Wim Willems

Tjalie Robinson. Een schrijver van Oost en West

Emeritus Hoogleraar sociale geschiedenis en auteur Wim Willems gooide in 2008 hoge ogen met zijn biografie van Indo-schrijver Tjalie Robinson. ‘Men zou er iets liefs voor over hebben als het werk van Tjalie via de lading van deze prachtige biografie de Nederlandse letteren van groter profijt mag zijn,’ oordeelde Willem Otterspeer destijds. Hoezeer het werk van Robinson ook gewaardeerd wordt in kleine kring, bleef ‘de grote doorbraak’ enigszins uit. Wij doen nog een poging. Wat is een inspiratiebron van Wim Willems? En wat betekenen leven en werk van Tjalie Robinson voor hem?

Wat is de belangrijkste biografie die je ooit hebt gelezen?

Het begon met de literatuur. Met Oscar Wilde. Zowel zijn werk als zijn leven begon me in de jaren tachtig te intrigeren. Het verliep als een drama met vaste bedrijven. En bij elke nieuwe biografie die ik over hem las, verlangde ik naar een verlossend einde. Alleen kwam dat niet, waardoor ik op zoek ging naar verklaringen voor de even tragische als onafwendbare loop van zijn bestaan. Zelfs het boek (en het latere televisiedrama) met de integrale teksten van de processen die tot zijn veroordeling voor sodomie (ofwel, homoseksualiteit) leidden, spelde ik scène na scène. Dankzij de notulen van de rechtbankverslagen zijn die nog altijd van woord tot woord te volgen. Als ik ergens mijn hang naar de magie van het detail heb ontdekt, is het tijdens het lezen van episodes uit het leven van een man over wie toen al een handbibliotheek vol was geschreven. De vraag of het leven van een individu wel te doorgronden valt, stelde ik me destijds in het geheel niet.

Wim Willems © Arash Nikkhah

Bij de verschijning in 1988 van een biografie door de literatuurhistoricus Richard Ellmann veerde ik nog één keer op, want zijn werk stond aangekondigd als het ultieme boek over de dubbelzinnige schrijver uit het Victoriaanse tijdperk. Alsof ik met een heiligenleven te maken had, terwijl ik ergens strandde tijdens de evocatie van Wilde’s triomfen als toneelschrijver in Londen. De biograaf beschikte over een gedragen stijl en leek erop uit om werkelijk geen vraag over zijn held onbeantwoord te laten. Uit een interview met hem herinner ik me dat hij had achterhaald dat Oscar Wilde verslingerd was aan anaal geslachtsverkeer. Menigeen zou het daarbij hebben gelaten, maar Ellmann rustte niet voor hij had achterhaald in welke positie Wilde zich daarbij het liefst plaatste. In de passieve of actieve rol? Als degene die penetreerde of die gepenetreerd werd. De uitspraak bleef me vooral bij, omdat hij appelleerde aan mijn eigen verlangen naar puzzelwerk. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat de biograaf hier de grens van het zinloze weten naderde. Welk licht zou dit feit over het favoriete seksuele standje kunnen werpen op het werk en de betekenis van de even verguisde als aanbeden schrijver?

Waarom is het zo’n goede biografie?

Het werk van Oscar Wilde bleek niet op zich te staan, maar een spiegel te vormen van de tijd waarin het was ontstaan. In zijn boeken trilde de hartslag van de Iers-Britse geschiedenis bijna voelbaar mee. Wie het leven van een scribent – literator, journalist of wetenschapper – beschrijft, zo begreep ik uit de literatuur over hem, kan er niet omheen ook een beeld te schetsen van de tijd waarin hij leefde. Een biograaf bevindt zich op het snijvlak van meerdere genres, omdat hij zijn hoofdpersoon moet laten handelen tegen het achterdoek van een epoche en van een milieu. Hij moet beweging brengen in een opeenvolging van momenten in de historie. Dat maakt het vehikel van een levensbeschrijving ook zo geschikt om de gelaagdheid van een tijdperk bloot te leggen. Niet in de vorm van een heldenverhaal, daar is niemand bij gebaat, maar als relaas van een leven en een oeuvre in het licht van de periode waarin het tot stand kwam. Ook valt veel kennis te ontlenen aan de nawerking, dus aan de receptie door de tijd heen. De chronologie van gebeurtenissen kan helpen om verschuivingen op het spoor te komen in het maatschappelijk klimaat, dus in de heersende mores, zeden, stijl en gedrag. Dat gold zeker voor het verloop in de waardering van het werk en de persoon van de vroeg overleden Oscar Wilde. Mijn aanraking met hem, maar misschien wel vooral de literatuur over hem, heeft voor een blauwdruk in mijn manier van werken gezorgd. In de levens van mensen krijgt de geschiedenis zijn beslag. Verhalen bieden lezers de mogelijkheid tot identificatie. Ze maken even deel uit van een historie die groter is dan alleen die van henzelf en is dat niet waar samenleven om gaat: het besef met anderen verbonden te zijn? Van oudsher vervullen ideologieën en religies die functie, maar een verhaal dat de lotgevallen van het individu in een groter verband plaatst heeft diezelfde werking.

