Cécile en Elsa en de strijd om het vrouwenkiesrecht

Er waren eens twee zussen, Cécile en Elsa. Voor hun geboorte schreef vader Jonkheer Jan de Jong van Beek en Donk aan moeder Gravin Anna Nahuys:” Zoo ge ten mijnen genoegen iets aan u zoudt willen veranderen, dat, verklaar ik plechtig, zou mij ongelukkig maken. Volg in hemelsnaam geheel uwe individualiteit. Gij mijne lieve Anna, zijt mij dierbaarder naarmate ik in u eene zelfstandige figuur zie. Och wij worden allen toch zoo ontzaggelijk gedomineerd door het ons omringende; laten we toch beproeven een beetje individueel te zijn.”

Spinoza was een held van het jonge echtpaar, net als Max Havelaar. Nadat Anna zwanger werd, was duidelijk in wiens geest hun kinderen opgevoed zouden worden. In die van Friedrich Fröbel: “De kindergeest moest zich eerst vrij ontplooien, terwijl moeder liefdevol duwtjes gaf in de richting van zelfbeheersing en beteugeling van egoïsme. Tot het uitvallen van de melktanden mochten kinderen niet leren lezen en schrijven. Het kind moest zelf ontdekken en voortbrengen.”
Moeder stortte zich vol overgave in de opvoeding van haar dochters, met dezelfde hartstocht die ze daarvoor aan het schilderen en beschrijven van haar familiegeschiedenis had gegeven. Want dat was wat adellijke dames in die tijd wél mochten doen.

Vader de Jong van Beek en Donk was jurist maar ook columnist die schreef over ‘de sociale kwestie’. Hij noemde zichzelf geen ‘kathedersocialist’, dat begrip werd in die jaren door linkse liberalen als geuzennaam gebruikt. Hij was ”rood doch niet onbeleefd.”
Wanneer Ferdinand Domela Nieuwenhuis het comité voor Algemeen Kiesrecht opricht, krijgt hij geen steun van De Jong van Beek. Die wil eerst het onderwijs hervormen en als de arbeiders geschoold zijn pas algemeen kiesrecht invoeren. Zoals ook zijn dochters later, zoekt hij een weg om de maatschappij te hervormen die niet te radicaal en niet te conservatief is.

Het idealistische adellijke echtpaar was in goeden doen.
Na verhuizing van Utrecht naar Brabant krijgen de zussen een Zwitserse gouvernante.
Die verwijt de meisjes dat ze zo lastig en opstandig zijn door ‘karakterfouten’. Dat is iets dat ze nog nooit van hun ouders gehoord hebben. “Papa en mama geloofden niet in het breken van het ego om het karakter te vormen, alleen in morele zelfontwikkeling.”

Else schrijft als kind, bij het trouwen van de gouvernante: “Het huwelijk is zoiets verschrikkelijks, hoe meer ik er aan denk, hoe groter mijn afschuw.”
De familie Beek en Donk leek voorbeschikt tot het tot stand brengen van grote, vooruitstrevende werken. “Vader constateerde met plezier dat zijn dochters wezens waren met vele ‘ viriele’ karakters, die hij vrouwelijk noemde, terwijl hijzelf en zijn zoon juist meer feminiene eigenschappen hadden.”

Cécile en Elsa zijn in hun jeugd idolaat van componist Richard Wagner en schrijver Emile Zola. In hun beschermde wereldje op het landgoed van kasteel Eikenlust bij Beek en Donk kunnen zij de wereld zo mooi maken als zij die graag willen zien.
De zusjes beginnen een ‘Bond ter bestrijding eener Gruwelmode’, die strijdt tegen gebruik van vogelveren in de mode. Heel veel jaren later zal hieruit de Vogelbescherming ontstaan.

De realiteit blijkt ook in die dagen een stuk weerbarstiger. Het nastreven van al die idealen heeft een hoge prijs. Moeder Anna gebruikt voor 50 gulden per maand aan morfine, in die tijd een fortuin. Ze is er na de verhuizing mee begonnen om haar overprikkelde zenuwgestel tot rust te brengen.
Ze gebruikt de dan populaire drug tegen angstaanvallen en is verslaafd geraakt. Cécile gaat met haar moeder naar huisarts Catherina van Tussenbroek, na Aletta Jacobs de tweede vrouwelijke arts van het land. Samen met familiearts Fles wil die dat moeder stopt met de morfine en op consult gaat bij Frederik van Eeden.

Elsa krijgt kennis aan Auguste van Lanschot, jawel die van de Van Lanschotbankiers. Hij maakt haar het hof maar door het verschil van geloof is een open relatie onmogelijk… August groet haar amper als hij haar tegenkomt op straat in Den Bosch. Ze schrijft: “Wat zijn die kleine Roomsche Bosschenaren voor mij? Moet ik mij bukken mijn leven lang om hun groet te blijven ontvangen?”

