De Nieuwe Mens van Tobie Goedewaagen

Wat bezielt een weldenkend mens om nationaalsocialist te worden? Tot in de jaren tachtig werd die vraag veelal uit morele verontwaardiging gesteld. Sinds Hans Blom in zijn inaugurale rede bij zijn aanstelling als hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam pleitte voor een ‘waardenvrije’ benadering van de Tweede Wereldoorlog – eentje die niet bij voorbaat uitging van een geprononceerd ‘ goed’ en ‘fout’ – zijn de beweegredenen van de collaborateur tot een werkelijk onderzoeksveld van de historicus verheven. In die jonge traditie past ook de biografie van Tobie Goedewaagen door Benien van Berkel. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ze heeft een meesterlijk boek geschreven.

Van Hegel naar Hitler

Tobie Goedewaagen, geboren op 15 maart 1895 in Amsterdam, is de zoon van een succesvolle zakenman – de bankier Cornelis Tobie Goedewaagen – en een kunstzinnige moeder,  Anna Bakker. Broer Jan zet het ondernemerschap van de familie voort, Tobie ontwikkelt zich op het artistieke vlak.  Via de literair criticus Justus Havelaar (1880-1930), zijn mentor, komt Goedewaagen in contact met de kunstenaarskolonie van het  Noord-Hollandse Bergen. Hij leidt het bestaan van een bohemien, heeft dichterlijke aspiraties en huwt beeldhouwster Annie de Roos, met wie hij een zoon krijgt. Goedewaagen adoreert Adriaan Roland Holst en schrijft gedichten in zijn trant. Zijn ware passie ontdekt hij als hij een jaar of twintig is. Via zijn moeder komt hij in contact met de spinozist Johannes Diderik Bierens de Haan, verbonden aan de Internationale School voor Wijsbegeerte die door Frederik van Eeden in de bossen van Leusden in 1916 was opgericht. Goedewaagen schrijft zich in als student filosofie aan de Universiteit van Utrecht en volgt les bij de neokantiaan B.J.H. Ovink (1862-1944), bij wie hij in 1923 ook zal promoveren. Hij stort zich vol overgave op zijn studie, neemt afscheid van zijn kunstenaarsbestaan en van zijn vrouw. In 1928 scheidt hij van Annie de Roos. Het lange haar maakt plaats voor een strakke scheiding, de categorische imperatief voor een Hegeliaanse wereldoriëntatie. Goedewaagen verdiept zich in Der Untergang des Abendlandes van Oscar Spengler – wie niet, in die dagen – en vindt daarin een rechtvaardiging voor zijn cultuurpessimisme. Hij leest Nietzsche en pikt daaruit als een eclectische veelvraat de concepten die zijn denken vorm moeten geven. De Hegeliaanse dialectiek levert de wetenschappelijke methode onder zijn wereldbeschouwing op. Die komt er in het kort op neer dat de Westerse beschaving door decadentie, verweekt liberalisme en individualisme ten dode is opgeschreven. Deze fase moet overwonnen worden door er de antithese van op te zoeken: de Übermensch diende niet de beschaving als hoogste ideaal te koesteren, maar de volksgemeenschap. Als hoogste stadium in die ontwikkeling ziet Goedewaagen de Arische mens. Hij is een overtuigd nationaalsocialist voordat Hitler goed en wel aan de macht is gekomen en zal dat de rest van zijn leven blijven. In 1935 voegt Goedewaagen de daad bij het woord: hij wordt lid van de NSB.

