Rosa Manus, vechtster voor vrouwen en vrede

Rosa Manus biografieportaal
Foto: Jacob Merkelbach

“Een van de grootste uitdagingen voor vrouwen vandaag, is de invloed die ze kunnen uitoefenen op de publieke opinie. Wanneer alle vrouwen vrede zouden willen, was oorlog in de toekomst onmogelijk. Zoveel onbegrijpelijk letsel wordt veroorzaakt door onnadenkende mensen die beweren dat de volgende oorlog onvermijdelijk is. De gedachten van andere mensen worden daardoor beïnvloed zodat zij gaan denken dat het echt onvermijdelijk is. Dit is waar vrouwen een enorme bijdrage kunnen leveren… dit is waar de vrouwenbeweging zo’n grote taak heeft.” Aldus Rosa Manus in Geneve, begin 1932.

Aletta Jacobs is de eerste vrouw in Nederland die aan de universiteit mocht studeren, zo leerde ik tijdens de geschiedenisles op het Atheneum. Van Rosa Manus had ik tot voor kort nog nooit gehoord. En dat is een grote schande vind ik na het lezen van de wetenschappelijke biografie van Myriam Everard en Fransisca de Haan: Rosa Manus, The International Life and Legacy of a Jewish Dutch Feminist, een uitgave van Brill in de reeks Studies in Jewish History and Culture. Iemand die tijdens het interbellum als een spin in het web van de internationale vredesbeweging heeft gezeten, hoort op school in ieder geval een paar keer in een adem genoemd te worden met Jacobs.

Een ‘well to do’ meisje

Al op jonge leeftijd is ze zeer vermogend. Haar vader beheert het fortuin dat ze heeft geërfd van haar grootouders. Het geld dat de jonge Rosa Manus erft, komt vooral van grootvader Manus, die een tabaksfirma bezat. Rosa gaat naar de Middelbare School voor Meisjes aan de Herengracht in Amsterdam, die vanwege alle rijke jongedames die er naar toe gaan ook wel De Gouden School wordt genoemd.
Haar laatste middelbare schooljaar brengt ze door in Lausanne, Zwitserland, zoals het de ‘well to do’ meisjes in die tijd betaamt. Rosa krijgt een goede opleiding, maar het is niet de bedoeling dat ze daar iets mee gaat doen. Als ze in 1904 een plan heeft om een modebedrijf te beginnen, steekt haar vader daar een stokje voor. Zijn dochter gaat niet werken voor haar geld.
Dan maar in de wereld van de charitas gestapt. De Vereeniging Kindervoeding van Abraham Carel Wertheim, daar komt Rosa Manus terecht. Begin 1900 verzorgt die vereniging 3000 maaltijden per dag voor de arme kinderen van Amsterdam. Haar organisatietalent wordt gauw duidelijk. Acht jaar lang is Rosa als jonge twintiger verantwoordelijk voor de gaarkeuken van de Plantagebuurt.

Johanna Naber (1859-1941) en Carrie Chapman Catt (1859-1947)

Sufragettes in de Vredesbeweging

In 1908 is er een congres van de International Sufragette Alliantie in Amsterdam. Manus werkt daar als vrijwilliger en ontmoet zo Johanna Naber en Carrie Chapman Catt. Met beide vrouwen, internationaal bekende feministen, zal ze voor de rest van haar leven bevriend blijven. Rosa ondersteunt Catt een jaar later als ‘personal assistant’ tijdens het internationale congres voor vrouwenkiesrecht in Londen. Chapman Catt is bijna twintig jaar later een van de weinige vrouwen die in 1933 fel en publiekelijk afstand neemt van de anti-joodse maatregelen in Duitsland. Ze verzamelt 9000 handtekeningen en richt in de VS het Protest Committee of Non-Jewish Women Against the Persecution of Jews in Germany op.

In 1915 organiseren Aletta Jacobs, Mia Boissevain en Rosa Manus het Internationaal Congres van Vrouwen in Den Haag, van 28 april tot en met 1 mei. Een jaar eerder was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken en het leek er niet op dat die gauw voorbij zou zijn. Meer dan duizend vrouwen van over de hele wereld komen bij elkaar om te strijden voor vrede en voor vrouwenkiesrecht. Rosa is, als altijd, vooral praktisch aanwezig. Zij organiseert de uitstapjes waar vrouwen hun foto kunnen laten maken.

In het voorjaar van 1916 volgt er, op voorstel van de Hongaarse Rosika Schwimmer, een ‘Neutral Conference for Continuous Mediation’ in Stockholm. Die vredesconferentie wordt gesteund door niemand minder dan automiljonair Henry Ford. Hij sponsort met zijn Henry Ford Peace Expedition de komst van Amerikaanse pacifisten naar Zweden. Zijn steun duurt tot begin 1917 wanneer duidelijk wordt dat Amerika mee gaat vechten, dan trekt Ford zijn steun in.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog proberen de vrouwen elkaar weer te vinden, maar het is lastig de wonden te helen die het nationalisme heeft geslagen. De Nederlandse vrouwen krijgen het verwijt hun Oostenrijkse zusters in de steek te hebben gelaten. Op hun beurt verwijten Rosa Manus en Aletta Jacobs hun Amerikaanse en Scandinavische medestrijders dat zij al het organisatiewerk om de beweging gaande te houden in hun eentje hebben moeten doen. Toch lukt het om een gezamenlijk standpunt in te nemen over de vredesonderhandelingen met de Duitsers. De vrouwen van de International Alliance of Women(IAW) zijn tegen het verdrag van Versailles en vooral tegen de voedselblokkade.

