Volker Ullrichs Hitler-biografie: voorlopig de nieuwe standaard

De Hitler-biografie van Volker Ullrich is een grandioze, meeslepende levensbeschrijving die niet onder doet voor de klassieke, ook tweedelige biografie van de Britse historicus Ian Kershaw.

Destijds, een kleine 20 jaar geleden, werd verondersteld dat Kershaws meesterwerk misschien wel voor altijd de niet te overtreffen standaard zou zijn. Nog steeds is het een onmisbare klassieker, maar intussen is er zoveel meer diepgravend onderzoek gedaan naar nazi-Duitsland in al zijn facetten, dat een nieuwe biografie niet kon uitblijven.

Het eerste deel van Ullrichs magnum opus (Adolf Hitler. Opkomst) verscheen in 2013 en werd lovend ontvangen. Teneur van de kritiek: dit is een boek dat een nauwgezet, persoonlijk portret schetst van de nazi-leider, van zijn jeugdjaren in Oostenrijk tot de grootse viering van zijn vijftigste verjaardag in Berlijn in april 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Ullrich heeft een open oog voor Hitlers sterke en zwakke punten, als mens en politicus, voor zijn grote retorische vermogens, zijn ‘gedachtegoed’ en zijn gewetenloze, aanvankelijk effectieve manier van politiek bedrijven. Hij zegt zelf:

“Als ‘het geval Hitler’ ons iets leert, dan dit: hoe snel een democratie kan verdwijnen als de politieke instituties en de maatschappelijke krachten te zwak zijn en verzuimen om de totalitaire verleiding het hoofd te bieden.”

En Ullrich knoopt daar een waarschuwing aan vast: de nazitijd laat pijnlijk nauwkeurig zien waartoe mensen in staat zijn als alle rechtstatelijke en morele normen en waarden buiten spel worden gezet.

De ondergangsjaren

In het tweede en afsluitende deel beschrijft Volker Ullrich de ondergangsjaren, van de inval in Polen tot de zelfmoord van Hitler en de capitulatie van nazi-Duitsland in 1945.

Ullrich brengt de ondergang van Hitler stap voor stap in beeld, in 18 hoofdstukken. Hij maakt daarbij gebruik van de enorme hoeveelheid documenten, onderzoeken, (oorlogs)dagboeken van generaals en tijdgenoten, rapporten van de Sicherheitsdienst (SD) over de stemming onder de Duitse bevolking en andere getuigenissen uit de eerste hand die over Hitler en het Derde Rijk zijn verschenen.

Ullrich laat zien hoe de dictator van een zelfverzekerde bluffer veranderde in een onzekere, zieke oude man, die anderen de schuld gaf van de catastrofale ontwikkelingen op het slagveld, in Rusland en later aan het westelijke front.

Na de oorlog is Hitler door enkele van zijn generaals weggezet als een knoeier zonder wie de oorlog misschien nog wel gewonnen had kunnen worden. Maar Ullrich laat zien dat Hitler allesbehalve een hopeloze amateur was die Duitsland naar de afgrond voerde.

Veel beter dan de professionals wist Hitler wat het betekende om een moderne oorlog te voeren. Instinctief voelde hij als geen ander aan wat de zwakke punten van zijn tegenstanders waren en wanneer hij moest toeslaan. Hitler klaagde voortdurend over talmende generaals die hij slap en incompetent noemde.

Maar zelfkritiek kende hij niet en Hitler leed op cruciale momenten aan een roekeloze zelfoverschatting.

Met operatie Barbarossa wilde hij Sovjet-Rusland in de zomer van 1941 in een paar weken op de knieën dwingen, net zoals hij daarvoor Polen en de westerse Europese landen had verslagen (op Groot-Brittannië na). Maar de Duitse troepen liepen in december vast voor de poorten van Moskou. Vele Duitse soldaten vroren dood omdat ze geen winterkleding hadden meegekregen. Nog bleef een totale catastrofe uit, maar na het mislukte Duitse zomeroffensief in Rusland in de zomer van 1942 en de nederlaag bij Stalingrad, wist Hitler dat hij de oorlog niet meer kon winnen.

Bundesarchiv, Bild 146-1971-61 / (CC BY-SA 3.0)

Tot elke prijs standhouden

Tegen beter weten in, schrijft Ullrich, verbood Hitler zijn bevelhebbers om grondgebied prijs te geven. Hij onderschatte stelselmatig de Russische gevechtskracht en dacht stand te kunnen houden tot hij over een ‘wonderwapen’ beschikte om zijn vijanden te vernietigen. Wie pleitte voor een tactische terugtrekking (maar bijna niemand durfde dat) werd in een woedende tirade terechtgewezen.

Ofschoon Hitler wist dat Duitsland verloren was, deed hij “onzinnige pogingen” om het tij te keren: het offensief bij Kursk in 1943 (de grootste tankslag uit de geschiedenis) en het Ardennenoffensief in 1944. Beide pogingen om de oorlog een wending ten goede te geven, mislukten.

Het was gedrag dat bij Hitler paste. Weer toonde hij zich de va-banquespeler die hij altijd was geweest, de roekeloze gokker die met de hoogst mogelijke inzet alles of niets speelde, onverschillig voor de gevolgen.

