De desillusies van Kees Boeke

Kees Boeke Daniela Hooghiemstra

Een bepalend moment in het leven van Kees Boeke was zijn reis naar Engeland in 1908. Hij maakte er kennis met de quakers van Noord-Londen en ontmoette zijn toekomstige vrouw, Betty Cadbury. De quakergemeenschap was in het midden van de zeventiende eeuw ontstaan uit protest tegen de Anglicaanse kerk. Zij geloofde in een barmhartige in plaats van straffende God. Een sober leven zonder alcohol maakte contact met het ‘innerlijk licht’ mogelijk. Je had geen kerk nodig om een relatie met God aan te gaan. De quakers waren pacifistisch, stoïcijns en wars van machtsverhoudingen. Kees hervond in die Londense enclave het geloof van zijn grootvader, de doopsgezinde predikant Jan Boeke. Net als de doopsgezinden werden de quakers uitgesloten van overheidsdiensten, waardoor zij gedwongen waren zich in andere regionen van de samenleving te manifesteren. De familie Cadbury werd steenrijk in de cacaohandel. De toekomstige schoonvader van Kees Boeke adverteerde met kleur- en smaakstofvrije chocolademelk, net toen het onbehagen onder consumenten over de industriële massaproductie vorm begon te krijgen. Het kapitaal vloeide grotendeels terug naar de werknemers, in arbeiderscommunes als Bournville, waar het vanwege de groenperken en speelplaatsen voor de kinderen goed vertoeven was. De Cadburys hadden het vermogen, het heilige geloof en de onwankelbare wil om een betere wereld te scheppen. Aan die heilsgedachte had Kees Boeke zich voor het leven gecommitteerd, door zijn huwelijk met Betty Cadbury.

Daniela Hooghiemstra schreef een biografie van Kees Boeke, die de lezer – na een wat warrige en academische inleiding – bij de lurven pakt en hem pas loslaat als Kees Boeke op eenentachtigjarige leeftijd zijn laatste adem uitblaast. Zijn ‘innerlijk licht’ was toen al uitgedoofd. Boeke stierf als een gedesillusioneerd mens. Hoe kon het ook anders.

De werkplaats

De naam van Kees Boeke is vooral verbonden aan De Werkplaats in Bilthoven, waar die betere wereld gestalte moest krijgen. Door het slagveld van de Eerste Wereldoorlog had hij weinig fiducie meer in volwassenen als wereldburgers. Zij waren niet in staat om gemeenschapszin boven eigenbelang, vredelievendheid boven geweld en eigen verantwoordelijkheid boven gezagsgetrouwheid te stellen. In 1926 startten Betty en Kees in het villadorp een schooltje dat aanvankelijk uit vier leerlingen bestond, hun eigen kinderen, maar allengs uitgroeide tot een ‘paedagogisch experiment’ waarin meer gelijkgestemden zich konden vinden. De Werkplaats appelleerde behalve aan het hoofd ook aan het hart van het kind. Handenarbeid werd van net zo’n groot belang geacht als staartdelingen, cijfers werden er niet gegeven. Intussen ageerde Boeke in zijn brochures tegen de invloed van de staat op het persoonlijke geweten van de burger. Vooral het symbool van die verworden standenmaatschappij, het koningshuis, moest het ontgelden. Wilhelmina noemde hij bij voorkeur mevrouw Van Mecklenburg en bij de achttiende verjaardag van Juliana sprak hij de vurige wens uit ‘dat zij nooit op den troon zal komen.’ Het was geen persoonlijke kinnesinne, het ging hem om het instituut. Betty kwam eveneens tot een radicaal besluit: zij wilde haar erfdeel in het vermogen dat haar familie met het cacaopoeder had opgebouwd, teruggeven aan de arbeiders.  Het idealisme van de ‘Boekinezen’ bevatte elementen uit de progressieve wereldideologieën van dat moment, maar Kees moest niets hebben van de dictatuur van het proletariaat of welke dictatuur dan ook. Uiteindelijk paste zijn wereldbeeld in geen enkele politieke of religieuze stroming. Jan Romein zou het onder de ‘kleine geloven’ scharen, de mengelmoes van vegetarisme, spiritisme, boeddhisme en vrijmetselarij die na de eeuwwende een antwoord pretendeerde te geven op de uitdagingen van de moderne tijd. Frederik van Eeden trachtte die in Walden het hoofd te bieden, tolstojanen als Jacobus van Rees stichtten uit eenzelfde oogpunt de Kolonie van Internationale Broederschap in Blaricum. Stuk voor stuk experimenten, aldus Romein, die het werkelijke probleem van de internationale klassenstrijd ontkenden. Het knappe van De geest in dit huis is liefderijk is dat Hooghiemstra deze historische context moeiteloos weet te verweven in de biografie van Kees Boeke, zonder te verkrampen in hoogdravende abstractie, waarin de geschiedenis er met de haren bij wordt gesleept. Dat zou ook een gemiste kans zijn geweest. Daarvoor is het levensverhaal van Kees Boeke te zeer vervlochten met de tragiek van de twintigste eeuw.

