Wesley Sneijder. Zolang de bal maar rolt

© Paul Blank (Postproductie.nl)(CC BY 2.5)

Terugkijkend op de verloren WK-finale van 2010 blijft Wesley Sneijder overtuigd van het eigen kunnen. ‘Ja, zij waren beter. Maar ook wij kregen kansjes. En dé grote kans. Met die teen van de Spaanse keeper Iker Casillas, tjezus.’ Ook de auteur van deze biografie, toenmalig perschef van het Nederlands elftal Kees Jansma, kan zich de nasleep van die finale (1-0 verlies) nog scherp voor de geest halen. ‘Iedereen zat ontredderd in de kleedkamer. Sommige spelers moesten vloekend naar de pers, anderen staarden wezenloos voor zich uit.’ Maar opeens verschijnt er een Spaanse speler in de kleedruimte. Het is niemand minder dan Sergio Ramos; de gelauwerde centrumverdediger annex slager van Real Madrid die iedere Clásico met sardonisch genoegen Barcelona-stilist Lionel Messi over de boarding schopt. Ramos gaat naast zijn oud-ploeggenoot Sneijder op de vloer zitten. ‘Feesten komt later’, zegt de Spanjaard, ‘Eerst jij’. Jansma ziet het tafereel van een afstandje verbijsterd aan.

Het voorval geeft de status van Wesley Sneijder (Utrecht, 1984) voortreffelijk aan. Sneijder is met 134 interlands Nederlands recordinternational. Hij speelde voor Ajax, Real Madrid, Inter Milaan en Galatasaray, is winnaar van de Champions League en nam na drie gespeelde wereldkampioenschappen een zilveren en bronzen medaille mee naar huis. En dat terwijl Sneijder in interviews altijd te kennen geeft dat niet hij, maar zijn oudere broer Jeffrey vroeger het meeste voetbaltalent had. Ook jongste broer Rodney schopt het uiteindelijk tot het betaalde voetbal (Ajax, FC Utrecht). Maar de wil om een absolute wereldster te worden is bij Wesley het grootst.

Biograaf Kees Jansma kent Sneijder van zijn periode als persvoorlichter bij het Nederlands elftal. In die hoedanigheid is Jansma dolblij met de uitgesproken en goedgebekte Utrechter. En in Sneijder doet hij de hoofdpersoon beslist recht. Het levensverhaal is vlot, de anekdotes scherp en nergens vraagt Jansma aan Sneijder om quasi-filosofisch op zijn leven en carrière te reflecteren. Daar is Sneijder, in zijn hart toch een voetballiefhebber uit een volkswijk, ook de persoon niet naar. Tegelijkertijd schuwt Jansma de moeilijke onderwerpen niet. Sneijders zwak voor alcohol en nachtclubs, zijn moeizame relatie met actrice Yolanthe Cabau, de pokeravonden bij Oranje die assistent-coach Patrick Kluivert opzadelde met een gokschuld van 30.000 euro (door Sneijder overigens keurig kwijtgescholden): het maakt Sneijder in al z’n bondigheid toch verrassend compleet.

De broertjes Sneijder groeien op in de Vijgeboomstraat, niet ver van het Zandpad (‘Dat zal jij wel kennen, Kees, daar zaten de hoeren’), in de Utrechtse wijk Ondiep: een buurt waar criminaliteit en problemen nooit ver weg zijn. Ook de jonge Wesley deelt weleens een ram uit of jat een portemonnee uit een geparkeerde auto. Maar voetballen is toch het belangrijkste. Sneijder is zeven jaar als hij gescout wordt door Ajax, de club waarvoor zijn broer Jeffrey dan ook al speelt. Sneijder, toch al niet de grootste, loopt vrijwel iedere dag door de stad waar Ajax wordt gehaat als de pest met een grote sporttas van de Amsterdamse club. Sneijder: ‘Waarvoor ze mij in Utrecht allemaal niet hebben uitgemaakt… Daar krijg je nu nog een ernstige ziekte van. Dat heeft me gevormd. Ze zouden mij niet klein krijgen. Niet nog kleiner.’ Ondanks zijn lengte (1 meter 70) doorloopt Sneijder alle jeugdelftallen van Ajax en maakt hij begin 2003 zijn debuut in het eerste. Daar krijgt hij dagelijks de cursus bijt-van-je-af van spits Zlatan Ibrahimovic. Die deelt de jonge Sneijder mee: ‘Ik ben de beste, maar jij bent ook goed. Dus pak je rol.’

