Rory Storm heeft de laatste trein gemist

Rory Storm, geboren als Alan Ernest Caldwell op 7 januari 1938 in Liverpool, was een podiumbeest. Zodra hij een microfoon zag, hoefde hij niet meer te stotteren – zijn eeuwige makke – en groeide hij uit tot het flamboyante middelpunt van het universum. Hij wist zijn publiek te doordringen van zijn moeders adagium: ‘Je bent niet voor straf geboren.’ Life is fun, als je een beetje talent hebt voor het geluk. Rory Storm dronk niet, rookte niet en werd slechts 34 jaar oud. Tom Egbers beschrijft in Rory Storm. Hoe de koning van Liverpool werd onttroond door The Beatles hoe het zo ver gekomen is.

The Mersey Beat

Liverpool is nog een verwoeste stad in het midden van de jaren vijftig. De helft van het centrum komt beschadigd uit de oorlog, de bouwplaatsen herinneren aan de tachtig bombardementen die er hebben plaatsgevonden. In die omgeving groeit Alan Caldwell op, in Broad Green Road, zeven minuten lopen van Penny Lane. Zijn vader verdient de kost als glazenwasser en ziet met lede ogen aan hoe de huizen van zijn klanten tijdens de rigoureuze wederopbouw afgebroken worden. Ernest en Violet Caldwell ontzeggen zich, ondanks de geldzorgen, alles voor hun kinderen: jongste dochter Iris zit op dansles, oudste zoon Alan is een getalenteerd hardloper. Hij heeft zo nu en dan een treinkaartje nodig, voor wedstrijden elders in het land. Violet wordt het soms te veel en lijdt aan depressies, die met elektroshocktherapie behandeld worden. De enige uitspattingen die Alan zich in die armoede permitteert zijn Radio Luxembourg, want die draait in tegenstelling tot de muffe BBC wel de nieuwste muziek uit Amerika, en de zondagse uitjes naar Anfield. Hij ziet er Liverpool naar de Second League degraderen, want het voetbal van de Reds is in die jaren net zo zieltogend als de sfeer in de stad. Soms komen zijn grote liefdes samen. In het stadion zingen de Kopites, de harde kern onder de aanhang van Liverpool, hun clublied: We shall not be moved. Het lied is geïnspirieerd op een negrospiritual, bekend geworden door de vertolking van Lonnie Donegan, de grootste Skiffle-artiest van dat moment. Alan is dol op Skiffle, hij ziet zijn grote idool Donegan in The Empire optreden. Alan koopt van zijn prijzengeld als hardloper zijn eerste gitaar en richt een bandje op:  Al Caldwell and his Raving Texans. Ondanks zijn gestotter is hij  een lefgozer en weet hij Joe Sytner, eigenaar van The Cavern, te overreden hun een optreden te gunnen in zijn club. Skiffle kan nog net, al is The Cavern eigenlijk een jazzclub, maar als ze het in hun hoofd halen rock & roll te spelen, de nieuwste rage uit het verderfelijke Amerika, zullen ze er welgeteld twee keer optreden, verzekert Sytner de jongens: de eerste en de laatste keer. Alan doet water bij de wijn, al is hij gecharmeerd van Bill Haley & his Comets die hij op Radio Luxembourg heeft gehoord. Op de avond van hun eerste optreden speelt er nog een bandje in The Cavern, maar The Quarry Men bakken er weinig van. John Lennon heeft niet eens een drummer en zijn leadgitarist, Paul McCartney, is godbetert op zomerkamp.

Hamburg

De band timmert via talloze talentenshows hard aan de weg en verandert zijn naam in Al Storm & The Hurricanes. Eigenlijk zoeken ze nog een slaggitarist, maar het vriendje van Iris, George Harrison geheten, is pas veertien en nog nat achter zijn oren. Alan weet wel een drummer te strikken, Richard Starkey. Zoals het een serieuze popband betaamt, vinden ze de tijd rijp voor artiestennamen. Al Caldwell noemt zich Rory Storm, dat bekt lekker bij The Hurricanes, en Richard Starkey gaat voortaan als Ringo Starr door het leven. Ernest heeft zijn bedenkingen bij de artistieke aspiraties van zijn zoon, maar Violet juicht de ambities van Rory van harte toe. Hij stottert minder. Daarin ziet ze een bewijs dat het goed met hem gaat. Rory Storm & The Hurricanes zijn de top of the bill van de Liverpool-sound, de Mersey beat, die uit de krochten van de verwonde havenstad opbloeit. Op 3 mei 1960 vindt er een daverend optreden in het boksstadion in Old Hall Street plaats, voor een publiek van zo’n zesduizend man. Allan Williams, de organisator van het concert, weet de jongens voor een riant salaris naar Hamburg te halen; The Silver Beatles, zoals The Quarry Men dan al heten, gaan met hen mee en nemen de gelegenheid te baat zich van nu af aan The Beatles te noemen. George Harrison heeft de band inmiddels versterkt en ze hebben eindelijk een drummer, Pete Best. De vijfde Beatle, Stuart Sutcliffe, completeert als bassist de band en raakt in Hamburg verslingerd aan een bloedmooie fotografe, Astrid Kirchherr. Zij maakt een portret van Rory Storm, dat hem in zijn knipselboek het dierbaarst is: zelfverzekerd, bijkans op het arrogante af en zonder die eeuwige grijns, kijkt hij in de camera. Dat Paul McCartney en John Lennon weleens een liedje schrijven, deert hem niet. Rory Storm & The Hurricanes stelen met hun repertoire van Ray Charles, Bill Haley en Lonnie Donegan elke avond de show, ook in Hamburg. Iedereen houdt van de uitzinnige frontman van The Hurricanes. Na zjn thuiskomst kalkt hij op een muur bij het stationnetje van Bootle, I Love Rory. Die marketing haalt het niet bij wat The Beatles te wachten staat.