Kultuurkamer

Op 24 november 1940 benoemde rijkscommissaris Seys-Inquart deze Tobie Goedewaagen tot secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. In die hoedanigheid stelde Goedewaagen de Kultuurkamer in. Gemodelleerd naar het zeventiende-eeuwse gildewezen, moest iedere ‘Kultuurwerker’ zich voortaan bij zijn vakgroep aansluiten, wilde hij zijn beroep kunnen uitoefenen. Van de leden werd een Ariërverklaring en pro-Duitse gezindheid gevraagd. Volgens Goedewaagen druiste de Kultuurkamer allerminst in tegen de artistieke vrijheid van de kunstenaar, ‘want vrijheid is geen willekeur, maar vrije gehoorzaamheid uit overtuiging aan een bindend idee.’ Met andere woorden, de kunstenaar behoorde zich weer dienend op te stellen aan de volksgemeenschap waaruit hij is voortgekomen en van wie hij door het expansieve individualisme van de Franse Revolutie is vervreemd. Wanneer dat volk hem niet begrijpt, hebben we met Entartete Kunst te maken. Toen zijn grote voorbeeld Adriaan Roland Holst onder druk werd gezet om lid van de Kultuurkamer te worden, liet deze bij zijn aanvraag weten: ‘Het moet mij van het hart, U te verzekeren, dat Uw afkeuring door mij op hoogen prijs zou worden gesteld.’ Goedewaagen heeft eigenhandig voor een duurzame kentering in het cultuurbeleid van Nederland gezorgd, dat is de ironie van zijn optreden. Vóór de bezetting was dat beleid nagenoeg afwezig. In 1848 proclameerde Thorbecke dat kunst geen regeringszaak was – hij had het vooral over het artistieke oordeel, maar in de praktijk kwam het er op neer dat de overheid zich verre hield van de stimulering der kunsten. Niet alleen vervijfvoudigde Goedewaagen de kunstbegroting, ook stelde hij een instrumentarium in, met kunstsubsidies, prijzen en sociale voorzieningen voor kunstenaars, dat na de oorlog integraal werd overgenomen. Goedewaagen bleef tot januari 1943 aan als secretaris-generaal van het DKV. Hij had geen oog voor de politieke slangenkuil die zich achter de façade van het nationaalsocialistische eenheidsfront bevond.  Enerzijds was er de groep Rauter/Himmler, die Nederland in een Groot-Germaans Rijk wilde opnemen. Anderzijds was er de groep Mussert/Schmidt, die de Groot-Dietse gedachte aanhing. Goedewaagen raakte door zijn gedweep met de SS, waarin hij de vervolmaking van de Arische mens belichaamd zag, gebrouilleerd met Mussert. Die ruzie leidde tot zijn politieke val. Net op tijd, achteraf gezien.

Na de oorlog

Op 15 december 1948 werd Goedewaagen tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld, waarvan hij er vier zou uitzitten. (In 1952 kreeg hij gratie). Daarnaast kreeg hij een publicatieverbod van twintig jaar opgelegd. Tijdens zijn gevangenschap stelde hij op verzoek van Loe de Jong zijn autobiografie op papier. De zogeheten nestor van het goed-foutperspectief sprak de hoop uit dat zijn werkstuk ‘zowel bij onze huidige medewerkers als bij de latere historici het inzicht in de geschiedenis der bezettingsjaren zullen verdiepen.’ Goedewaagen antwoordde: ‘In mijn relaas komen al die gebeurtenissen en opvattingen uit de juridische en moreele sfeer in de historische. Begrippen als ‘fout’ en ‘schuld’ – meestal door begrijpelijke en zelfs vergeefelijke haat- en wraakcomplexen gedirigeerd – verliezen hun scherpe kantjes. En ik vermoed en weet zelfs, dat mijn autobiografie verhelderend zal werken. Wie door haat is verblind kan noch psychologisch, noch historisch iets begrijpen.’ Hoe ik nationaal-socialist werd en was speelde een belangrijk aandeel in zijn gratieverlening, waarin het RIOD positief adviseerde. Wat hij in het relaas en zijn titel verzweeg was dat hij nationaalsocialist bleef. Na zijn vrijlating kreeg Goedewaagen in het wetenschappelijke of journalistieke milieu van Nederland geen poot meer aan de grond. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met het geven van privéonderwijs. Een groter gehoor vond Herr Professor in Duitsland, waar hij zich aansloot bij obscure rechts-radicale bewegingen als die Freie Akademie en lezingen verzorgde over het Liebenswerte. ‘Goed’ en ‘fout’ hebben elkaar nodig om tot het ‘volmaakte’ te komen. ‘In zijn visie was het nationaalsocialisme een noodzakelijke fase in de geschiedenis, die domweg (nog) niet erkend werd door de tijdgenoten,’ aldus Van Berkel.

Benien van Berkel is in de huid van een nationaalsocialist gekropen, of liever gezegd in diens hoofd, en reconstrueert nauwgezet hoe een rechtlijnige, weinig beminnelijke intellectueel in de moeder van alle wetenschappen de rechtvaardiging vond voor volkerenmoord, oorlog en rassenwaan, een thriller van het denken. Als u iets wil begrijpen van de innerlijke beweegredenen van een collaborateur, lees dan Tobie Goedewaagen (1895-1980). Een onverbeterlijke nationaalsocialist van Benien van Berkel. En huiver.

Tobie Goedewaagen (1895-1980). Een onverbeterlijke nationaalsocialist
Benien van Berkel
Uitgeverij Bezige Bij
ISBN 9789023476399
Verschenen april 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,90)
Bestel hier als e-book bij bol.com (€ 14,99)

Recensies

Bart Kromhout in Historisch Nieuwsblad
Bart Funnekotter in NRC
Robin te Slaa in de Volkskrant
Bas Kromhout in Historisch Nieuwsblad

Links

NIOD over Tobie Goedewaagen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here