Huda Sha’rawi

Vanaf 1926 werkt Rosa Manus veel samen met Huda Sha’rawi. Huda is een moslima uit Egypte en heeft in haar land de Egyptische Feministische Beweging opgericht. Op verzoek van Sha’rawi komt een selecte groep westerse feministen en pacifisten ‘op missie’ naar Egypte. Sha’rawi organiseert reizen naar Syrië, Libanon en Palestina. In 1935 is Egypte het eerste land dat zich verbindt aan de Vredesbeweging.

Manus spreekt tijdens dat bezoek een aantal keer in het openbaar. Dat is ongewoon want ze voelde zich het prettigst op de achtergrond, waar ze de touwtjes stevig in handen kon houden, zodat andere dames zoals Catt, Jacobs en Sha’rawi konden schitteren. Maar de vrede kan niet bewaard worden, alle mooie idealen ten spijt.
Corbett Ashby, een van de vrouwen die deel uitmaken van de bezoekende delegatie, zal later toegeven dat de idee dat vrouwen beter zouden zijn in het bewaren van de vrede, hun grootste illusie was.

Na de Kristallnacht schrijft Manus dat de Joden hun eigen groep hadden moeten vormen, met eigen soldaten en land. Ze is niet de enige die de moed en de strijd voor blijvende vrede door ontwapening lijkt op te geven. De betrokkenen bij de internationale vredes- en vrouwenbeweging trekken zich steeds meer terug in hun eigen strijd. Manus strijdt tegen de fascisten, Sha’rawi tegen de Israëlische kolonisten. De vrouwen botsen openlijk op een bijeenkomst in Kopenhagen in 1939. Rosa schrijft later aan Carrie Chapman Catt dat ze aan Sha’rawi heeft laten vragen of ze iets tegen haar heeft omdat ze joods is. Nee, antwoordt de Egyptische, tussen ons staat het Israelisch-Palestijnse conflict en dat heeft niks met jouw joods-zijn te maken. Sha’rawi draagt Manus voor om herverkozen te worden in het bestuur van de IAW.

Rosa is een spil in de internationale vredesbeweging, ze haalt in 1932 bijna negen miljoen handtekeningen op voor wereldvrede. Dat doet ze natuurlijk niet alleen, die zijn verzameld door vrouwen in 56 landen. Het is wereldnieuws, tijdens de League of Nations Conference for the Reduction and Limitations of Armaments. Vooral ook omdat die handtekeningen op een open vrachtwagen door de stad worden gereden en midden in de zaal van voornamelijk vergaderende mannen in pak door strijdbare vrouwen op het podium worden gebracht. Een mediaspektakel van jewelste.

Vluchtelingen

In juni 1933 wordt het Neutraal Vrouwencomité voor de Vluchtelingen opgericht. Rosa deed in haar werk bijna niks voor specifiek joodse organisaties. Voor haar familie betekent het seculiere Jodendom dat je geruisloos opging in de Nederlandse samenleving. Alleen voor het Amerikaanse Nation Council of Jewish Women gaf ze in 1920 een speech en was ze informant over Europese kwesties.
Van de honderd mensen die bij het vluchtelingencomité betrokken waren, was de helft joods.
Manus wordt dan meerdere keren gewaarschuwd dat de toekomst er niet goed uit ziet voor joodse mensen. Haar vriendin Carrie Chapman Catt is buitengewoon goed op de hoogte van Hitlers plannen door haar contact met James McDonald. Die is hoge commissaris voor de vluchtelingen bij de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties.

Lastercampagne

“Rosa Manus, secretaresse van het communistisch vredescongres in Brussel, werd door de Koningin op voordracht van de regering onderscheiden met Oranje-Nassau.”
In 1936 treedt Manus toe tot het Comité van Waakzaamheid van anti-Nationaal Socialistische Intellectuelen van Menno ter Braak. Ze ondertekent een manifest tegen het nationaalsocialisme. Ook wordt ze op dat moment secretaris van het organiserende comité van het World Peace Congress. Politiek gezien zit ze nu in het communistische kamp maar dat wordt pas echt bekend na de glasnost van de jaren 80. Uit Russische archieven is gebleken dat de vredesbeweging omgezet moest worden in een antifascistische beweging via de Komintern. Dat kon Rosa Manus toen niet weten en het vaderland was trots op de bescheiden Nederlandse die zo’n grote rol kreeg op internationaal terrein. Ze gaat naar Genève waar ze voor het eerst van haar leven een betaalde baan heeft. Rosa is dan 55 jaar. Omdat ze liberaal is, zien de Franse communisten een vijand in haar. Volgens een verslag van Russische spionnen aan Stalin wordt ze uit de organisatie gemanoeuvreerd..

