Het leven van Wilhelmina Bladergroen

Wilhelmina Bladergroen

Mineke van Essen was bijna collega geweest van Wilhelmina Bladergroen die eerst lector in de kinderpsychologie en later hoogleraar was aan de subfaculteit pedagogiek in Groningen. Ze arriveerde twee jaar na het afscheid van Bladergroen in 1978 en het viel haar op dat Bladergroen toen al nagenoeg vergeten leek. De schaarse opmerkingen van haar collega’s gingen volgens Van Essen vooral over Bladergroens gebrek aan wetenschappelijke statuur. Verder bleef het stil. Juist die stilte motiveerde de auteur tot het schrijven van de biografie Wilhelmina Bladergroen. Vrouw in de eeuw van het kind. Ze is eerlijk over haar ambivalente houding ten opzichte van Bladergroen. ‘’Mijn zoektocht naar de wereld achter de beeldvorming leidde vaker dan mij lief was tot ontdekkingen die mijn personage niet prettig gevonden zou hebben en misschien liever had willen verzwijgen. Voortdurend moest ik balanceren tussen Bladergroen als de ‘koningin’ van de pedagogiek’ en de keerzijde van haar fenomenale daadkracht. Ook de beelden van de praktijkvrouw en van de professor zaten elkaar bij het schrijven regelmatig in de weg; roem en verguizing lagen dicht bij elkaar.’’ Met dit beeld wordt de lezer het verhaal van het leven van Bladergroen binnengeleid en hij of zij kan vervolgens zelf oordelen over Wilhelmina of – zoals ze in het psychologische instituut dat ze in Amsterdam oprichtte werd genoemd – IWAH (In Werken Altijd Helpend).

Leven

Bladergroen wordt geboren in 1908 en overlijdt in 1983. Ze doorloopt het gymnasium. In het milieu waarin Wilhelmina opgroeit-haar vader heeft een kantoorboekhandel/drukkerij- ligt een academische carrière niet voor de hand, het behalen van een onderwijsacte wel. Dat hun dochter uitgerekend kiest voor de opleiding tot gymnastieklerares nemen haar ouders haar niet in dank af. Ze wordt op verschillende scholen lerares gymnastiek. Daarnaast is ze actief als leidster van jeugdkampen van de vrijzinnig christelijke jeugdcentrale. In het begin van de jaren dertig gaat ze als werkstudent psychologie studeren, in die tijd een onderdeel van wijsbegeerte. Vlak na het uitbreken van de oorlog behaalt ze haar doctoraal examen. Ze schrijft bij Kohnstamm een scriptie over de motorische en ruimtelijke therapie die ze ontwikkelde voor de behandeling van een zevenentwintigjarige vrouw met ernstige leerstoornissen. De verbinding tussen leer- en ontwikkelingsstoornissen en de motorische en ruimtelijke ontwikkeling zou haar leven lang haar werkterrein blijven.  Nog in de oorlog start ze een praktijk voor remedial teaching, die  uitgroeit tot de eerste lom-school van Nederland. Ook als ze in 1949 in Groningen wordt benoemd tot lector in de kinderpsychologie en in 1965 tot professor blijft ze betrokken bij de door haar opgerichte scholen en instituten, eerst in Amsterdam, later in Noord-Nederland.

Wetenschap en praktijk

Voor een vrouw in de eerste helft van de twintigste eeuw maakt Bladergroen een flitsende carrière. Inmiddels is haar methode grotendeels in onbruik geraakt. Vlak voor haar overlijden schrijft een promovendus in zijn proefschrift ‘’Er is noch theoretisch, noch empirisch uitgesproken steun te vinden voor de bewering dat motorische activiteit cognitief functioneren weer op gang brengt […].’’ Toch is haar naam nog altijd bekend, bij docenten en studenten pedagogiek en psychologie, bij  leerkrachten die op pedagogische academies kennis maakten met haar ideeën, maar ook doordat er heel wat Nederlanders zijn bij wie destijds dyslexie werd geconstateerd en die in één van haar instituten behandeld werden. Verschillende scholen zijn naar haar vernoemd en in 1999 wordt ze aangemerkt als  één van de vijftig vrouwen die in de twintigste eeuw naam hebben gemaakt. In de Senaatskamer van het Groninger Academie Gebouw hangt haar portret tussen dat van belangrijke Groningse hoogleraren.

Mineke van Essen is duidelijk over haar tweeslachtige houding ten opzichte van Bladergroen. 

“Juist het spanningsveld tussen de heldin en haar antipode, de lastige dilettante, vormde in eerste instantie de motivatie voor mijn biografisch onderzoek. Was ze vooral het slachtoffer geweest van haar buitenstaanderschap en werd het daarom hoog tijd voor een beargumenteerd eerherstel? In hoeverre berustte haar roem op drijfzand?” 

Dat perspectief maakt haar biografie interessant. Als lezer – met in gedachten de bewieroking van Bladergroen in een tijdschrift als de Margriet – neem je als vanzelf de zienswijze van Van Essen over. Zij betrapt IWAH nogal eens op het vervormen van de werkelijkheid, zowel waar het haar persoonlijk leven aan gaat als in haar wetenschappelijk werk. Ze laat dat onder andere zien aan de hand van de gevalsbeschrijving die steeds opnieuw terugkeert in artikelen en presentaties van Baldergroen: ‘het verhaal van het meisje met de bamboekokers’. De case toont een vrouw die als kind een ernstige achterstand heeft opgelopen en door Bladergroen behandeld wordt, waarna de vrouw de mulo afmaakt en succesvol wordt in haar latere werkzaamheden. Met de tijd verandert deze geschiedenis en staat die steeds meer in het teken van de boodschap die Bladergroen al van het begin van haar professionele leven uitdraagt: het weerleggen van de gedachte: ‘’Wat er niet in zit, haal je er niet uit’’.

