Max Blokzijl en het vrije woord

‘De journalist Max Blokzijl werd na de bevrijding van Nederland door een “Bijzonder Gerechtshof” ter dood veroordeeld en geëxecuteerd om wat hij gezegd had,’ zo begint Kees Schaepman zijn biografie van de NSB-voorman. Wellicht meer nog dan leider Anton Mussert was Blokzijl voor de ‘gewone’ Nederlander de stem van de NSB tijdens de Bezetting. Zijn radiopraatjes werden door vriend en vijand gretig beluisterd. In zijn ‘causerieën’ besprak hij, uiteraard met een nationaalsocialistische bril, de toestand in de wereld. Blokzijl fulmineerde tegen de ‘heren radiosprekers in de Londensche schuilkelders’ en erkende daarmee impliciet dat een deel van zijn luisteraars ook op Radio Oranje afstemde. Hij wilde het Nederlandse volk ervan overtuigen dat ‘de Joodjes aan de overkant’ gemakkelijk praten hadden. Intussen nodigde hij opponenten uit hem eens te komen opzoeken, ‘opdat we onder vier oogen rustig argument tegen argument zouden kunnen stellen’. Die redelijke toon werd hem tijdens zijn proces in 1945 vooral kwalijk genomen. Volgens Procureur-fiscaal Johannes Zaaijer oversteeg Blokzijl ‘het malle gedoe en dolzinnige gebral van de NSB’, waardoor zijn invloed veel verderfelijker was dan die van de doorsnee propagandist. ‘Hij kende de gevoelens van ons volk door en door,’ aldus Zaaijer. Blokzijl was de eerste NSB-er die ter dood veroordeeld werd. Mussert volgde drie maanden later.

Bon vivant

Schaepman vertelt het levensverhaal van Max Blokzijl met vaart. Geboren op 20 december 1884 in Leeuwarden, groeit Blokzijl op in een onstabiel gezin. Als hij twaalf is, gaan zijn ouders uit elkaar. Zijn vader, een militair, is de grote afwezige tijdens zijn jeugd in Den Haag. Zijn moeder blijkt psychisch labiel te zijn en komt in een inrichting terecht. Desondanks acht Blokzijl zichzelf een zondagskind. Zijn autobiografische geschriften lopen bepaald niet over van zelfmedelijden, eerder van een jongensachtige bravoure die lijkt op de twee jeugdromans die hij geschreven heeft. Met collega Jean-Louise Pisuisse van het Algemeen Handelsblad vormt hij, bij wijze van journalistiek experiment, in 1907 een gelegenheidsduo. Ze treden op als de Italiaanse straatmuzikanten Napthalie de Rosa en Joseph Pardo. De act heeft zoveel succes dat er een jaar later een wereldtournee volgt. Blokzijl keert uiteindelijk terug naar de redactieburelen van het Algemeen Handelsblad, Pisuisse volgt zijn hart en gaat verder als troubadour, totdat hij in november 1927 op het Rembrandtplein wordt doodgeschoten door de minnaar van zijn vrouw.

Correspondent in Berlijn

Als correspondent in Berlijn maakt Max Blokzijl de opkomst van het nationaalsocialisme mee. Zijn aanvankelijke scepsis – hij vindt Hitler maar een machteloze Streber en ergert zich aan ‘het groote mondwerk’ van Goebbels– slaat om in bewondering naarmate de ‘sociale revolutie’ van de NSDAP in het Derde Rijk gestalte krijgt. Blokzijl, de officierszoon, bewondert het militaire machtsvertoon van de nazi’s en deelt hun weerzin tegen ‘entartente Kunst’. In 1935 wordt hij heimelijk lid van de NSB. Een openlijke steunbetuiging aan Mussert zou hem zijn baan hebben gekost bij het Algemeen Handelsblad.

Geen modelambtenaar

Tijdens de Bezetting stelt Tobie Goedewaagen – secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten – Max Blokzijl aan als hoofd van het perswezen. Blokzijl is allerminst een modelambtenaar en laat de dagelijkse beslommeringen van het departement over aan zijn directe medewerkers M.A van Huut en H.A. Goedhart. Die gaan voortvarend te werk in de nazificering van de Nederlandse pers. Ook binnen de partij maakt Blokzijl furore. Mussert stelt hem in 1942 aan als leider van de Hoofdafdeling Pers en Propaganda van de NSB. Beiden geloven in een federalistische statenbond met Duitsland, waarin Nederland een zekere mate van zelfstandigheid blijft behouden. Met die opvattingen komt Blokzijl lijnrecht tegenover zijn directe baas Goedewaagen te staan, want die zag een Groot-Germaans Rijk aan de einder gloren. Blokzijl blijft tot de laatste stuiptrekking van het naziregime op zijn post, de geruchten van zijn vaandelvlucht tijdens de bevrijding van Noord-Nederland ten spijt. Op 6 mei houdt hij zijn laatste radiopraatje. Hij belooft  zijn luisteraars terug te komen.

Blokzijl tijdens zijn proces in september 1945. Bron: Rijksmuseum (cc0)

Slotpleidooi

Het is vreemd dat Schaepman de epiloog van zijn biografie door iemand anders liet schrijven. Een epiloog behoort tot de ‘logos’ van je verhaal, het is de plaats bij uitstek om tot een afsluiting, verantwoording of slotsom te komen van wat je intenties waren als auteur. Die exercitie gunt hij aan Rudie Kagie, die een nogal eclectisch overzicht geeft van een aantal slachtoffers van het vrije woord, van Galileo Galilei tot Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Hoe het levensverhaal van Max Blokzijl daarin past, blijft voor mij een raadsel. Je mag de strafmaat ter discussie stellen of vraagtekens zetten bij de rechtsgang van het proces-Blokzijl. Zo is het merkwaardig dat Blokzijl formeel niet is aangeklaagd voor zijn rol als chef van het perswezen, waarmee hij medeverantwoordelijk was voor de gelijkschakeling van de schrijvende pers tijdens de Bezetting. Ook zijn boosaardige rol in de vervolging van Titus Brandsma kwam niet aan de orde. Schaepman roept met zijn biografie terecht de vraag op of op grond van de tenlastelegging de doodstraf gerechtvaardigd was. Maar daarin is hij bepaald niet de eerste. Zie bijvoorbeeld de studie van Guus Belifante over de Bijzondere Rechtspleging in Nederland of de biografie van Max Blokzijl uit 1988 door René Kok, waarvan Schaepman inderdaad, zoals hij in zijn inleiding vermeldt, veelvuldig ‘dankbaar gebruikgemaakt’ heeft. En om Blokzijl in een historisch exposé op te voeren als een slachtoffer van het geknechte vrije woord? Dan denk ik bij de periode van de Bezetting toch eerder aan Wim Speelman, medeoprichter van verzetskrant Trouw in 1943 en gefusilleerd op 17 februari 1945 in Halfweg. Of aan An Brendel-Jansen van Vrij Nederland, omgekomen in Ravensbrück in november 1944. Of aan drukkers als Paul Bakker (1900-1945) en Marinus Bolk (1904-1942), de koeriers Jan Edel (1905-1942) en Douwe Feikema (1914-1945). Ad infinitum.

Klik hier voor het interview van Marita de Jong met Kees Schaepman.

Max Blokzijl. Opkomst en ondergang van een journalist
Kees Schaepman
Walburg Pers
ISBN 978962494893
verschenen in november 2020

Bestelinformatie


Bestel als hardcover bij bol.com (€ 24,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here