Otis Redding, Southern Soul

Otis Redding was te jong voor de 27 club toen zijn vliegtuig op 10 december 1967 in Lake Monona in Madison, Wisconsin stortte. Ook deelde hij allerminst het zelfdestructieve karakter van illustere leden als Janis Joplin (“Otis is God, man”) en Jimi Hendrix, met wie hij zes maanden daarvoor aan het legendarische Monterey Pop Festival had deelgenomen. Een rokkenjager, dat wel, en bepaald niet vriendelijk voor de groupies nadat hij ze had afgedankt. Hij was als de dood dat door zijn ontrouw zijn huwelijk met Zelma Atwood op de klippen zou lopen, zijn steun en toeverlaat, ook op het zakelijke vlak. Een man met een “split personality about fidelity and opportunity”, aldus zijn jongste biograaf Mark Ribowsky in Dreams to Remember – Otis Redding, Stax Records, and the Transformation of Southern Soul. Maar zijn extatische optredens deed hij op eigen sap, zonder de gebruikelijke drank en drugs. Ook deelde hij niet de politieke voorkeur van de “love crowd”, zoals hij zijn publiek in Monterey tijdens de “summer of love” noemde. Hij steunde de aartsconservatieve republikein Ronnie Thompson, nota bene een warm voorstander van rassensegregatie, tijdens de burgemeestersverkiezing van Macon, Georgia in 1967.

Daar groeide Otis Redding op, en leerde hij Little Richard kennen, in wiens achtergrondkoortje, de Upsetters, hij zong. Zijn eerste poging om op eigen benen te staan, toen hij in 1960 naar Los Angeles afreisde om in de Gold Star Studios Gettin’ Hip op te nemen, werd een grote deceptie. Te veel Little Richard en Jackie Wilson, te weinig Otis Redding, op dat moment negentien jaar oud. Twee jaar later lukte het wel, puur toevallig. Hij reed Johnny Jenkins naar de Stax Studios in Memphis, Tennessee, en mocht aan het einde van diens sessie These Arms of Mine ten gehore brengen.

Otis Redding werd het boegbeeld van Stax Records, en van de Southern Soul – rauw, woest en seksueel. De gelikte Motown sound kreeg een tegenhanger met nummers als Shake , I can’t turn you loose en Try a Little Tenderness . En Respect natuurlijk, gecoverd door Aretha Franklin. Ze zat behoorlijk in haar maag met het weinig aan de verbeelding overlatende “Got to, got to have it”. Haar gekuiste versie werd een mega hit.

Twee dagen voor zijn dood presenteerde Redding de platenbazen van Stax Records – Jim Stewart, Duck Dunn en Jerry Wexler – een nieuw nummer. Hij had net een keeloperatie achter de rug, het jaar van zijn grote doorbraak had zijn tol geëist. Ze vonden het helemaal niks, Sittin’ On The Dock of the Bay . “It’s not R&B, it’s not soul, it’s not rock ’n roll,” zei Dunn. “I can’t release this song,” vond Wexler.
Het succes van zijn bespiegelingen aan de baai van San Francisco kwam postuum. Sittin’ On The Dock of the Bay stond vier weken nummer 1 in de eerste maanden van 1968. Ribowsky laat in het midden of het fluitje aan het einde van de song zo bedoeld was of nadere invulling behoefde. Hij weet het ook niet.

De critici zijn enthousiast over Dreams to Remember – Otis Redding, Stax Records, and the Transformation of Southern Soul. Mick Brown heeft het in The Telegraph over een “lively and judicious account of the life of Otis Redding”, Bob Ruggiero van de Houston Press meent met Dreams to Remember zelfs de “definitive look at the life and career of Otis Redding” in handen te hebben.

Dreams to Remember – Otis Redding, Stax Records, and the Transformation of Southern Soul
Mark Ribowsky
Liverigt
ISBN 9780871408730
Verschenen in juli 2015

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 26,41)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 22,61)

Koop bij bol.com

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here