Miss Peggy Lee

Peggy Lee

Miss Piggy, de leading lady van de Muppet Show, zou eerst door het leven zijn gegaan als Miss Piggy Lee, maar dat was tegen het zere been van Miss Peggy Lee, die Jim Henson met een rechtszaak dreigde. Desalniettemin was het divagedrag van de hartendief van Kermit (“Hello little people. What an absolutely splendid day!”) gebaseerd op het onhebbelijke karakter van de zangeres. De Muppets bonden in, Walt Disney niet. In 1991 klaagde Lee de studio aan, vanwege achterstallige royalty’s uit de videorechten voor The Lady and the Tramp. Ze schreef de teksten van zes liederen voor die film uit 1955 – waaronder He's a tramp – en sprak vier karakters in, de claim bedroeg 50 miljoen dollar. Lee zat toen al in een rolstoel en aan de zuurstoffles. Disney dacht de langste adem te hebben in de juridische titanenstrijd, maar kwam bedrogen uit. De studio verloor uiteindelijk de zaak.

Met Peggy Lee viel niet te spotten. Haar omgeving omschrijft haar als egocentrisch, moeilijk, veeleisend, verslavingsgevoelig, hautain en hypochondrisch. In zijn biografie The Strange Live of Peggy Lee rekent James Gavin ook nog eens af met een paar mythes die Lee over zichzelf in het leven heeft geroepen. Toegegeven, haar jeugd was allerminst gemakkelijk. Geboren als Norma Dolores Egstrom in Jamestown op 26 mei 1920, verloor ze haar moeder toen ze vier was en hertrouwde haar alcoholische vader met een naar mens dat “Ming” genoemd werd. Toch bleek de valse stiefmoeder iets minder vals te zijn dan Peggy Lee tijdens interviews altijd verkondigd heeft. Gavin interviewde haar dierbaarste jeugdvriendin. Van fysieke mishandelingen, daar op de prairie van North Dakota, had zij nooit iets gemerkt.

Weg wilde Peggy Lee er zo snel mogelijk. Toen ze op de radio de Afro-Amerikaanse jazzzangeres Maxime Sullivan had gehoord, zag ze een carrière als de zangeres van het zwoele, minimalistische lied voor zich. Benny Goodman ontdekte haar in 1941, al waren de critici allerminst onder de indruk van haar debuut. “Miss Lee is a lady whose attractiveness occasionally makes the listener forget that she has no vocal or interpretive talent,” sneerde John Hammond, de scout van Billy Holiday, een ander groot voorbeeld van Peggy Lee. ( “She stole every goddam thing I sing,” aldus Lady Day). Bij Lee was het handelsmerk van “less is more” uit nood geboren: de sensuele sexappeal van haar performance moest de vocabulaire beperkingen compenseren. Met als hoogtepunt Fever in 1958, oorspronkelijk een nummer van Little Willie John . In 1968 scoorde ze haar laatste megahit, Is that all there is , haar klaagzang op de nietigheid van het bestaan. Daarna werd ze ingehaald door de flower powergeneratie, gevolgd door de glitterpop en disco van de jaren zeventig.

Achter de façade van de diva ging de geijkte tragiek schuil. Haar filmcarrière bij Warner Bros liep vanwege dankmisbruik in de jaren vijftig al in het honderd, ondanks haar Oscarnominatie voor Peter Kelly’s Blues . President Nixon bracht ze in verlegenheid door tijdens een staatsdiner in het Witte Huis stomdronken op te treden. “Peggy Lee was a deeply troubled and delusional woman who was desperate for love, over-sexed, afraid to ben alone, in the grip of addictions to booze and tranquillisers and increasingly living in a fantasy world of her own creation.”

Is That All There Is? The Strange Life Of Peggy Lee
James Gavin
Simon & Schuster
ISBN 9781451641684
Verschenen in november 2014

Betaalinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 27,99)

Koop bij bol.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here