Medeschuldigen en profiteurs

Ullrich schrijft natuurlijk uitvoerig over de Shoah. Hij haalt recent onderzoek aan waaruit blijkt dat zeker 200.000 tot 250.000 Duitsers en Oostenrijkers direct bij de deportatie en vernietiging van de Europese Joden betrokken waren. Daarnaast hebben miljoenen mensen van de moord op de Joden geprofiteerd.

Nooit heeft Hitler een schriftelijk bevel gegeven om met de vernietiging te beginnen. Maar dat was ook niet nodig, constateert ook Ullrich. De dictator had immers jaar in jaar uit, in Mein Kampf en in vele ‘Hetztiraden’, over de uitroeiing van de Joden gesproken. De Neurenberger rassenwetten (1935) en de Kristallnacht (1938) waren belangrijke stappen in het proces van ‘uitsluiting’ en ’verwijdering’. En na de inval in Polen in september 1939 wisten alle betrokkenen wat hun te doen stond. De vernietigende Jodenhaat kreeg een ongekende dynamiek. Miljoenen Poolse Joden waren binnen het machtsbereik van de nazi’s gekomen.

Er ontstond een wisselwerking tussen ‘Berlijn’, politiediensten, de Wehrmacht (het gewone leger), de SS en allerlei vaak lokale collaborateurs, in een moorddadig proces dat Ian Kershaw omschreef als “working towards the Füher”. De vernietigingskampen van Auschwitz, Sobibor, Treblinka, Majdanek, Chelmno en Belzec waren het macabere eindstation.

Hitlers Jodenhaat kwam niet uit de lucht vallen, zijn inspiratie vond hij bij haatpredikers die in een Duitse traditie stonden. Maar de uiterste consequentie van de Jodenhaat werd door Hitler zelf getrokken. De Joden moesten “verwijderd” worden, “weggesneden uit het Duitse lichaam als een kankergezwel”, “uitgeroeid”.

Vernietiging en zelfvernietiging

Uit de biografie van Ullrich rijst onder meer het beeld op van een man die ten diepste werd gedreven door een verlangen naar vernietiging en, uiteindelijk, zelfvernietiging. Hitler had vaak genoeg gezinspeeld op zelfmoord als laatste uitweg. Hij verachtte generaals die zich op het slagveld overgaven in plaats van zich een kogel door het hoofd te schieten.

De dictator ensceneerde zijn eigen dood in de puinhopen van het belegerde Berlijn, alsof hij de hoofdrol speelde in een ondergangsopera van Richard Wagner. Hij wilde niet uitwijken naar de relatieve veiligheid van de Beierse Alpen, maar bleef. In deze duistere wereld schoof hij op stafkaarten met divisies die allang niet meer bestonden. Van een enkele medewerker nam hij afscheid, hij voelde zich overigens verraden en in de steek gelaten.

Trouw tot in de dood

Hitler en Eva Braun in 1942 in Berchtesgaden

Eva Braun, zijn loyale vriendin, reisde van Zuid-Duitsland naar Berlijn om met de dictator te trouwen en met hem in de bunker te sterven. Zij beet een gifpil door, Hitler schoot zich door het hoofd. In de vernietigende en negatieve scheppingskracht van zijn eigen Götterdämmerung vond de anti-kunstenaar zijn lotsbestemming. De lijken werden verbrand, zodat de Russen de stoffelijke resten niet in triomftocht mee terug konden nemen naar Moskou.

In de dagen voor zijn zelfmoord was een deel van zijn entourage min of meer op zijn post gebleven. Feestend en drinkend probeerde men zijn doodsangst te bezweren, terwijl diep beneden de dictator toeleefde naar zijn einde.

Zijn Rijkspropagandaminister Goebbels bleef er tot het bittere einde van overtuigd dat de komende generaties Hitler zouden vereren als de grootste staatsman die Duitsland ooit had voortgebracht. Maar ook hij pleegde liever zelfmoord dan voor een oorlogstribunaal van de grootheid van Hitler en het Derde Rijk te getuigen.

Hitler. Opkomst en Ondergang
Volker Ullrich
Arbeiderspers
ISBN 9789029536165
Verschenen in april 2019

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 59,00)

Koop bij bol.com Bestel als paperback bij bol.com (€ 59,00)
Gert Klück
Gert Klück
Gert Klück is eindredacteur en radionieuwslezer bij het NOS Journaal. Voor de NCRV en STAD Radio Amsterdam presenteerde hij programma's over kunst en cultuur.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

2 REACTIES

  1. Inhoudelijk helemaal mee eens, kolossaal meesterwerk. Zeer storend zijn de vele fouten in het boek. Vertalers en redactie hadden blijkbaar een haastklus. Van typfouten tot verkeerde data. Verder te duidelijk zichtbaar dat er meerdere vertalers waren: Göring en Goering, Gauleiter en gouwleider(s) enz.
    Probleem deed zich overigens ook in deel 1 voor.

  2. Niet enkel typfouten en verkeerde data maar ook plaatsnamen staan verkeerd vermeld: op pag. 91 staat genoteerd dat een Duits vliegtuig in 1940 nabij de Belgische plaats Mechelen een noodlanding maakte. Dit moet Mechelen-aan-de-Maas (huidige Maasmechelen) zijn. Beide plaatsen liggen 120 km van mekaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in