Barack Obama volgens David Maraniss

‘Herinneringen,’ antwoordt Barack Obama, wanneer een vriendin hem vraagt waarom hij zo jaloers op haar is. Hij is jaloers op haar herinneringen. Wellicht is het een sleutelpassage in Dreams from my father, de autobiografie die Barack Obama in 1995 publiceerde. Zijn politieke loopbaan was nog nauwelijks begonnen. In het voorwoord waarschuwt hij de lezer het verhaal niet te letterlijk te nemen: een groot aantal personen die hij in zijn leven heeft ontmoet is samengevoegd tot één personage, hij prefereert de logica van het verhaal  boven de dictatuur van de chronologie. Obama, die al vroeg literaire ambities koesterde, heeft zijn levensverhaal volledig gefictionaliseerd. Voor zijn politieke tegenstanders is Dreams from my father koren op de molen bij pogingen hem als leugenaar te ontmaskeren, voor de onpartijdige lezer is het een verslag van een zoektocht naar culturele identiteit, wat ook bedoeling is van de auteur. De levensgeschiedenis van Barack Obama is zo complex dat herinneringen er nauwelijks toe doen om dat bestaan te kunnen duiden, daarvoor is een coherent verhaal nodig. Barack Obama is de zoon van een Keniaanse vader en een Californische moeder, een Afro-Amerikaan die grotendeels is opgevoed door blanke grootouders, een islamiet (volgens zijn inschrijvingsformulier van de High School) wiens religieuze en maatschappelijke vorming voornamelijk door zevende-dags adventisten ter hand werd genomen, een burgerrechtenactivist die zich moest verdiepen in de verontwaardiging van Marther Luther King voordat hij die zich eigen kon maken, een buitenstaander die president werd van de Verenigde Staten van Amerika.

Barack Obama

Voorgeschiedenis

In feite vertelt David Maraniss met zijn biografie van Barack Obama het verhaal nog een keer, maar dit maal zonder de toeters en bellen. De eerste zeven hoofdstukken van Barack Obama. Het verhaal handelen over Kansas en Kenia, over rassenhaat in de Verenigde Staten en stammenstrijd in Afrika en over mensen die het gezond verstand laten zegevieren boven de kleingeestigheid van hun rurale afkomst. Daarmee effenden ze het pad, onbewust natuurlijk, voor een gekleurde jongen naar het Witte Huis. Stanley Dunham, de grootvader van Barack Obama, kreeg als oorlogsveteraan de kans een universitaire studie te volgen. Na zijn repatriëring verliet hij de uitgestrekte vlakten van het midwesten. Hij vestigde zich met zijn gezin in San Francisco, dat na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog een ongekende  – en onverwachte – economische bloei beleefde. Californië was met de Boeingfabrieken het hart van de oorlogsindustrie; Madelyn Dunham – Obama’s grootmoeder – werkte er als opzichter aan de B-29, de ‘vliegende forten’ die de Japanse steden hadden platgebombardeerd. Zij was een van de vrouwen die gesterkt en geëmancipeerd uit de oorlog kwam, maar na Victory-day plaats moest maken voor de massaal huiswaarts kerende frontsoldaten. Uiteindelijk waren het de Kennedy’s die de ouders van Obama samenbrachten. Zij financierden uit hun privékapitaal in 1959 de ‘luchtbrug’, die het voor jonge, getalenteerde Afrikanen mogelijk maakte een opleiding in de States te volgen. Afrika had intellectuelen nodig, die het continent in het postkoloniale tijdperk, dat er zat aan te komen, moest behoeden voor het communisme. Barack Hussein Obama senior studeerde in 1960 op Hawaii. Hij was flamboyant, knap, zelfverzekerd en intelligent; kortom, een ‘charismatische en fascinerende figuur’. Ann Dunham, de dochter van Stanley en Madelyn, studeerde ook in Honolulu en viel voor hem als een blok. Hij verzweeg dat hij in Kenia al een vrouw en twee kinderen had. Toen ze in het najaar van 1960 zwanger van hem raakte, besloten ze met elkaar te trouwen. Formeel hield het huwelijk nog geen drie jaar stand, in werkelijkheid had de breuk tussen de Afrikaanse dandy en de Amerikaanse tienermoeder veel eerder plaatsgevonden. Ann vertrok kort na de geboorte van haar zoon naar Seattle, om er haar studie op te pakken en te ontsnappen aan de man met wie niet viel samen te leven. Behalve charismatisch, was Obama Senior ook een schuinsmarcheerder en een drinkebroer. De Vreemdelingendienst hield hem vanwege zijn polygame praktijken nauwlettend in de gaten. In 1964 keerde hij terug naar zijn vaderland. Kenia kende dat jaar zijn eerste vrije verkiezingen, de onafhankelijkheid was er uitgeroepen. Barack Hussein Obama werd vergezeld door een blanke vrouw, Ruth Baker, die ook niet wist dat in Kenia een gezin op hem zat te wachten.

