Uit liefde voor Maarten van Roozendaal

Maarten van Roozendaal biografie
© Gerard Zonjee (CC BY 4.0) (atr. 24) )

Schrijver Patrick van den Hanenberg is er in zijn voorwoord duidelijk in: hij hield van Maarten van Roozendaal, van de man én van zijn werk. Van Roozendaal was één van de weinigen die hem, als recensent van De Volkskrant, met ieder nieuw programma van zijn stoel wist te blazen. En toen de zanger en liedschrijver in 2013 overleed, nog maar 51 jaar oud, wist Van den Hanenberg het zeker: hij zou de biografie van Maarten van Roozendaal schrijven.

Met ‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’ brengt de schrijver dan ook een ode aan het werk van Maarten van Roozendaal. Daarbij citeert hij uit eigen recensies, die hij overigens anonimiseert (“De Volkskrant schrijft…”), alsof hij niet nóg eens wil benadrukken dat dit boek ontstaan is uit liefde en respect.

Vooral als compleet overzicht van het werk van Maarten van Roozendaal is ‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’ geslaagd. Van zijn eerste optredens tijdens de Open Bak van het Amsterdamse theater De Engelenbak, waar hij ook zijn befaamde lied 'De olielamp' zong, tot zijn laatste voorstelling De gemene deler.

In deze biografie volgt Van den Hanenberg de carrière van Van Roozendaal nauwgezet. Tientallen collega’s en vrienden komen aan het woord over hun samenwerking met Van Roozendaal; begeleidster Kim Soepnel bijvoorbeeld, haar opvolger op contrabas Egon Kracht, gitarist Marcel de Groot en natuurlijk eerst en vooral zijn weduwe, die ook zijn regisseur zou worden: Eva Bauknecht. Een gouden combinatie, zo zou later blijken. Maar allerminst vanzelfsprekend.

Bauknecht:

‘Onze karakters zijn niet hetzelfde. Ik ben heel verlegen, niet zo ruimhartig en warm als Maarten. Maarten was heel out-going en impulsief en vooral veel, heel veel. Dat botste niet, we vulden elkaar aan.’

Eigenlijk valt daarbij nauwelijks een onvertogen woord over Maarten. Nou ja, misschien behalve dan als mensen zich herinneren dat hij soms na teveel drankgebruik narrig werd of nogal breedsprakig. Het feit dat Maarten buitensporig veel dronk wordt door Eva Bauknecht zo verklaard:

‘Maarten dronk niet omdat hij het stoer vond. Hij was te gevoelig voor alles wat er om hem heen gebeurde (…). Hij heeft van alles gebruikt, maar drank bleef over, en dat bleek hanteerbaar. Hij noemde het ‘zelfmedicatie’.’

Uiteraard worden alle hoogtepunten uit het oeuvre van Maarten van Roozendaal uitgebreid besproken. Het lied 'Red mij niet' bijvoorbeeld, dat in 2000 werd bekroond met de Annie M.G. Schmidtprijs. Of de voorstelling Het wilde westen, waarvoor Van Roozendaal, Kracht en De Groot in het seizoen 2008-2009 de Poelifinario wonnen, de prijs voor het beste cabaretprogramma van het seizoen.

Het eerste hoofdstuk van de biografie opent met deze tekst:

‘Hoorde je de kinderen in het zwembad
Hoorde je het vaantje aan je fiets
Hoorde je het stoplicht op de Zeeweg
Of hoorde je echt niets.’

Het is een fragment uit het lied 'Jij blijft bij mij' , over het verongelukken van zijn jeugdvriendje Johan de Jong. Een heel persoonlijk lied, waarin Van Roozendaal verderop zingt:

‘Ik neem je voor altijd met me mee
Jij blijft gewoon voorgoed bij mij
Ik leef wel voor ons allebei
Ik doe het voor ons alle twee
Straks word ik groot, dan word jij groot
Ben ik getrouwd, ben jij getrouwd
Word ik oud, dan word jij oud
En ga ik dood, ga jij pas dood.’

