‘Er knapte iets’. Seriemoordenares Maria Catherina Swanenburg, alias Goeie Mie

De grootste Nederlandse seriemoordenares, Maria Catherina Swanenburg, oftewel Goeie Mie uit Leiden, geboren in 1839, maakte eind negentiende eeuw 65 slachtoffers. 23 stierven na enkele uren of na dagen van creperen: overgeven, kapotte kelen, diarree, gekmakende pijnen en dito benauwdheid. 42 overleefden de vergiftiging met arsenicum, al dan niet gehandicapt voor het leven.

Dankzij populaire cultuuruitingen overleefde het verhaal van Goeie Mie. Alle (bodemvaste?) Leidenaren zouden volgens de auteur het verhaal nog kennen (ik heb er als Leidenaar van 1993-1996 nooit van gehoord). Vaststaat dat toentertijd media met hun sensationele informatie hebben bijgedragen aan de legende, de beeldvorming, de mythe rond Goeie Mie. Daartoe behoren de dagbladen , commerciële boekuitgaven (waaronder nogal wat gemankeerde biografieën van mevrouw Swanenburg), caféliedjes, kermisattracties en een beeld in het Nederlandsche Panopticum, het wassenbeeldenmuseum in Amsterdam. Voor de aparte gruwelkamer moesten de museumbezoekers extra betalen – alsof ‘er nu een wassen beeld van Willem Holleeder in Madame Tussauds zou worden geplaatst’, merkt biograaf Stefan Glasbergen ad rem op.

Ik hoopte aan de hand van deze biografie iets te leren over de sociale en historische context van Goeie Mie, haar drijfveren en motieven, haar psychopathologie, het onderzoek door politie en justitie , de reacties in een tijd dat de doodstraf pas was afgeschaft en dagbladen ongeveer dezelfde rol vervulden als televisie en social media nu. Wat dat betreft, werd ik op mijn wenken bediend. Tot mijn verbazing verhoorden de autoriteiten voor het proces tientallen getuigen: familieleden, buren, de drogisten die aan Mie arsenicum verkochten, de bodes van de begrafenisverzekeringen die elke maand de premies kwamen incasseren, en de artsen die na sectie meestal concludeerden dat er vergiftiging in het spel was. Zestien lijken werden opgegraven, er werd een psychiatrisch rapport over Mie opgesteld. Het was de advocaat van Mie er niet om te doen haar onschuld te bewijzen (die zou wel vast komen te staan) maar om op lacunes en ongerijmdheden in de bewijsvoering rondom enkele overledenen aan te tonen (waaronder haar kinderen en haar ouders).

Maar nu komt het probleem, want ik recenseer een biografie, geen tijdperk: als in een thriller doseert biograaf Glasbergen de informatie over Goeie Mie. Als ik de lezer zijn kritische gedachten, twijfels, vooroordelen en verbeelding gun, kan ik vanwege de spoiler alert niet zo veel over de analfabete Goeie Mie vertellen. De spanning hangt af van de dosering van de feiten die soms erg laat in de biografie aan bod komen. Had ze last van PTSS nadat haar eerste zes kinderen jong gestorven waren? Heeft ze die misschien zelf vermoord (zoals Japanse moeders in een ver verleden deden in tijden van hongersnood)? Is ze misschien slachtoffer geworden van ‘grensoverschrijdend gedrag’, zoals ze tijdens de verhoren beweerde?

Ik las braaf alle informatie over armoede in Leiden, de industrialisatie en toenemende kinderarbeid na 1840, de huisvesting van de armen in bepaalde straten die tot aan Mie’s arrestatie in 1883 zo’n beetje haar horizon moeten zijn geweest. Daarbovenop komt de informatie over begrafenisverzekeringen, doorslaggevende bewijsvoering in haar proces. Arme mensen zouden het toch gênant, zo niet schandalig hebben gevonden om ‘van de armen’ begraven te worden. Dus door de gemeente, aan de rand van een openbare begraafplaats, in een goedkope houten kist, zonder grafsteen en uiteraard zonder koffie, cake, bitterballen of alcoholische drank na de plechtigheid. Waarom dat zo was, laat Glasbergen in het midden, terwijl me dat een onderwerp van Foucaultiaanse allure lijkt. Maar sociale psychologie is nu eenmaal niet zijn vakgebied als historicus. In het begin van de biografie had ik zelfs de indruk dat Glasbergens verhaal niet verder zou komen dan wat psychologie van de koude grond, een enkeldiepe analyse van Mie’s criminele gedrag– ‘er knapte iets’ in haar…

Het verdienmodel van Goeie Mie bestond eruit om verschillende begrafenisverzekeringen af te sluiten op het leven van familieleden, buren en kennissen. Na aftrek van de begrafeniskosten en eventueel wat zoethoudertjes voor familieleden hield ze een leuk bedrag aan de uitkeringen van 50 gulden per sterfgeval over. De lezer herinnert zich misschien de tientallen hedendaagse thrillers en detectiveseries waarin wakkere Amerikaanse, Zweedse of Duitse rechercheurs meteen – dankzij een totaal gebrek aan privacy denk ik dan altijd – kunnen checken of mensen een levensverzekering hadden uitstaan op naam van het slachtoffer.

Goeie Mie kreeg ook al vroeg de smaak van het moorden te pakken. Wat verklaart haar gedrag? Ja, ze dronk, was misschien verslaafd, ‘ik was suf’ verdedigt ze zich tijdens haar proces. Maar andere contemporaine onderzoekers suggereren iets wat ook geheel van deze tijd zou kunnen zijn. Ik houd mijn mond om de spanning niet te bederven.

Eén van de merkwaardigste vrijheidsberovingen waarover ik las in deze biografie was die voor mannen tot veertig jaar in Mie’s tijd. Die mochten, zoals de vader van haar eerste drie kinderen (allemaal jong overleden) niet trouwen, totdat ze hun dienstplicht van vijf jaar hadden uitgediend . Mie was dus ongehuwd moeder. Eerdere biografen dachten bij die status veeleer aan seksuele losbandigheid of prostitutie. Dat bewijst denk ik eens te meer hoe voorzichtig we moeten zijn met biografieën die geschreven zijn door leden van hogere over de lagere klassen. Tot op zekere hoogte neemt Glasbergen het op voor Goeie Mie, hij corrigeert voorgangers, is sceptisch over getuigen, doet recht aan thrillerelementen als motive, means, opportunity. Dit is een academische biografie maar in populair-wetenschappelijke stijl geschreven, gerangschikt naar thema’s als ‘Mie na het proces’ en ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent’. In ieder geval ligt er de basis voor een populair werkje zonder gedegen notenapparaat.

Goeie Mie. Biografie van een seriemoordenares
Stefan Glasbergen
Uitgeverij Primavera Per
ISBN 978-90-5997-302-2
Verschenen in oktober 2019

Bestelinformatie


Bestel als paperback bij bol.com (€ 19,50)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,50)
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here