De oorlog als uur van de waarheid

Na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 moest Kees kleur bekennen, grijs was geen optie. In de jaren dertig werd De Werkplaats een toevluchtsoord voor joodse kinderen. Boeke sprak schande van het vluchtelingenbeleid van de Nederlandse regering, die de toestroom het liefst aan de grenzen wilde stoppen, bang een bevriend staatshoofd te affronteren. In Westerbork werd alvast een opvangkamp ingericht. Zijn medewerkers van het eerste uur Joop Westerweel en zijn vrouw Willy, evenals de latere schrijver Willem G. van Maanen, wisten wat hun na de Duitse bezetting te doen stond. Zij namen actief deel aan het verzet en zetten de jodenhulp op. Boeke was minder uitgesproken. Hij gaf de keizer wat des keizers was en wilde voor alles De Werkplaats openhouden, ook al moest hij daarvoor in het najaar van 1941 de joodse leerlingen van zijn school verwijderen. Betty kon zich niet verenigen met dit besluit. Vooral het inzenden van de lijst van joodse namen – op gezag van de bezetter – vond zij ‘principieel fout’. Kees bleef bij zijn standpunt dat de joodse kinderen niet gebaat zouden zijn bij sluiting van De Werkplaats, terwijl het de niet-joodse leerlingen zonder meer ‘zou duperen’. Pas in de zomer van 1942, toen de Endlösung in volle gang was, werd hem duidelijk op welk hellend vlak hij zich begeven had. Zijn meest loyale medewerkers zaten toen al lang en breed in het verzet. Kees en Betty boden hulp aan onderduikers en fungeerden als doorgangshuis, maar van een georganiseerde illegaliteit was geen sprake. Na de oorlog werd hem die tweeslachtige houding door Willy Westerweel kwalijk genomen. Zij overleefde ternauwernood het vrouwenkamp van Ravensbrück, Joop werd in kamp Vught geëxecuteerd.

Doorbraak

Intussen bezon mevrouw van Mecklenburg zich op een naoorlogs Nederland. Daarin zou geen plaats meer moeten zijn voor de oude gezagsverhoudingen, laat staan voor de kopstukken die met de bezetter hadden gecollaboreerd. Wilhelmina vond in Willem Schermerhorn, gijzelaar van Sint-Michielsgestel, een bondgenoot voor deze doorbraakgedachte. Schermerhorn zag een eendrachtige samenleving uit de puinhopen van de oorlog herrijzen, gestoeld op een christelijk-humanistische grondslag. Een progressieve volksbeweging zou de hokjesgeest van de partijpolitiek en de verdeeldheid tussen socialisten, liberalen, protestanten en katholieken voorgoed moeten slechten. Toen prinses Juliana bij Schermerhorn informeerde waar ze na de bevrijding het best haar kinderen op school kon doen, liet hij de naam van Kees Boeke en De Werkplaats vallen. Juliana herkende zich in het gedachtegoed van Boeke. Zelfs zijn afkeer van het uiterlijk vertoon van het koningschap deelde zij. De kroonprinses verlangde ‘naar een nieuwe wereld waar niet macht, maar spirituele zuiverheid de dienst uitmaakte en waar niet aardse instituten, maar rechtstreekse communicatie met God de leidraad zou zijn.’ Vanaf september 1945 bezochten Beatrix en Irene De Werkplaats, Margriet volgde in 1948. Met de komst van Marijke werden er plannen gesmeed om ook kinderen met een handicap op De Werkplaats toe te laten. Boeke, ooit de grootste criticaster van de Oranjes, groeide uit tot koninklijk hofleverancier van de gemeenschapsmens. De Werkplaats sloot zich formeel aan bij het lager onderwijs en kreeg een stichtingsbestuur, Schermerhorn werd voorzitter. Boeke verloor daarmee de zeggenschap over zijn geesteskind. Van de gewenste doorbraak kwam niets terecht en in Soestdijk woedde een bittere tweestrijd tussen Juliana en Bernhard over de groeiende invloed van gebedsgenezeres Greet Hofmans aan het hof . Toch was het wel degelijk Juliana die in 1951 een punt zette achter het ‘pedagogisch experiment’. Beatrix voelde zich niet senang op het schooltje van Kees Boeke en Margriet verklaarde nog in 2008 met het nodige dedain dat ze er ‘absoluut niets leerde’. Schermerhorn drong er in het stichtingsbestuur op aan dat De Werkplaats ook zonder Kees Boeke op eigen benen moest kunnen staan. In de zomer van 1953 gooide Boeke de handdoek in de ring. Tijdens zijn zeventigste verjaardag werd hij door de medewerkers en leerlingen van De Werkplaats uitgeleid, met Betty aan zijn zijde. De laatste jaren van depressie en dementie had hij toen nog in het verschiet. Zelfs de viool, waarop hij zijn leven lang Bach ten gehore had gebracht, liet hij onaangeroerd. Die klonk vals, meende hij. Op 3 juli 1966 overleed Kees Boeke in een ziekenhuis in Amsterdam. Tien jaar later verliet Betty het ondermaanse een stuk blijmoediger. ‘There is still a spot and I call it my father.’ Ze had nergens spijt van, zo verzekerde zij haar oudste dochter.

De geest in dit huis is liefderijk. Het leven en De Werkplaats van Kees Boeke (1884-1966) is een ode aan de wereldverbeteraars, die ook maar gewone mensen blijken te zijn. Godzijdank, het maakt de biografie van Kees Boeke door Daniela Hooghiemstra zo buitengewoon boeiend om te lezen.

De geest in dit huis is liefderijk. Het leven en De Werkplaats van Kees Boeke (1884-1966)
Daniela Hooghiemstra
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 9789029586146
Verschenen januari 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,95)

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here