Op 1 september 1936 pakt de Brusselse vreemdelingenpolitie Rosa op en wordt ze langdurig ondervraagd. Vlak daarvoor benoemde koningin Wilhelmina haar tot officier in de orde van Oranje Nassau. Waarschijnlijk op voordracht van Johanna Naber. Dat lintje en het Belgische politieverhoor leidt volgens Mirjam Everhard, de biografe die zich al heel lang verdiept in het leven van Rosa Manus, tot een lastercampagne door de katholieke pers.

Er verschijnt een spotprent van Rosa in het extreemrechtse katholieke weekblad Vrijdag. Liever Turks dan Paaps, is de titel. Turks betekent hier communistisch en joods. We zien Rosa, die zojuist is gedecoreerd door premier Colijn, met op de achtergrond een collage van foto’s van de Spaanse Burgeroorlog. De verwoesting van het Rooms-katholieke culturele erfgoed is aanstaande, zo waarschuwt die prent. En dat door een vrouw met een broek aan, ook dat nog… De Nederlandse Geheime Dienst gaat haar in de gaten houden. Ze staat op een lijst van 12 duizend namen van mensen die meteen opgepakt moeten worden als de Duitsers Nederland bezetten.

In handen van de Gestapo

In mei 1941 moet ze zich melden bij de Sicherheitsdienst, waar ze acht uur wordt verhoord. Ze laten haar gaan, maar drie maanden later arresteert de Nederlandse politie, in opdracht van de Duitsers, haar opnieuw, in het huis van haar zus in Noordwijk. Reden van de arrestatie zijn volgens Myriam Everard haar ‘pacifitische en internationale neigingen’. Om politieke reden dus en niet omdat ze Joods was, want dan was ook haar zus op dat moment gearresteerd.
Ze komt in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen terecht. Hoe het haar daar vergaan is weet niemand, maar de gevangenis staat bekend vanwege de vreselijke verhoormethodes die op de politieke gevangenen worden losgelaten. Via de Gestapo in Düsseldorf komt ze in concentratiekamp Ravensbrück terecht. Bijna drie weken doet ze over de reis die normaal een dag duurde. Het hoe en waarom daarvan is onbekend gebleven.

Vanuit Nederland wordt uit alle macht geprobeerd iets voor haar te doen. Onder andere door Jo van Ammers-Küller, een schrijfster waarvan bekend is dat ze met de nazi’s sympathiseert. Jo verzoekt Gertrud Scholz-Klink, de Reichsfrauenführerin (hoofd van het Nazi Vrouwenbureau) Rosa te helpen. Frau Scholz-Klink antwoordt “uitgerekend in dit geval niet in de positie te zijn om aan je verzoek gehoor te geven en me voor de Jodin Rosa Manus in te spannen.”
Volgens Everard is het aannemelijk dat Scholz-Klink op de hoogte was van Aktion 14 f 13, die inhield dat alle oudere, zieke of gehandicapte gevangenen een Sonderbehandlung kregen om de concentratiekampen van deze groepen te ‘verschonen’.
Bij de gevangenen in Ravensbrück betekende dat dat die ‘behandeling’ werd uitgevoerd in Bernburg, 250 kilometer ten zuiden van Ravensbrück.
Of Rosa Manus daar is vermoord, is niet zeker. Een Duitse overlijdensverklaring is gedateerd op 23 juli 1942. Verklaringen van medegevangenen aan het Rode Kruis zorgen er in 1947 voor dat er nog een overlijdensverklaring is, gedateerd op 28 april 1943.

Hoe fascinerend ook, het is haar leven dat te belangrijk is om slechts voor weinigen ontsloten te zijn. Deze biografie staat barstensvol feiten en opmerkelijke nieuwtjes, voor mij in ieder geval. Het geheel is degelijk, wetenschappelijk onderbouwd en redelijk goed te lezen. Maar toch. Wie brengt Rosa Manus naar het licht dat ze verdient? Een wetenschappelijke uitgave is mooi, en de goede, jarenlange research van Myriam Everard levert een geweldig interessante en belangwekkende biografie op, maar dat lijkt me van weinig waarde als bijna niemand die leest. Het leven van Rosa Manus schreeuwt om een biografie die zich richt op het grote publiek.

Rosa Manus, The International Life and Legacy of a Jewish Dutch Feminist
Myriam Everard en Fransisca de Haan (red.)
Uitgeverij Koninklijke Brill NV
ISBN 978-90-04-33317-8
Verschenen in november 2016

Bestelinformatie

Bestel hier de hardcover bij Koninklijke Bril (€ 127,00)

DELEN
Martine van Poeteren
Martine van Poeteren is journalist en werkzaam voor de KRO-NCRV. Ze is directeur/eigenaar van M4 Producties en sinds december 2016 hoofdredacteur van Biografieportaal. Naast lezen en schrijven is beeldhouwen een passie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here