Ze besluit niet toe te geven aan de verleidelijke gedachte dat ze net als haar oudere zus Cécile trouwt met een man met groot fortuin en de daarbij behorende landgoederen. “Ik vond Auguste’s immens fortuin een aardige bijsmaak aan de zegepraal die ik over het catholicisme zou willen behalen.”

Cécile dacht ondertussen dat ze haar zus kon laten doen wat haar niet lukte. Zij was immers druk met het organiseren en financieren van de eerste tentoonstelling van vrouwenarbeid en moest er ook voor haar depressieve echtgenoot zijn.
Cécile is met Goekoop getrouwd in de gedachte ‘ hem wel te kunnen veranderen’ maar ook om met het fortuin van de familie Goekoop haar toekomst en die van de rest van haar familie veilig te stellen. Vader Jan eiste dat zijn oudste dochter in gemeenschap van goederen trouwt, Goekoop weigerde dat.

Nadat Jan de Jong van Beek en Donk overlijdt, zal Adriaan Goekoop, die zich op verzoek van Cécile Paul laat noemen, zich tijdens hun huwelijk financieel inderdaad ontfermen over de familie van Cécile. Oudste broer Jan leeft op zijn kosten, en hangt maar wat depressief rond. Uiteindelijk zal hij het toch nog tot Gouverneur van Curacao brengen. Later gebruikt Cécile zijn geld ook om moeder Anna en zus Elsa en haar gezin te ondersteunen.

Elsa gaat met jeugdig elan, en op aandringen van zus Cécile en de andere strijdlustige jongedames in haar omgeving, Rechten studeren. Er zijn in die tijd twee vrouwelijke artsen in ons land aan het werk, maar de eerste juriste moet zich nog melden.

Het gezin Elsa en Alphons met dochters-Joanna en Thea (1910)

Maar Elsa stopt met haar studie en trouwt met Alphons (Fons) Diepenbrock, de componist. Hij is onder de indruk van haar strijdlustige en intelligente uitstraling. “Het genie dat deze schoonheid kan scheppen, was haar betere ik. Hij zou haar het hoogste geven dat er op aarde bestond, zijn kunst. Zij zou hem het beste van zichzelf geven.“

Fons probeerde van zijn muziek te leven en kwam vanuit een ‘zwaar katholiek nest’ in de vrijgevochten Amsterdamse muziekwereld terecht. Hij is van zijn geloof gevallen, maar als hij met Elsa wil trouwen en zijn ouders alleen akkoord willen gaan als Elsa de kinderen katholiek op zal voeden, doet hij niks. Elsa en hij gaan uit elkaar.
Omdat zij die nederlaag niet kan verkroppen gaat ze naar zijn ouders toe om hen over te halen haar als schoondochter te aanvaarden. Uiteindelijk zwicht Elsa voor het ‘geloofsargument’. Deze strijd was voor de protestantse Elsa niet te winnen. Ook niet als Cécile hoogstpersoonlijk naar de paus afreist om dispensatie voor het huwelijk te vragen. Die krijgen ze niet. Elsa trouwt en zal zich toeleggen op een rol als ‘ de vrouw van’.

Cécile schrijft de eerste feministische roman, Hilda van Suylenburg. (Hilda Verwey-Jonker is naar dit boek vernoemd). Ze doet dat terwijl op de achtergrond man Paul Goekoop depressief thuis zit.
Cécile:”Niets is zoo machtig om eigen smart op den achtergrond te dringen, als het zich hartstochtelijk absorbeeren in een groot algemeen belang. Het werkt als een hefboom, ons oprichtend uit de diepten van zelfmedelijden en zelfzuchtig neerzitten.”

Ze laat haar personage in het boek zeggen: “ Een vrouw moet haar geweten volgen, niet haar man anders is ze laf en onzedelijk.”
Het boek wordt een bestseller, het wordt in meerdere talen vertaald en is het best verkochte boek aan het eind van de 19e eeuw in Nederland. “Doe jij dat eens”, schrijft Albert Verwey aan Lodewijk van Deyssel. Recensent Frans Netscher oordeelt: “ Dit boek is geschreven door een slecht artiest, maar door een goed mensch.”
Later schreef Cécile ook nog de boeken Lilia (1907) en Bij de waskaarsen (1930).

En dan is er nog de tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898. Cécile is voorzitter van het organiserend comité. Cécile is eerder met echtgenoot Paul op bezoek geweest in de VS, in Denver in de staat Colorado. De staat waar vrouwen als eersten ter wereld kiesrecht kregen, op 7 november 1893. Daar is dan de Wereldtentoonstelling met een speciaal gebouw Womans’ Building, waarin aandacht is voor de positie van de vrouw. Nederland blinkt uit door afwezigheid, veroorzaakt door ruzie tussen de dames van ‘Tesselschade’ en die van ‘Arbeid adelt’. Cécile is vastberaden niet nogmaals zo’n flater te slaan.

