R.P. Cleveringa: een moedig man, geroepen tot het recht

Ru Cleveringa biografie

In zijn ruim 500 pagina’s tellende biografie, R.P. Cleveringa, recht, onrecht en de vlam der gerechtigheid, geeft Kees Schuyt een fraai beeld van leven en werken van deze Leidse rechtsgeleerde (1894-1980).

Ru (Rudolph) Cleveringa was de man die met een vlammende protestrede als een van de eersten openlijk stelling nam tegen de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, waarvan onder anderen zijn leermeester hoogleraar Rudolph Meijers het slachtoffer was.

De oorlogsjaren en Cleveringa’s ervaringen in deze periode vormen het hart van de biografie, maar ook de jaren voor en na de bezetting komen uitgebreid aan de orde.

Hij werd gedreven door een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Toen het erop aankwam, durfde hij zich uit te spreken, ongeacht de gevolgen, daarin gesteund door zijn vrouw en het Leidse universitaire milieu.

In strijd met de wet

In zijn protestrede op 26 november 1940, een half jaar na de Duitse inval, bracht Cleveringa scherp onder woorden waarom de anti-Joodse maatregelen tegen prof.mr. E.M. Meijers en andere Joodse collega’s in strijd waren met de Nederlandse wet.

“Meijers”, zei Cleveringa, is “een nobele en ware zoon van ons volk”, een studentenvader en geleerde die de vreemdeling, welke ons thans overheerst, ontheft van zijn functie”.

Hij zei niet over zijn gevoelens te kunnen spreken, maar deed dat natuurlijk toch, door te verklaren dat “zij als kolkende lava dreigen te barsten door al de spleten welke zich in mijn hoofd en hart zouden kunnen openen”. En toen zette hij zijn gehoor uiteen welke waarden er op het spel stonden die koste wat het koste behouden en gekoesterd moeten worden:

“In overeenstemming met Nederlandse tradities verklaart de Grondwet iedere Nederlander tot elke landsbediening en tot de bekleding van elke waardigheid en elk ambt benoembaar, en stelt zij hem, onafhankelijk van zijn godsdienst, in het genot van dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten”.

En voor de duidelijkheid citeerde Cleveringa ook art. 43 van het Landoorlogreglement, waarin staat dat de bezetter de wetten van het land moet eerbiedigen.

Cleveringa moest erkennen dat hij het ontslag niet tegen kon houden en dat hij en de universitaire wereld niets anders konden doen dan hun hoofd buigen voor de overmacht.

Niet de enige

Hij was zeker niet de enige universitaire bestuurder die stelling nam tegen de anti-Joodse maatregelen. Maar zijn rede werd vrijwel onmiddellijk vermenigvuldigd en verspreid en kreeg zo landelijke bekendheid, ook buiten academische kring. De toespraak was een belangrijke impuls voor het georganiseerde verzet.

Cleveringa werd gearresteerd en opgesloten in de gevangenis in Scheveningen, in de oorlogsjaren beter bekend als het ‘Oranje-hotel’. Op 7 augustus 1941, na een detentie van acht maanden, kwam hij voorwaardelijk vrij.

In gevangenschap was hij doordrongen geraakt van het besef “hoe oneindig veel groter al die zogenaamde kleinigheden zijn in het leven dan alles wat zich gewoonlijk als gewichtig en belangrijk aandient”. Daarmee doelde hij op “een ondersteunend woord, het delen van brood, een stuk schrijfpapier”. Hij sloot in het Oranje-hotel vriendschappen voor het leven.

Het Oranjehotel in Scheveningen © Anefo (cc0)

Mislukte moordaanslag

In 1944 volgde een nieuwe periode van gevangenschap. Begin januari was hij, samen met andere Leidenaren die op een lijst van mogelijke gijzelaars stonden, opnieuw opgepakt. Dit keer was de aanleiding een gebeurtenis waar hij part noch deel aan had. In de stad was een mislukte moordaanslag gepleegd op een NSB’er.
Hij dacht dat hij als vergelding zou worden doodgeschoten, maar hij bleef gespaard. Zeven maanden zat Cleveringa in Kamp Vught, een periode waarop hij na de oorlog terugblikte. Cleveringa moest daar “in een machteloze positie onrecht verdragen” en had een blik in de hel geworpen. Op 22 juli werd hij onverwacht vrijgelaten.

Nog geen maand later trad hij, op verzoek van de regering in Londen, toe tot het College van Vertrouwensmannen. Dat college kreeg als taak om na de bevrijding een bestuursvacuüm in Nederland te voorkomen en het centrale gezag snel en effectief te herstellen.

Ben Telders

Cleveringa was in zijn anti-Duitse opstelling geïnspireerd door met name zijn collega en vriend Ben Telders, hoogleraar volkenrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden en partijvoorzitter van de Liberale Partij. Deze briljante, veelzijdige geest (die ook een biografie verdient) verzette zich in talloze artikelen fel en met kracht van argumenten tegen de anti-Joodse maatregelen. Hij werd in december 1940 opgepakt en zat op allerlei plaatsen gevangen, ook nog even samen met Cleveringa in Kamp Vught. Hij stierf vlak voor de bevrijding in het concentratiekamp Bergen-Belsen aan de gevolgen van vlektyfus. Telders was pas 42 jaar.

Rechtsherstel

In de eerste naoorlogse jaren heeft Cleveringa zich intensief beziggehouden met de gevolgen van de Duitse bezetting. De vraag was: hoe en op welke manier kan slachtoffers recht worden gedaan? In veel gevallen was dit onmogelijk: meer dan 100.000 Joodse Nederlanders waren gedeporteerd en vermoord. Voor deze mensen viel niets meer recht te zetten of te vergelden, niemand kon ze hun leven en geliefden teruggeven.

