalde zich dezelfde wijs als in Petersburg. Het begon optimistisch; Tatiana liet daar het grote huis aan de Witte Rozenstraat voor hen bouwen, een nieuw leven in Nederland straalde hen tegemoet. Maar Tania kon niet goed aarden in het regenachtige Holland, waar de positie van de vrouw bovendien nog zeer traditioneel was. Het werd niet van haar verwacht dat ze artikelen over wiskunde of pedagogiek publiceerde, en ze vond weinig aansluiting bij de Nederlandse hoogleraarsvrouwen.

Ook Paul worstelde. Hij had geen duidelijke onderzoekslijn, en hoewel het voor hem heerlijk was om zich op te trekken aan Lorentz, Einstein en later Niels Bohr, waren die vriendschappen in zekere zin ook een vloek. Hij werd er steeds pijnlijk aan herinnerd hoe weinig hij zelf publiceerde. Hoewel hij een begenadigd en geliefd docent was en de resultaten van andere natuurkundigen soms beter kon uitleggen dan zijzelf, kwam hij niet met nieuwe, grootse theorieën. Daar was hij zich pijnlijk van bewust. Om zijn onrust te compenseren ging hij veelvuldig op reis om zich te laven aan de vriendschappen met zijn vakgenoten.

Neergang

Tania met haar dochter Galinka

Het huwelijk van Tania en Paul kwam onder spanning te staan. Voor ze naar Leiden verhuisden hadden ze al twee dochters, Tanitsjka en Galinka, gekregen, en in de sleutelstad kregen die er twee broertjes bij: Paul (Pawlik) en Wassily of Wassik. Wassik bleek het syndroom van Down te hebben, dat toen nog bekend stond als ‘mongoloïde idiotie’. Tania moest dag en nacht voor hem zorgen, tot hij een plekje vond in een instelling in Jena, en later in Amsterdam. Het was een afmattende bezigheid. Misschien voelde ze zich opgesloten in haar rol als huismoeder, want later maakte ze maandenlange reizen naar Rusland om daar wiskundelessen te geven.

Toch hield de optimistisch ingestelde Tania zich wel kranig, terwijl Paul steeds vaker aan de dood begon te denken. Hij werd ouder en besefte dat de kans dat hij nog een belangrijke doorbraak in de natuurkunde teweeg zou brengen almaar kleiner werd. Daarbij kwam dat de steeds ingewikkelder wordende kwantummechanica zijn pet te boven ging – vooral wanneer die theorie alleen nog maar op abstract niveau begrepen kon worden en niet kon worden uitgebeeld.

Het werd hem uiteindelijk te veel. Op 25 september 1933 bracht Paul een bezoek aan zijn zoontje Wassik in Amsterdam. Daar schoot hij eerst Wassik neer voordat hij het pistool op zichzelf richtte. In een afscheidsbrief schreef hij zijn verklaring: ‘De werkelijke grondoorzaak is dat ik geen dragelijke verhouding tot mijn werk meer kan vinden. Al het andere volgt daaruit.’

Het einde

Einstein portretteerde Paul treffend in een in memoriam: ‘Wie hem zo goed kende, als het mij vergund was, die weet dat deze zuivere persoonlijkheid aan gewetensnood ten prooi is gevallen.’ De tekortkomingen die Paul ervaarde in zijn werk nam hij persoonlijk op: ze waren tegelijkertijd tekortkomingen in hemzelf, en omdat hij zeer hoge eisen stelde aan zichzelf kon hij daar niet mee leven.

Na zijn dood woonde Tania nog lange tijd in het grote huis aan de Witte Rozenstraat, waarvan ze een aantal kamers verhuurde aan vrouwelijke studenten. Ze bleef actief in de pedagogiek en de wiskunde, tot ze door een hersenbloeding niet meer kon praten. Op haar sterfbed vroeg Galinka haar: ‘Kun je nog wel denken?’ Haar moeder glimlachte en kneep haar ogen samen. Ja, denken kon ze nog.

Mooie balans tussen speculatie en feiten

Deeltjesfysicus en wetenschapsjournalist Margriet van der Heijden zei in een interview naar aanleiding van het verschijnen van Denken is verrukkelijk dat ze zichzelf herkende in Afanassjewa en Ehrenfest en het seksisme waar Tania mee geconfronteerd werd. Dat blijkt ook wanneer je dit boek leest, hoewel Van der Heijden zich niet laat meeslepen door haar genegenheid voor Afanessjawa en Ehrenfest. Ze schrijft met grote gevoeligheid en zonder te oordelen. Ze wijst vaak op de tegenstand die Tania ondervindt omdat ze vrouw is, en op de weerstand waar het echtpaar mee te maken krijgt omdat ze allebei zo eigenzinnig en onafhankelijk zijn. Zij pasten nu eenmaal niet in het plaatje van een hoogleraarskoppel dat men in die tijd voor ogen had.

Af en toe waagt Van der Heijden zich voorzichtig aan speculatie, bijvoorbeeld wanneer ze schrijft over band tussen Einstein en Ehrenfest: ‘Einstein, de nieuwe wetenschappelijke ster, nam de onzekere Paul serieus. Maar Paul voelde ook een andere, diepere verwantschap. Was het hun achtergrond, allebei uit een joodse familie met een voorliefde voor kennis?’

Het maakt Denken is verrukkelijk tot een fijn, leesbaar boek, waar de stempel van Van der Heijden wel zichtbaar is, maar niet de levens van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest overschaduwt.

Denken is verrukkelijk. Het leven van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest
Margriet van der Heijden
Prometheus
ISBN 9789035141902
Verschenen januari 2021

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 39,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,99)
Laura Molenaar
Laura Molenaar studeerde Logica aan de Universiteit van Amsterdam, daarvoor studeerde zij wiskunde en filosofie. Zij schreef onder andere voor dagblad Trouw en de filosofiewebsite van de Koninklijke Bibliotheek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here