De drie generaties van Charley Toorop. Zinderende biografie van Wessel Krul

Ogenschijnlijk was Charley Toorop in de wieg gelegd om een van de grootste kunstenaars van de twintigste eeuw in Nederland te worden. Ze was immers de dochter van Jan Toorop, die tijdens het fin de siècle met zijn werk nationaal en internationaal toonaangevend was. Niets is vanzelfsprekend, zo weet Wessel Krul duidelijk te maken in zijn vuistdikke biografie van Charley Toorop.

‘Ik heb een hekel aan vrouwen die een man willen zijn, dat is afschuwelijk. Het is waar dat een vrouw in het menselijke leven vaak intelligenter is dan een man, maar in de kunst of de wetenschap heeft een grote vrouw nog nooit een groot man overtroffen.’ Zo dacht Jan Toorop over vrouwen in de kunst. Desalniettemin frustreerde hij de artistieke ambities van zijn dochter niet. In 1908 heeft ze haar eerste tentoonstelling in het Stedelijk, samen met Piet Mondriaan en Jan Sluijters. Ze is dan zeventien.

Zee

Het getormenteerde huwelijk van haar ouders riep de nodige conflicten op, maar leidde er ook toe dat Charley al vroeg in haar leven een eigen koers ging varen. Van het katholieke geloof van haar ouders moest ze niets weten. Vooral haar Britse moeder Annie Hall was zeer gelovig, haar vader bekeerde zich na de eeuwwende, zo rond 1905, tot het katholicisme en droeg zijn religieuze reveille breed uit in zijn werk. Toorop was een schuinsmarcheerder en een syfilislijder, rond 1895 liep het huwelijk op de klippen en was er een feitelijke scheiding van tafel en bed. Het huis in de Haagse wijk Zorgvliet was er groot genoeg voor.

Charley heeft zich in egodocumenten nauwelijks uitgelaten over die jeugd onder hoogspanning. Wel bejubelde ze de badplaatsen, ‘een heerlijke herinnering’, waar haar ouders vertoefden: Katwijk, Domburg. Toen het gezin zich in Nijmegen vestigde, ervoer ze de verhuizing als een verschrikking. Teveel geestelijken over de vloer. Wel leerde ze Henk Fernhout kennen, ze viel voor  ‘een kop die iets tussen Nietzsche en Gorki had’. De ouders moesten niets weten van de huwelijkskandidaat, maar ook daarin ging Charley haar eigen weg. Ze trouwde met Fernhout en ging met hem in Bergen wonen. Toen “begon het echte schilderen”, zo blikte ze terug. Dat gebeurde in 1912. Het was de grote bevrijding, een belangrijk thema in haar werk.  Ze wilde zich ontworstelen aan de religieuze conventies van haar ouders, burgerlijke bekrompenheid, ‘maatschappelijkheid’. Ze was zich volop bewust dat ze met haar verzet buiten de marges van het ‘normale’ kwam te staan. Waanzin lag op de loer, en dat ervoer ze aan den lijve in haar persoonlijke leven.

Foute mannen

Henk Fernhout ontpopte zich al snel als een psychisch geval, een alcoholist met een kwade dronk die haar fysiek mishandelde en verschillende opnames in psychiatrische inrichtingen onderging. Haar tweede grote liefde, Arthur Müller-Lehman, was al net zo fout. Hij leefde op haar zak, was hoogst verontwaardigd als ze een deel van de ‘lening’ terugvorderde en bleek eveneens over een paar losse handjes te beschikken. Hoe kon een schijnbaar stoere vrouw, die volgens vriend en vijand ‘mannelijke’ kunst maakte, op zulke foute types vallen? Ook Krul worstelt met die vraag. Zocht ze een autoritaire vaderfiguur? Daar valt tegen in te brengen dat alle twee de ‘echtgenoten’ (met Lehman was ze nooit getrouwd, maar ze beschouwde de relatie als een ‘huwelijk’ en verlangde hartstochtelijk – na twee abortussen – een ‘zoon’ van hem) een stuk jonger waren dan zij. Dat hadden ze overigens gemeen met de stoet van minnaars die ze in haar leven heeft gehad (om er een paar te noemen: Hendrik Marsman, Cola Debrot, Édouard Mesens).