Tjalie Robinson in 1966 Collectie: Wim Willems

Waarom een biografie over Tjalie Robinson?

In zijn werk bekende de uit Nederlands-Indië afkomstige schrijver Jan Boon (1911-1974) zich in vele gedaanten tot zijn lezers: met name als Tjalie Robinson of Vincent Mahieu. Tijdens het schrijven van mijn biografie over hem, die in 2008 verscheen, kreeg ik zicht op de variatie in stijlen, thema’s en genres die hij beoefende. Maar ik zag vooral hoe hij zichzelf uitvond als schrijver en als voorvechter van de cultuur van de gemeenschap van landgenoten uit de voormalige Oost. Wie hem leest, wordt het verloop van de koloniale geschiedenis binnengezogen. Want in alles wat hij schreef, verhief hij het persoonlijke tot politiek. In de Griekse zin van het woord: de waarheid zoeken door individueel zelfonderzoek. Dat lijkt een platitude, maar het oeuvre van Tjalie Robinson weerlegt dat. Zijn honderden artikelen, opstellen, columns, novellen, gedichten en redactionele commentaren (vanaf midden jaren dertig tot aan zijn dood) laten zich lezen als één lange getuigenis. Hier is een man aan het woord die naar betekenis zocht. Niet als een orthodoxe Schriftgeleerde die weet dat de waarheid al lang geleden is geopenbaard, maar als een jager die op het juiste moment wacht om toe te slaan. Hij wist dat het niet ging om de buit, maar om de jacht naar de waarheid zelf. Door te handelen gaf hij zin aan zijn bestaan. Dat ging hem niet gemakkelijk af, zoals valt na te lezen op al die duizenden vellen papier. Hij stelde van jongs af hoge eisen, zowel aan zichzelf als aan zijn omgeving. Dus was teleurstelling vanzelf zijn deel. Maar hij tawarde (afdingen) niet, zoals de literatuurhistoricus Rob Nieuwenhuys schreef.

Wat zegt zijn werk over deze tijd?

Wat Tjalie Robinson met zijn werk liet zien, is dat we de bijt van ons nationale bewustzijn groter moeten maken, zodat ook andere culturen erin passen. Dan hoeven mensen zich minder misplaatst te voelen in hun nieuwe vaderland. Als illustratie verwees hij naar de etnische veelkleurigheid in Noord-Amerika en het palet aan eeuwenoude culturen in Indonesië. Zulke landen en hun omgang met diverse culturen stelde hij in zijn Tong Tong (‘het eerste etnische tijdschrift van Nederland’) ten voorbeeld. Hij gebruikte het ook als een staf om de Hollanders te slaan, die in de jaren na de oorlog volgens hem rondliepen met oudvaderlandse oogkleppen. Met die opstelling was hij zijn tijd ver vooruit. Het maakte hem tot een vroege pleitbezorger van wat we de ‘multiculturele samenleving’ noemen.

Tjalie Robinson in zijn ouderlijk huis in 1929. Collectie Wim Willems

Hij was een man met de vastberaden wil om werelden te verbinden. Alleen deed hij dat in een tijd waarin niemand op die manier naar de samenleving keek. In het naoorlogse Nederland was je of Oost – of je was West. Je was wit of zwart, iets ertussen bestond nog niet. Het zou nog een halve eeuw duren voor een figuur als Barack Obama mogelijk werd: een president met een meerduidige achtergrond. Nu mocht er voor de ‘mengbloed’ geen plaats zijn in de mentale outfit van zijn tijd, daar had Tjalie Robinson geen boodschap aan. Hij was een in Indië geboren Obama in het Hollandse polderlandschap. Iemand die er geen enkele moeite mee had om uiteenlopende culturen aan elkaar te plakken. Hij kende zijn achterland in Indië en de literatuur over mestiezen in Zuid-Amerika. Daar ontleende hij zijn fiere zelfbewustzijn aan als man met een meervoudige identiteit. Maar de Hollandse goegemeente zag hem als een gerepatrieerde koloniaal of een halve Indonesiër. Er bestond in zijn tijd geen ruimte voor de culturele mengvorm. Gezien de huidige discussie over het dubbele paspoort is dat in het hedendaagse Nederland evenmin een mogelijkheid. Het unieke aan de persoon en schrijver Tjalie Robinson is dat hij lak had aan de beeldvorming over het koloniale systeem. Hij zag dat mensen het resultaat zijn van meerdere erfenissen. Hij verwierp het idee dat mensen zouden moeten kiezen, wat hem in de verwarrende naoorlogse samenleving niet in dank werd afgenomen. Nog altijd niet, voeg ik daaraan toe.

De biografie over deze veelzijdige auteur en erflater laat zien dat hij zowel de tragiek als de overlevingskunst van zijn generatie vertolkte. Met zijn oeuvre spreekt hij tot wie bij machte is hem te verstaan. Want zijn stem als verteller was uniek, en is dat nog altijd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here