Edmund Burke, aartsvader van het conservatisme?

Edmund Burke

Edmund Burke wordt op grond van zijn Reflections on the Revolution in France (1790) als de aartsvader van het conservatisme gezien. Hij schreef het werk in de herfst van zijn leven. De ontwikkelingen in Frankrijk sterkten hem in de opvatting dat ook de homo politicus niet door de rede, maar door zijn hartstochten wordt gedreven. Burke voorzag dat het geloof in de maakbaarheid van de samenleving van 1789 vroeg of laat zou ontaarden in terreur, chaos en burgeroorlog.

Met het schrikbewind van Robespierre dat twee jaar na de publicatie van de Reflections gevestigd werd, haalde Burke zijn gelijk. Tegenover het revolutionaire elan van het Jacobinisme – volgens hem “the revolt of the enterprising talents of a country against its property” – verdedigde hij het leiderschap van een bestuurselite die vanwege haar noblesse oblige de samenleving zou leiden naar geleidelijke, moderate hervormingen. Margaret Thatcher beschouwde Edmund Burke als haar `ideological mentor` en hier te lande werd hij de naamgever van een stichting die zich ten doel stelt “om in de Nederlandse samenleving het goede te behouden, en te herstellen wat er aan goeds verloren is gegaan.”

In het eerste deel van The Intellectual Life of Edmund Burke stelt David Bromwich de rechtmatigheid van deze conservatieve claim op het gedachtegoed van Burke ter discussie. Kun je een man die de legitimiteit van de Amerikaanse Revolutie erkent, slavernij definieert als `the most shameful trade that ever the hardened heart of man could bear”, de emancipatie van katholieken en dissenters hoog in het vaandel voert (“the only religion I profess is that of universal humanity and benevolence”) en in het krijt treedt voor het radicale enfant terrible John Wilkes een conservatief pur sang noemen? Als rechterhand van de Marquis of Rockingham en zijn Whigs was Burke een opponent van de absolute aspiraties van George III. Waren de Reflections dan een ruk naar rechts van een misantroop op leeftijd? Bromwich komt ongetwijfeld terug op die vraag in het tweede deel van zijn biografie, dat nog een paar jaar op zich laat wachten.

In ieder geval zat de twijfel over de suprematie van de rede in het menselijke bestaan er al vroeg in. Burke debuteerde met A Vindication of Natural Society in 1756, waarin hij op satirische wijze de vloer aanveegt met de literaire nalatenschap van Henry St. John, Viscount Bolingbroke en zijn vertrouwen in het natuurlijke vermogen van de mens zijn ratio voor de inrichting van de staat te gebruiken. Burke had meer fiducie in het gewoonterecht dan het natuurrecht. In A Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful trekt Burke de klassieke wetten van het schone in twijfel en presenteert hij de mens als een wezen dat in de genieting van het sublieme door zijn affecten gereageerd wordt, waaronder de sterkste: zijn angst voor de dood. Bromwich: “I write about Burke as a moral psychologist.”

The Intellectual Life of Edmund Burke.From the Sublime and Beautiful to American Independence
David Bromwich
Harvard University Press
ISBN 9780674729704
Verschenen mei 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€30,99)

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here