Cornelie Huygens, een medestrijdster die als schrijfster haar brood verdient, organiseert een dienstbodencongres. Voor het eerst werd een publiek toegesproken door een dienstbode. Dieuwertje Auwerda rekende voor dat ze een uurloon van 2 cent kreeg, voor een 100-urige werkweek. Er woedt een scherpe strijd tussen de socialisten en de feministen. SDAP voorman Pieter Jelles Troelstra noemt het feminisme ‘de nabloei’ van het kapitalisme. Ze, de feministen, moesten uit het vaarwater van de arbeidsters blijven. “Dat ze hun interesse voor de Arbeidersmassa legitimeerden met het argument van beschavende invloed vond de SDAP aanmatigende betutteling.”

Cécile zegt over Wilhelmina Drukker: ”Drukker is vakemancipatrice met al de bekrompen ijver van vakmenschen, en hoewel ik geloof aan de noodwendigheid van haar bestaan, is zij mij zeker niet symphatiek. Tussenbroek daarentegen is dokter, maar emancipeert een stukje wereld door haar zijn zelf.” Dokter Van Tussenbroek leeft openlijk samen met een vrouw, adviseert vrouwen te gaan fietsen en is tegen voorbehoedmiddelen. Door dat laatste botst ze met Aletta Jacobs.

De tentoonstelling is een enorme prestige-kwestie geworden. Vooral ook doordat regentes Emma en de prille koningin Wilhelmina op bezoek komen bij de kibbelende dames.

Waarom hebben wij op school niet over deze dames gehoord? Het boek en de tentoonstelling hebben veel mensen bewust gemaakt en gesteund in de sociale strijd die overal aan het uitbarsten was.
Natuurlijk komt dat omdat het aandeel van vrouwen in de geschiedenis vaker onderbelicht is gebleven. Maar waarschijnlijk is het ook omdat de zussen hun idealisme, hoe elitair en snobistisch ook in sommige ogen, moesten bekopen met vernedering, afkeer en verraad.

Cécile laat zich scheiden van haar man. Die blijkt, ondanks de financiële steun aan de carrière van zijn vrouw, toch gelukkiger te worden van een vrouw die hem, en niet het werk, op de eerste plaats zet. Hij verandert zijn voornaam weer van Paul in Adriaan en trouwt met Johanna Suzanne de Jongh en krijgt drie kinderen met haar. Adriaan Goekoop zal bekend blijven als amateur-archeoloog, de eerste eigenaar van park Sorghvliet en bewoner van het Catshuis in Den Haag.
Cécile verhuist naar Frankrijk en zet haar frustratie en ontgoocheling over het verraad van echtgenoot en van haar zuster Elsa die zijn kant kiest, om in een fanatiek katholicisme. Ze trouwt met een gevluchte Poolse jood en weduwnaar Michel Frenkel die haar volgt in zowel het geloof als in een steeds fanatieker wordende nationalisme. Met hem krijgt ze haar enige kind, Pierre Michel.

Ook Elsa’s huwelijk komt in zwaar weer terecht. Fons Diepenbrock krijgt, na zijn succes, een verhouding met zijn leerlinge Johanna Jongkindt .
Elsa begint op haar beurt een verhouding met een vertrouweling van Fons Diepenbrock, Matthijs Vermeulen. Die belooft, ondanks dat hij op jonge jongens valt, haar een jaar lief te hebben. En hij houdt woord. Maar wanneer Elsa meer dan dat jaar wil, verlaat hij haar. Hij zal in 1946 trouwen met de jongste dochter van Elsa, Thea.

En zo zijn twee levens die begonnen met de beste bedoelingen en de hoogste idealen, afgedaald in de krochten van de menselijke verhoudingen. De levens van deze twee zussen zijn door Elisabeth Leijnse zo volledig in beeld gebracht, dat alleen het vlechtwerk al meer dan de moeite waard is om te bekijken.
Interpreteren deden de dames zelf overvloedig en dankzij een kist vol met brieven heeft de biografe 12 jaar gewerkt aan een dubbelbiografie die echt meer dan de moeite van het lezen waard is.

Er staat namelijk nog zoveel meer in deze biografie. Je komt bij het lezen Louis Couperus tegen, die wel of niet zijn personages op die in Hilda van Suylenburgh baseerde. Je leest over Frederik van Eeden en Lodewijk van Deyssel. Over dirigent Willem Mengelberg en componist Gustav Mahler . Te veel om op te noemen. Deze biografie leest het beste in kleine stukjes, juist vanwege al die lezens- en vooral ook wetenswaardige details. Maar de veelheid aan informatie doet af en toe ook wel de gedachte opkomen of het niet wat minder had gekund.

Cécile en Elsa, strijdbare freules. Een biografie
Elisabeth Leijnse
Uitgeverij De Geus
ISBN 9789044534825
Verschenen in november 2015

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 17,50)
Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,95)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 13,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 17,50)
Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 29,95)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 14,99)