“Geleidelijk sloop de fictie dus haar gevalsbeschrijving binnen. Het meisje zelf werd immobieler en moeilijker opvoedbaar, de moeder ging deel uitmaken van het probleem, de professor (Révész (EvK)) dwarsboomde Bladergroens behandeling. Haar boodschap, daarentegen, werd met het jaar eenduidiger. Want, aldus Bladergroen in deze lezing, zat het er inderdaad niet in? Dat was ‘natuurlijk de grote vraag’.”

Van Essen weet de familie van de vrouw te traceren die zich volstrekt niet herkent in Bladergroens beschrijving. In de loop van de tijd heeft die steeds meer karikaturale trekken aangenomen. 

Koninginnengedrag

Door Bladergroens – zoals Van Essen het noemt – “koninginnegedrag” ontstaan regelmatig conflicten. In de jaren veertig en ook aan het eind van haar leven krijgt ze te maken met het faillissement van haar instituten, wat tot problemen met haar medewerkers leidt. Maar tegelijk is haar positie als directeur van de door haar opgerichte scholen en als wetenschapster in een wereld die wordt gedomineerd door mannen, niet eenvoudig geweest. Haar ambitie en ongebreidelde werkkracht zorgen ervoor dat ze vijanden maakt, maar brengen haar ook in contact met de hoogste kringen. Zo is ze betrokken bij De Werkplaats van Kees Boeke in Bilthoven waar ‘de prinsesjes’ naar school gaan en later zou ze door koningin Juliana ingeschakeld zijn bij de behandeling van de visueel beperkte prinses Marijke.

Gedraagt ze zich in haar professionele leven als ‘koningin’, in haar privéleven is ze niet altijd gelukkig. Een deel van haar Groningse leven woont ze samen met de tien jaar jongere Mimi, die bij haar afstudeert en in 1967 haar eerste promovenda wordt. Mimi relativeert haar koninginnengedrag, maar hoewel ze tot het overlijden van Bladergroen contact blijven houden, wordt hun relatie gekenmerkt door veel aanvaringen:  ‘’Soms denk ik: ik wou dat ik eraf was maar ik wil deze vrouw niet kwijt en er zijn ook hele goede kanten en leuke momenten’’ .

Begrip

Van Essens biografie is geslaagd, omdat ze het leven van een opmerkelijk vrouw heeft geschetst in een tijd die weliswaar ‘’de eeuw van het kind’’ wordt genoemd, maar die op het niveau waarop Bladergroen er in participeerde, een mannenwereld was. Maar haar boek is vooral de moeite waard omdat ze haar lezers laat delen in de dilemma’s die ze in het leven van Bladergroen tegenkomt en in het begrip dat ze uiteindelijk vindt: ‘’tegen het einde van mijn zoektocht raakte ik steeds meer geïntrigeerd door de complexe persoonlijkheid die schuilging achter dit overactieve, turbulente en ook tragische bestaan. De vraag naar het spanningsveld tussen roem en verguizing, tussen heldin en lastige dilettante, praktijkvrouw en professor verdween naar de achtergrond. In plaats daarvan kwam begrip voor het leven dat ze leidde, dat haar in zekere zin ook maar overkwam.’’

Wat Bladergroen bijzonder maakt, is dat ze altijd heeft geprobeerd haar wetenschappelijke werk te combineren met een onderwijs- en behandelpraktijk. In het onderwijs wordt die keuze gewaardeerd, in de universitaire wereld ligt dit moeilijker. Een belangrijk pijnpunt –niet in de laatste plaats voor haarzelf – is dat Bladergroen nooit is gepromoveerd. Jarenlang is ze met haar promotie bezig geweest. Het had haar levenswerk moeten worden, maar juist doordat zoveel van haar aandacht ging naar de instellingen die ze oprichtte, is het haar niet gelukt zo’n omvangrijk werk af te ronden. Wel heeft ze talloze lezingen gegeven in binnen- en buitenland en een groot aantal artikelen gepubliceerd. Tegenwoordig is het volkomen geaccepteerd dat een promotieonderzoek bestaat uit een bundeling van  wetenschappelijke artikelen. In de tijd van Bladergroen was dat niet het geval.

Wilhelmina Bladergroen. Vrouw in de eeuw van het kind
Mineke van Essen
Uitgeverij Boom
ISBN 9789461051516
Verschenen oktober 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,90)

DELEN
Erna van Koeven
Erna van Koeven rondde in 1989 de studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam af en promoveerde in 2011 bij de letterenfaculteit aan dezelfde universiteit. Zij is werkzaam bij de afdeling educatie van de Hogeschool Windesheim te Zwolle. Ze is betrokken bij de lerarenopleiding basisonderwijs en verzorgt colleges aan de opleiding taal- en leesspecialist van de Master al Educational Needs (EN). Ze voert scholingstrajecten uit in voornamelijk het basisonderwijs en het mbo. Daarnaast werkt ze twee dagen per week als onderzoeker voor het Kenniscentrum van de afdeling Educatie. Ze werkte mee aan verschillende vakgerichte publicaties voor educatieve uitgevers over taaldidactiek en jeugdliteratuur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here