Voor altijd op het perron

Het gebeurt in 1962. Tot verbijstering van Rory Storm ziet Brian Epstein het wel met The Beatles zitten, maar niet met de gevierde coverband uit Liverpool. Tot overmaat van ramp weet John Lennon ook nog Ringo Starr van Rory Storm & The Hurricanes af te troggelen. De hogere gages en het vooruitzicht van een platencontract onder de nieuwe manager geven de doorslag. Stuart Sutcliffe, die in Hamburg is achtergebleven, overlijdt op 24 april van dat jaar plotseling aan een hersenbloeding. Een maand later zijn de overgebleven Beatles voor het eerst in de Abbey Road Studios, om een plaatje van eigen makelij op te nemen: Love Me Do. De single bereikt in de hitcharts met moeite de zeventiende plaats, vooral omdat Epstein omwille van de notering duizenden exemplaren heeft opgekocht. Daarna gaat het snel. Binnen een jaar brengen The Beatles Please, Please Me, hun eerste nummer 1-hit, From Me to You, She Loves You en I Want to Hold Your Hand uit. Rory Storm, de koning van Liverpool, is door de broekies onttroond. Terwijl The Beatles de wereld veroveren, draaien Rory Storm & The Hurricanes nog steeds hun covers af in The Cavern. In 1966 gaan de zaken zo slecht dat de club, eens de uitgaanstent van Liverpool, zijn deuren moet sluiten. Als een jaar later gitarist Ty Brien overlijdt aan de complicaties van een blindedarmontsteking, houdt de band het voor gezien. ‘If you miss the last train, you’re on the platform forever,’ zegt Johnny Guitar, met wie Rory Storm ooit de band heeft opgericht. De laatste jaren van zijn leven slijt Rory Storm als deejay, onder andere in de Lucky Star bij het Leidseplein in Amsterdam. Hij vertoeft er graag en geniet van de vrijheid, blijheid van de jaren zestig. Hij gaat pas terug naar Liverpool als zijn vader plotseling overlijdt. Hij trekt er in bij zijn moeder, die weer depressief is. Op 28 september 1972 treffen de buren, gewaarschuwd door Iris, het afscheidsbriefje op de trap naar de overloop aan. Boven vinden ze de levenloze lichamen van moeder en zoon. Ringo Starr laat verstek gaan bij de begrafenis. ‘I wasn’t there when he was born either,’ is zijn excuus.

Rory Storm. Hoe de koning van Liverpool werd onttroond door The Beatles is geen diepgravende of psychologiserende biografie over leven en dood van Alan Caldwell. Egbers heeft het over de eeuwige rivaliteit tussen Everton en Liverpool FC, over onbenullige maar o zo hartverwarmende weetjes waarom op de tribunes van de Reds tot op de dag van vandaag ‘You’ll Never Walk Alone’ van Gerry & the Pacemakers gezongen wordt en hoeveel tragiek er schuilt in dat achteloze zinnetje dat de eersten de laatsten zullen zijn. Leuk klinkt lullig, maar ik bedoel het zonder ironie of denigrerende ondertoon: Rory Storm. Hoe de koning van Liverpool werd onttroond door The Beatles is een van de leukste boeken die ik het afgelopen jaar gelezen heb. Met die intentie heeft Tom Egbers deze Walking Back Down Memory Lane ook geschreven. Chapeau.

Rory Storm. Hoe De Koning Van Liverpool Werd Onttroond Door The Beatles
Tom Egbers
Uitgeverij Thomas Rap 
ISBN 978 94 004 0281 2
Verschenen mei 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 18,90)
Bestel hier als digitaal boek bij bol.com (€ 14, 95)

Video

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

1 REACTIE

  1. een triest verhaal en ben nog steeds op zoek wat de werkelijke reden was dat Richard Starkey niet op zn begrafenis was..want eigenlijk heeft hij alles aan hem te danken !

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here