Scott Fitzgerald en de Hall-Mills murder case

F. Scott Fitzgerald

1922 was een bijzonder jaar. Het was het jaar waarin The Waste Land van T.S. Eliot en Ulysses van James Joyce verscheen. Mussolini hield zijn Mars naar Rome en vestigde de eerste fascistische staat in Europa. In een korenveld bij New Brunswick in New Jersey werden de ontzielde lichamen gevonden van Edward Weeler Hall, een dominee van de plaatselijke Episcopaalse kerk, en zijn minnares Eleanor Reinhardt Mills. Tussen de lichamen trof de politie hun verscheurde liefdesbrieven aan, de daders hadden de tong van de vrouw uitgesneden. Deze rituele moord sprak tot de verbeelding van de schandaaljournalistiek, die net vorm begon te krijgen in de Verenigde Staten. De tabloids volgden het proces tegen de hoofdverdachten – Frances Noel Stevens Hall, de echtgenote van de dominee, en haar twee broers – op de voet. In 1926 zouden zij vanwege gebrek aan bewijs worden vrij gesproken.

Scott en Zelda Fitzgerald waren hun society bestaan op Long Island toen al lang en breed ontvlucht. In 1924 vestigden de Fitzgeralds zich in Saint-Raphaël aan de Côte d’Azur. Scott werkte er aan zijn belangrijkste roman, The Great Gatsby, zijn reflectie op de door hemzelf geproclameerde Jazz-age van de Roaring Twenties. De Fitzgeralds hielden van een feestje, al ging het fuiven altijd met een kwaad geweten gepaard. ‘Parties are a form of suicide, I love them, but the old Catholic in me secretly disapproves.’ Fitzgerald probeerde de drankconsumptie met een strikt regime van 100 woorden per dag te combineren, maar met die productie kon hij de financiële misère nauwelijks het hoofd bieden, zijn korte verhalen voor The Saturday Evening Post, Collier’s Weekly en Esquire ten spijt. Niet dat de buitenwereld daar veel van merkte. Volgens Dorothy Parker zagen Scott en Zelda Fitzgerald er altijd uit ‘as if they had just stepped out of the sun.’

Sarah Churchwell schreef met Careless People: Murder, Mayhem and the Invention of The Great Gatsby een biografie van Scott Fitzgerald waarin zij de Hall-Mills murder case als een thriller in het levensverhaal van de auteur van The Great Gatsby verweven heeft. De moord zou als inspiratie hebben gediend voor het betreurenswaardige einde van Jay Gatsby. In een subliem essay voor The Guardian probeert ze de grootsheid van The Great Gatsby te verklaren.  Meer nog dan een chroniqueur van zijn tijd was Fitzgerald een ziener die begreep dat het feest niet eeuwig kon duren. Wellicht verklaart die profetische gave ook zijn actualiteit. ‘The jazz age may have ended, but the age of advertisement had begun, and in Gatsby Fitzgerald wrote one of the earliest indictments of a nation in thrall to the false gods of the marketplace. Nearly a century later, his cautionary tale has returned to haunt us, warning again of the perils of boom and bust, holding a mirror up to our tarnished world.’

Careless People: Murder, Mayhem and the Invention of The Great Gatsby
Sarah Churchwell
Uitgeverij Little

ISBN 1844087662
Verschenen juni 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 21,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here