Die rol is die van aanvallende middenvelder, een klassieke nummer tien: voor een wervelende steekpass, kiezelharde afstandsschoten en rake vrije trappen ben je bij Sneijder aan het juiste adres. Hij is tweebenig, zelden geblesseerd en scoort gemiddeld eens in de vier wedstrijden. Met die statistieken ligt de wereld aan je voeten. Voor 27 miljoen euro verruilt hij Amsterdam voor het koninklijke wit van Real Madrid. Daar merkt Sneijder dat hij meekan met de groten der aarde, maar ook dat hij niet altijd bestand is tegen de verlokkingen van het sterrendom: teveel roem, teveel uitgaan, teveel drank. In Madrid gaat zijn eerste huwelijk naar de knoppen en legt hij via een bevriende paparazzi contact met Yolanthe Cabau van Kasbergen: het hele land smult mee via de roddelbladen en televisieprogramma’s als de twee in 2010 in het huwelijk treden. 2010 is sowieso het kroonjaar van Sneijder. Een jaar eerder (bij Real is hij dan min of meer uitgerangeerd) hangt de excentrieke Portugese toptrainer José Mourinho aan de lijn: of de Nederlander soms zin heeft in een belangrijke rol bij zijn club Inter Milaan? Dat wil Sneijder wel. Hij laat een paar tatoeages erbij zetten, hangt stevig aan de gewichten en blijft fier overeind in een team van mannetjesputters als Maicon, Javier Zanetti en Marco Materazzi. ‘Jij mag iets met die bal verzinnen,’ luidt de simpele opdracht die Mourinho hem meegeeft. Het levert een treble op: het landkampioenschap, de beker én de Champions League. Voor die laatste wordt het Bayern München van Louis van Gaal met 2-0 verslagen, nota bene in het Bernabéu-stadion in Madrid. Dat jaar haalt Sneijder ook met het Nederlands elftal de WK-finale in Zuid-Afrika.

Na dit topseizoen wordt het stilaan minder, maar door een ondergrens zakt de voetballer uit Ondiep nooit. Hij beleeft nog goede jaren in Turkije bij Galatasaray, maakt vervolgens een misstap met het Franse Nice en sluit zijn carrière af bij Al Gharafa (‘best een grote club daar’) in de woestijn van Doha. Ondertussen rent hij zich rot tijdens het WK in Brazilië in 2014, getergd tot het uiterste door bondscoach Louis van Gaal, en pakt daar met Oranje de derde plaats. Of hij voor 90.000 mensen in een kolkend San Siro speelt of voor drie mensen in de zandbak van Doha: het maakt Sneijder eigenlijk niet uit. Zolang de bal maar rolt. Inmiddels woont hij weer in zijn geboortestad Utrecht: hij is na Doha gestopt met profvoetbal, heeft zijn oude Utrechtse amateurclub DHSC van de ondergang gered en is daar nu teammanager, nota bene van zijn eigen broertje Rodney (‘Rodney kan nog steeds niet goed tegen kritiek’). Het geld komt niet meer met bakken tegelijk binnen, zijn restaurant op Ibiza zit dicht en hij is de ervaring rijker van een mislukt Turks vastgoedavontuur. Maar zorgen maakt Sneijder zich niet. Er dient zich altijd wel wat aan. Onlangs werd hij nog door FC Utrecht-fans gevraagd om daar nog een paar jaar de voetbalschoenen onder te binden. Hij ziet wel hoe het loopt. ‘En als het écht slecht met me gaat, word ik voetbalanalist.’

Sneijder
Kees Jansma
Uitgeverij Inside
ISBN 9789048855032
Verschenen in juni 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 21,99)

Bestel als ebook bij bol.com (€ 9,99))

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here