De Joden die wél terugkeerden uit gevangenschap of onderduik stuitten vaak op een muur van onverschilligheid en vijandigheid die rechtsherstel bemoeilijkte. Ze hadden grote moeite om bezittingen terug te krijgen (huizen, geld, aandelen, kunst). En gemeenten, verzekeringsmaatschappijen en hypotheekverstrekkers stuurden koud en onverschillig naheffingen over betalingsachterstanden die in de oorlogsjaren waren ontstaan.

De problemen waren reusachtig. Zo was het heel moeilijk om contractuele verplichtingen, die onder dwang of dreiging van de bezetter waren aangegaan, na de oorlog te herstellen, schreef Cleveringa vlak na de oorlog. En wat daarbij het rechtsherstel bemoeilijkte, was de, in zijn ogen en in die van het verzet, slappe houding van de Hoge Raad in de bezettingsjaren.

Inschikkelijk

Volgens Cleveringa hadden de hoogste rechters in Nederland zich inschikkelijk opgesteld ten aanzien van allerlei Duitse maatregelen en verordeningen. Dat maakte het naoorlogse rechtsherstel nog ingewikkelder. Want – zo gaf hij als voorbeeld – zou iemand die door toedoen van de bezetter bepaalde goederen in bezit heeft gekregen niet te goeder trouw kunnen zijn, aangezien de Hoge Raad de voor dit soort transacties geldende verordeningen van de bezetter rechtmatig heeft verklaard?

Cleveringa vond dat de Hoge Raad in de oorlog had gefaald in plaats van het goede voorbeeld te geven. De hoogste rechters hadden zich volgens hem onvoldoende verweerd tegen de schending van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ze hadden onder meer het ontslag van hun eigen president, mr. L.E. Visser, die Joods was, over hun kant laten gaan.

In Nederland worden rechters voor het leven benoemd, ze kunnen niet door de regering worden afgezet. Maar al in de oorlog gingen er stemmen op die aandrongen op het afzetten van leden van de Hoge Raad die in de oorlog tekort waren geschoten. Dat was nodig, zo luidde de redenering, om het gezag van de raad te herstellen.

Cleveringa was daar geen voorstander van. Hij vond vrijwillige terugtreding de meest wenselijke oplossing voor de gezagscrisis waarin de Hoge Raad verkeerde. Maar wie daar niet aan mee wilde werken, zou zich volgens hem in elk geval moeten onderwerpen aan een zuiveringsprocedure, net als alle andere leden van de rechterlijke macht. Cleveringa heeft het de leden van de Hoge Raad nooit vergeven dat ze zich hieraan onttrokken.

Ru Cleveringa verleent Winston Churchill op 10 mei 1946 een eredoctoraat van de Universiteit Leiden. © Koos Raucamp (ANEFO) (CC BY 4.0)

Jeugdjaren en zeerecht

De oorlogsjaren vormen dus het hart van het boek, maar de biografie biedt zoals gezegd veel meer: Schuyt schrijft in detail over Cleveringa’s jeugdjaren in Appingedam en Heerenveen, zijn studiejaren en promotie in Leiden, zijn veelzijdige wetenschappelijke arbeid, zijn jaren bij de Raad van State.

Cleveringa was bedrijfsjurist en rechter, hoogleraar, faculteitsbestuurder, decaan en rector-magnificus. Hij gaf les en deed dat nauwkeurig en precies, maar niet op meeslepende wijze. Er waren studenten die zeiden dat hij zoveel facetten zag aan één wetsartikel, dat hij er maanden over kon doceren en daarbij dan niet verder kwam dan de eerste komma.

Cleveringa was een groot kenner van het zeerecht waarover hij een gezaghebbend standaardwerk schreef, zoals alles wat hij noteerde, met vulpen. Schuyt staat daar uitgebreid bij stil om te laten zien hoe Cleveringa (uiterst zorgvuldig) werkte en dacht, met name over grensoverschrijdende juridische problemen die in het internationale zeerecht natuurlijk aan de orde van de dag zijn. Dit zijn passages die de niet juridisch geschoolde lezer misschien liever overslaat, ook al brengt Schuyt het allemaal helder onder woorden.

In de laatste jaren van zijn leven verscheen nog in twee delen, tezamen bijna 2000 pagina’s, “de vierde druk van Van Rossem/Cleveringa”. Het standaardwerk waarin Cleveringa, artikel voor artikel, verklarend commentaar gaf bij het Nederlands Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Schuyt, zelf socioloog en jurist, oordeelt dat de plaats van Cleveringa in de Nederlandse rechtswetenschap bescheiden is geweest. Maar van onschatbare en blijvende betekenis was zijn houding in de Tweede Wereldoorlog. Hij sprak zich uit tegen tirannie toen velen zwegen, vastberaden en rechtschapen. Hij was zo een inspiratiebron voor velen.

Schuyt concludeert dat Cleveringa nog steeds een voorbeeldfunctie heeft, en hij vraagt de lezer: wat zou jij gedaan hebben als jij in zijn schoenen had gestaan?

R.P. Cleveringa, recht, onrecht en de vlam der gerechtigheid
Kees Schuyt
Boom uitgevers Amsterdam
ISBN 9789024409082

Verschenen in januari 2019

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 35,00)

Koop bij bol.com Bestel als paperback bij bol.com (€ 35,00)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here