Nog meer onthechting

Ann had inmiddels een nieuwe partner leren kennen, een Indonesiër dit keer; zij trouwden op Molokai. Barry, zoals Barack Junior werd genoemd, verbracht zijn lagereschooltijd op Java. Hij leerde er het Bahasa Indonesia en zong ’s ochtends enthousiast de revolutionaire kinderliedjes mee. Voor een opstel schreef hij moeiteloos ‘cita-cita saya adalah ingin jadi presiden’ – ‘op een dag wil ik president zijn’. In 1972 keerde Ann naar de Verenigde Staten terug, om er antropologie te studeren en haar wonden te likken: ook haar tweede huwelijk was op de klippen gelopen. Kort na aankomst ontving ze een briefje uit Kenia, Barack Obama Senior wilde zijn zoon zien. Het zou de enige keer zijn dat Barry zijn vader in levende lijve ontmoette. Het werd een deceptie. Hij mocht van zijn nieuwbakken vader geen televisie kijken en moest op folkloristische muziek dansen die Barack Senior uit Kenia had meegebracht. ’s Avonds was zijn moeder in tranen: haar ex had doodleuk voorgesteld in Afrika hun leven te hervatten, terwijl daar inmiddels twee echtgenotes zijn koters aan het verzorgen waren. Ann peinsde er niet over. Haar toekomst lag in antropoligisch onderzoek, in Indonesië. Haar zoon liet ze achter in Honolulu, bij haar ouders. Barry ontdekte in zijn puberteit dat hij, behalve half blank, ook half zwart was. Hij verdiepte zich in de zwarte schrijvers – Baldwin, Ellison, Hughes; hij was gefascineerd door Malcom X en raakte van zijn stuk toen die beweerde dat hij het blanke bloed dat door zijn aderen stroomde zou willen verwijderen. ‘Het blanke bloed dat door Obama stroomde, had geen gewelddadige geschiedenis…Hij had geen vrouwelijke voorouder die was verkracht door een blanke slavenhouder. Zijn Afrikaanse vader was uit vrije wil naar Amerika gekomen.’ Een kind zonder tastbare geschiedenis, niet eens die van de onderdrukte zwarte man. Maar daardoor wel een wereldburger. ‘Hij kon niet een man van één plek zijn, star en provinciaal.’ In een persoonlijk gesprek met Maraniss, gevoerd in het Witte Huis, zegt Obama: ‘Er was maar één manier om een solide besef van mijn identiteit te krijgen, van wie ik echt was, en dat was door de oppervlakkige verschillen tussen mensen heen te breken. Ik wil de mensen ervan doordringen dat er ondanks alle verschillen in cultuur, ras, geloof en achtergrond sprake is van iets gemeenschappelijks dat die verschillen overstijgt, van basale menselijke waarden, van hoop en universele morele regels.’

De biografie van Maraniss eindigt voordat de politieke loopbaan van Obama begonnen is. Het is een behoorlijke tour de force om de aandacht van de lezer vast te houden, wanneer de hoofdpersoon van het relaas pas opduikt in het zevende hoofdstuk. Soms verslapt die aandacht, als Maraniss iets te nadrukkelijk de vruchten van zijn gedetailleerde onderzoek wil presenteren. Maar toch. Maraniss schreef met Barack Obama. Het verhaal op de eerste plaats een ontwikkelingsgeschiedenis, waarin een jongeman in het reine probeert te komen met zijn complexe achtergrond. Dat is ook de kracht van het boek: meer nog dan een biografie is het een familie-epos. Uiteindelijk is het ook het een verhaal over de vitaliteit van de Verenigde Staten, waarin een jongen van zeventien jaar aan zijn vriendje in Honolulu vraagt of die het mogelijk acht dat hij ooit de president van de Verenigde Staten wordt. ‘Waarom niet,’ antwoordt dat vriendje, terwijl hij achteloos zijn schouders ophaalt. Dat lag al aardig in de buurt van:  ‘Yes, you can.’

Barack Obama. Het verhaal
David Maraniss
Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN 978 90 234 7243 8

Verschenen juni 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,90)
Bestel hier als digitaal boek bij bol.com (€ 24,50)
Bestel hier als digitaal boek in de iBookstore (€ 16,99)

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here