Dusty Springfield: white soul

Dusty Springfield
Bron: Nationaal archief © ANEFO

“Full of ambivalence. Raging ambivalence,” zo beoordeelde Dusty Springfield het ouderlijk nest waarin ze als Mary O’Brien was opgegroeid. Haar vader omschreef ze als “a tax consultant who wanted to be a concert pianist – a very bitter man with a foul temper”.  Haar moeder? “Nothing bad ever happened to her until she married.” Muziek bracht enige verlichting in de levens van Gerard en Kay O’Brien, die hun artistieke ambities in elkaars armen hadden gesmoord. De verwarmingsbuizen in haar slaapkamer moesten Mary O’Brien zo nu en dan ervan overtuigen dat ze echt bestond. Zelfmutilatie, toen al. Ze bleef het haar leven lang doen. Pijn werd een trouw bondgenoot.

Enige roem verwierf ze in het begin van de jaren zestig als leadzangeres van The Springfields , samen met broer Tom, maar de echte doorbraak kwam toen ze in 1963 solo ging. Ze begreep als geen ander dat met de komst van The Beatles het bandje zijn bestaansrecht had verloren, van de “incarnation of white soul’, de typering is van producer Jerry Wexler, had je er maar één.  In 1966 scoorde ze in de UK vier hits (You don’t have to say you love me , Little By Little , Goin’ Back en All I See Is You ), wat geen enkele vrouwelijke artiest voor haar had gedaan. De hoge pruiken en lange jurken werden een handelsmerk. Ze presenteerde het fameuze rockprogramma Ready Steady Go! en had de looks voor een eigen Dusty TV Show, die twee seizoenen draaide (1968-1969).

De roem ging met een panische angst gepaard. Jeanne Westwood, een van haar achtergrondzangeressen, noemde Springfield ‘a very private person.’ Springfield lag behoorlijk in de knoop met haar homoseksualiteit. ‘She was terrified if it came out it would ruin her career and her fans would leave, so she refused to talk about it.’ Volgens Norma Tanega, haar eerste grote liefde, wilde Dusty Springfield worden wat ze niet was: “She wanted to be straight and she wanted to be a good Catholic and she wanted to be black.” Haar relaties met vrouwen waren obsessief en gewelddadig. Kapper John Adams werd door Tanega meermaals ‘s nachts uit zijn bed gebeld met het verzoek meteen te komen omdat ze door Springfield achterna werd gezeten met een mes.

Op het hoogtepunt van haar artistieke kunnen, in 1968, nam ze Dusty in Memphis op. Rolling Stone schaart de plaat onder de vijfhonderd beste albums ooit uitgebracht, maar bij de release bleef commercieel succes uit. Dusty was mainstream geworden, raakte mentaal in het slop en het drank- en drugmisbruik namen toe. De wederopstanding kwam in 1987 toen ze door de Pet Shop Boys werd uitgenodigd voor een duet (What Have I Done to Deserve This? ).  Twee jaar nadat ze de ziekte overwon had, keerde in de zomer van 1996 de borstkanker terug. Dusty belde ex-minnares Sue Cameron op. “I’m going to die and I’ve never done it before. I don’t know how to do it.” Ze stierf op 2 maart 1999, 59 jaar oud.

Dusty. An Intimate Portrait of a Musical Legend
Karen Bartlett
Biteback Publishing
ISBN 9781849546416
Verschenen juni 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 25,99)
Bestel hier als e-book bij bol.com (€ 18,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here