Het relaas van het overlijden van Johan vormt de opmaat voor het eerste, meer persoonlijke deel van de biografie van Maarten van Roozendaal. Over zijn jeugd in Heiloo, als jongste van zeven kinderen in een welgesteld gezin. Opgevoed in liefde en tolerantie, maar als jongste misschien toch wel eens wat aan zijn lot overgelaten.
Zo zegt zus Nicoline:

‘Toen de kinderen, op Maarten en ik na, het huis uit waren, leken mijn ouders definitief klaar met het opvoeden. Er was domweg minder aandacht voor ons (…). Er golden voor ons bijna geen regels meer. Die tolerantie is voor Maarten misschien wel een valkuil geweest, want hij had wel wat begeleiding nodig gehad.’

Wat volgt is het relaas van een artistiek begaafde, maar ook overgevoelige jongen die zijn weg zoekt in het leven. De dood van zijn vriendje Johan blijft daarbij een belangrijke rol spelen, misschien zelfs wel zó belangrijk dat volgens schrijver Van den Hanenberg de dood één van de belangrijkste thema’s in Van Roozendaals oeuvre zou worden.

De biografie volgt Maarten tijdens zijn turbulente schoolperiode en in de Alkmaarse krakersscene waar hij daarna terecht komt. Daar blijft hij liedjes schrijven. En dope en drank gebruiken. Hij balanceert aan de rand van de goot, waarbij hij steeds weet dat hij altijd op zijn familie kan terugvallen. Uiteindelijk verhuist hij in 1983 naar Amsterdam. Al die tijd kampt hij regelmatig met angstaanvallen en hyperventilatie, maar toch komt op dat moment zijn carrière langzaam van de grond.

Oeuvre

Waar Van den Hanenberg in dit eerste deel van zijn biografie meer de focus legt op het leven van Van Roozendaal, verschuift die later naar het oeuvre. Soms leidt dat tot verrassende inzichten. Hoe ontspannen zijn voorstellingen ook leken, Van Roozendaal dacht na over ieder moment, hield niet van improviseren, wist precies wanneer hij een glas water zou drinken of – typerend gebaar- de hand door zijn haar zou halen.

Deze biografie heeft een verhalend karakter. Natuurlijk: de drijfveren, dilemma’s, twijfels en angsten van Maarten van Roozendaal worden besproken, maar niet altijd uitgediept.

Door de regels heen lees je inderdaad de grote bewondering die schrijver Van den Hanenberg heeft voor het oeuvre van Maarten van Roozendaal. Dat heeft hij nauwgezet beschreven, inclusief een hoofdstuk over hoe anderen na zijn dood het werk van Maarten hebben uitgevoerd. Daar spreekt niet alleen journalistieke volledigheid uit, maar ook blijdschap dat het werk niet vergeten wordt.

‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’ is  wat mij betreft vooral theaterhistorisch gezien een geslaagd boek. Er is echter nog ruimte voor een vervolg, waarin de focus minder op het oeuvre en meer op de mens achter de maker ligt. Maarten van Roozendaal zou ook dát verdienen.

‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’
Patrick van den Hanenberg
Nijgh en Van Ditmar
ISBN 9789038804675
Verschenen in januari 2019

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 13,99)
Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 25,00)


Koop bij bol.com Bestel als paperback bij bol.com (€ 25,00
Bestel als ebook bij bol.com (€ 13,99)
Hijlco Span
Hijlco Span (De Bilt, 1960) is al sinds 1983 aan de NCRV verbonden als radiopresentator en programmamaker. Hij is een autoriteit op het gebied van cabaret en kleinkunst. Sinds 1991 presenteert hij het cultuurprogramma Volgspot, waarin hij gesprekken voert met podiumkunstenaars.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here