Er is ook het tragische aspect dat ze haar zoons  – Edgar en John –voorgetrokken heeft boven haar enige dochter uit het huwelijk met Fernhout. Het meisje werd al snel naar kostschool gestuurd, en later toevertrouwd aan de zorg van haar door en door katholieke grootmoeder. Annie pleegde een half jaar na de dood van Charley Toorop zelfmoord. Oudste zoon Edgar, de derde generatie in de schone kunsten, rekende dat zijn moeder aan en heeft het haar nooit vergeven.

Edgar werd meermaals door haar vereeuwigd, met als indringendste voorbeeld Drie generaties, het familiale kunstenaarsportret waaraan ze meer dan tien jaar heeft gewerkt.  Jan Toorop zien we daarop terug met de buste die John Rädecker van hem heeft gemaakt. Charley kijkt schilderend, in spiegelbeeld, de toeschouwer indringend aan. Achter haar staat Edgar met een schilderspalet en de kenmerkende frons van de kunstenaarsfamilie, die ook in de wolkenpartij op de achtergrond terugkomt.

Drie generaties (public domain)

Van Gogh versus Cézanne

Krul plaatst de artistieke ontwikkeling van Toorop in de context van de grote tegenstelling in de beeldende kunst van de twintigste eeuw: die tussen de erfenis van Van Gogh en Cézanne, emotionele expressie versus geometrische vorm. Terwijl haar vriend Piet Mondriaan radicaal voor de laatste richting koos, bleef zij de figuratieve kunst trouw: in haar landschappen, stillevens, sociaal-realistische doeken, stads- en havengezichten, portretten en zelfportretten. Vooral door de steun van H.P. Bremmer, de kunstpaus tijdens het interbellum, maakte ze naam, los van haar vader die in de jaren twintig – naast zijn katholicisme – ook nog eens het fascisme omarmde. Charley moest er niets van weten. In de jaren dertig voorvoelde ze de behoefte aan een romantische stroming in de kunst: idealiserend, expressief maar ook politiek richtinggevend. ‘Sinds de val van de Barcelona en de brand in ’t Rijksdaggebouw zal ’t nu wel alles veranderen!’ schreef ze aan haar oudste zoon. De perversie van het nationaalsocialistisch cultuurbeleid met zijn hetze tegen ‘Entartete Kunst’ bestreed je niet met verstilde abstracties, maar met figuratieve stellingname. Haar Liggende Medusa, de ondergang van het Avondland, getuigt ervan.

Ook tijdens de oorlog nam ze unverfroren stelling tegen de Nieuwe Orde van Tobie Goedewagen en zijn Kultuurkamer. Ze peinsde er niet over zich daarbij aan te sluiten en nam na de Bevrijding afstand van vrienden die wel hadden gecollaboreerd, zoals Dirk Hannema, directeur van Boijmans, over wie Wessel Krul eerder een biografie schreef.

Die principiële houding leverde haar in de naoorlogse periode de nodige bewondering op, maar in de jaren vijftig begon haar ster te tanen – Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk, wilde haar schilderijen niet meer aankopen. Haar kunst behoorde in zijn optiek tot ‘gisteren’ en in de jaren zestig verdween haar werk in de museale depots, niet alleen bij het Stedelijk. De grote herontdekking volgde met de documentaire van haar zoon, filmmaker John Fernhout. En er was de inspanning van Marja Bosma (1956-2025) die haar tijdens de grote overzichtstentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht portretteerde als een geëngageerde vrouwelijke kunstenaar. We zitten dan midden in de jaren tachtig, het decennium van de nucleaire dreiging en de No Future-generatie. Was er weer behoefte aan wat richtinggevende, perspectief biedende kunst?

Wessel Krul is duizelingwekkend gedetailleerd in zijn beschrijving van leven en werk van Charley Toorop, wat meestal als een punt van kritiek tegen een biograaf wordt aangedragen, die steeds vaker te horen krijgt dat het dunner en algemener moet. Het knappe aan deze biografie is dat, zoals iedere stip in een pointillistisch schilderij, ieder detail ertoe doet. Karakterologisch komt Charley Toorop volop tot leven, als kind van haar tijd en met haar genie dat zich in de turbulente twintigste eeuw openbaarde. De lezer wordt alle ruimte gelaten om zelf conclusies te trekken over de diepere drijfveren van dit kunstenaarsleven. Wessel Krul schreef een biografie om jaloers op te zijn.

Beluister ook de podcast van het interview met Wessel Krul voor Biografie op de bühne.

Charley Toorop. Een schildersleven
Wessel Krul
Uitgeverij Boom
ISBN hardcover 9789024473793
Verschenen in januari 2026

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 39,90)

Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in