Kardinaal de Jong, een baken tijdens de Bezetting

Bron: Nationaal archief © J.D. Noske / Anefo

“Lang hebben wij, in het openbaar tenminste, gezwegen over het velerlei onrecht, dat ons katholieken is aangedaan,” zo luidde de openingszin van de herderlijke brief van 3 augustus 1941. Het episcopaat, onder aanvoering van aartsbisschop Jan de Jong, stelde zich publiekelijk te weer tegen het terreurbewind van de bezettingsmacht. De Jong had het concept eigenhandig opgesteld. Nadat de katholieke dagbladpers en de KRO aan banden waren gelegd, de collectes in de kerken plaats moesten maken voor de nationaalsocialistische Winterhulp en de leerkrachten in het Bijzonder Onderwijs het leven onmogelijk werd gemaakt, was de aanstelling van NSB-er Hendrik Jan Woudenberg als bewindvoerder van het Christelijk Nationaal Vakverbond de druppel die de emmer deed overlopen. “Non possumus non loqui!” zo luidde de hartenkreet van de aartsbisschop. “Wij mogen niet meer zwijgen.” Een verwijzingen naar Handelingen 4:22.

Kardinaal Jan de Jong en de Tweede Wereldoorlog

Wie het over de rol van de katholieke kerk in de Tweede Wereldoorlog heeft, heeft het meestal over het slappe optreden van paus Pius XII tegen de Jodenvervolging of de hulp van het Vaticaan bij de ontsnapping van oorlogsmisdadigers naar Zuid-Amerika. Henk van Osch laat in zijn biografie van Johan de Jong (1885-1955) een andere kant zien. De Jong legde tijdens de bezetting een ongekende onverschrokkenheid aan de dag en sprak, toen vrijwel iedereen zweeg. Hij preekte niet alleen voor eigen parochie.  Toen het op 29 augustus 1941 niet-Joodse docenten verboden werd onderwijs te geven aan Joodse kinderen, liet De Jong secretaris-generaal Van Dam van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weten aan een dergelijke maatregel niet mee te werken, omdat de rassenleer in strijd was met het geloof. In de zomer van 1942, toen de deportaties in volle gang waren, volgde een algemeen protest tegen de Jodenvervolging. De bezetter wreekte zich niet op De Jong, maar de lagere regionen van de katholieke kerkhiërarchie moesten het des te meer ontgelden. Op 2 augustus 1943 werden 213 tot het katholicisme bekeerde Joden opgepakt, waaronder Edith Stein die – waarschijnlijk al een week later – werd omgebracht in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau. De arrestatie van de karmeliet Titus Brandsma hield direct samen met het verbod van De Jong op het plaatsen van advertenties van de NSB in de katholieke dagbladen. Brandsma stierf op 26 juli 1942 in het concentratiekamp Dachau. De terreurgolf als reactie op zijn standvastig optreden vrat aan De Jong. In het najaar van 1942 werd hij getroffen door een beroerte, maar hij bond niet in. Op zijn ziekbed kon de aartsbisschop zijn vicaris-generaal nog net instrueren om katholieke instellingen van gezondheidszorg te verbieden een opgave te doen van de Joodse patiënten die zij onder hun hoede hadden. Op 17 februari 1943 sloegen de protestantse Kerken en de Rooms-Katholieke Kerk de handen ineen in een gezamenlijk protest aan het adres van Seyss-Inquart, waarin zij de Jodenvervolging, de Arbeidsinzet, het terechtstellen van gijzelaars, de aantasting van de vrijheid van onderwijs, en de willekeurige arrestatiegolf krachtig veroordeelden.

Titus Brandsma (1881-1942) en Edith Stein (1891-1943)

De schuchtere, weinig welbespraakte Jan de Jong overleefde de oorlog als “IJzeren Jan” – een man van een “welhaast mythische gestalte […] met een moreel gezag zonder weerga.” Maar De Jong bleef van ijzer, ook toen de kopstukken van het voormalige Verzet de vooroorlogse verzuiling trachten te beslechten. De Jong had een broertje dood aan deze doorbraakgedachte. “Vóór de oorlog had eenheid de katholieke emancipatie gediend, tijdens de oorlog had de katholieke eenheid de bezetter weerstaan en de nationale verbondenheid bevorderd, na de oorlog moest die eenheid in isolement bewaard blijven als een kostbaar erfgoed,” vat Henk van Osch de hoofdlijnen krachtig samen. De Jong, nooit helemaal hersteld van zijn beroerte, was de architect van dat katholieke isolement, met als dieptepunt het bisschoppelijke mandement van 1954. Dat verbood katholieken naar de VARA te luisteren of lid te zijn van de NVV, terwijl een lidmaatschap van de PvdA ook niet bevorderlijk was voor hun zielenheil. Het benepen antwoord op de ontkerkelijking die toen al plaatsvond. Zo nam het aantal vrouwelijke kloosterroepingen en priesterstudenten zienderogen af.

Henk van Osch heeft met Kardinaal de Jong. Heldhaftig en behoudend een boeiende biografie geschreven van de man die liever dorpspastoor op Ameland was geworden dan hoofd van de katholieke kerk in Nederland. Van Osch weet inzichtelijk te maken waarom De Jong de juiste man was op de juiste plek tijdens de bezetting, maar dat diezelfde persoonlijkheidsstructuur hem behoorlijk opbrak na de oorlog, toen van de rooms-katholieke kerk een opener houding werd verlangd dan de conservatieve aartsbisschop zijn goegemeente ooit kon bieden.

Kardinaal de Jong. Heldhaftig en behoudend
Henk van Osch
Uitgeverij Boom
ISBN 9789089539373
Verschenen in mei 2016

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 24,90)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here