Op eigen houtje. Een verhaal van Ausdauer in het vrouwenschaatsen

In Op eigen houtje verzamelde Jessica Merkens de verhalen van veertien vrouwen die sinds 1912 aan veertien Elfstedentochten hebben deelgenomen. Ze opent de reeks met Trijntje Pieters uit het Friese dorpje Poppenwier, die zich in 1805 de gelukkige winnares mocht noemen van het gouden oorijzer, de hoofdprijs van de Luisterryke Vrouwen Rydpartij die in Leeuwarden verreden werd. En ze eindigt met Klasina Seinstra, de winnares van de laatst gereden Elfstedentocht in 1997. Toch is Op eigen houtje meer dan een collectieve biografie. Het is ook een relaas over Ausdauer in het vrouwenschaatsen geworden, en dat niet alleen in sportief opzicht.

Zilveren tabakspot

ā€˜Wij hebben de kolen voor jullie uit het vuur gehaald,ā€™ kreeg Merkens van Betty Westerveld te horen, wanneer ze elkaar weer eens tegenkwamen in de kleedkamer van hun gemeenschappelijke trainingscomplex in Utrecht. Westerveld was toen al dik in de zeventig, Merkens een mid-twintiger. Alleen al in die zin is het begrijpelijk dat Merkens nadrukkelijk aanwezig is in dit boek. Als jonge marathonschaatsster is ze de fakkeldrager van een stoet van vrouwen die haar voor zijn gegaan: Atje Keulen-Deelstra, Stien Kaiser, Jikke Gaastra, de eerste officiĆ«le deelneemster aan de Elfstedentocht. Tot in het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw was het allerminst vanzelfsprekend dat vrouwen deelnamen aan een duursport. De eerste Tour de France voor vrouwen vond in 1984 plaats. Een jaar later volgde de eerste Elfstedentocht waarin vrouwen niet alleen als toerrijdster mochten deelnemen (dat deden ze al sinds 1912), maar er ook competitief gestreden werd om de eerste plaats. Evert van Benthem won dat jaar bij de mannen, Lenie van der Hoorn-Langelaan uit Ter Aar bij de vrouwen. Betty werd tweede. Ze kreeg het gebruikelijke Elfstedenkruisje, zonder ereteken van het wedstrijdelement of haar tweede plaats. Het Algemeen Dagblad van 22 februari 1985 opende met een stralende Evert van Benthem op de voorpagina (ā€˜Evert schaatskoningā€™), en maakte melding van de overwinning van Leni. Op pagina 29. De zilveren tabakspot die ze bij wijze van wisselbokaal kreeg ā€“ de organisatie was vergeten een prijs aan te schaffen voor haar eerste officiĆ«le vrouwenwedstrijd – moest ze na twee weken alweer inleveren. Het was nogal een duur ding. Een krans waren ze sowieso vergeten.

Koek en zopie

Merkens trekt alle registers open om van Op eigen houtje meer te maken dan een bundel heroĆÆsche vrouwenverhalen, en ze doet dat met verve. De lezer krijgt een kleine cultuurgeschiedenis van het schaatsen in Nederland voorgeschoteld. HiĆ«rarchische verhoudingen zijn er nauwelijks in te vinden: mannen, vrouwen en kinderen deden eraan mee. Een spontaan volksfeest dat zich niks aantrok van horecawet of godsgebod. Voor Koek en Zopie had je geen vergunning nodig en God liet het ook op de Dag des Heeren vriezen, dus zal ook Hij wel genieten van alle ijspret.  Schaatsen was een placebo voor het carnaval dat met de Reformatie was weggevallen. Een omgekeerde wereld waarin stand-, sekse- en leeftijdsverschillen niet meer bestonden ā€“ althans, wat het recreatieve aspect van onze nationale sport betreft.

Atje Keulen-Deelstra in de Elfstedentocht van 1985 Ā© Anefo (cc0)

Haatmail

Want Op eigen houtje verhaalt ook van vrouwen die moesten opboksen tegen de genoegzame vooroordelen van boboā€™s, die vonden dat ze niet al te hard over het natuurijs behoorden te gaan. Het huishouden schreeuwde niet om vrouwenkuiten. Mooie pirouettes draaien, dat mochten ze wel. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat Sjoukje Dijkstra de haatmail ontving die Atje Keulen-Deelstra als topsporter te verstouwen kreeg. Keulen-Deelstra was 32, toen ze voor het eerste wereldkampioen werd. Volgens de anonieme afzenders verwaarloosde ze haar kinderen en leek haar schaatsen nergens op.

Diezelfde Atje Keulen-Deelstra weigerde in 1986 deel te nemen aan de Elfstedentocht zolang vrouwen geen eigen wedstrijd kregen, met een eigen tijdslimiet die gebaseerd was op de prestatie van de winnares, niet die van de winnaar. Voorzitter Jan Sipkema voelde niets voor het idee. Er zouden zomaar meer vrouwen kunnen gaan meedoen aan de tocht der tochten.  

Meeslepend en ontroerend

Op Eigen houtje staat vol met dit soort verhalen. Het is een meeslepende en bij tijd en wijle ontroerende geschiedenis over vrouwenschaatsen als duursport geworden. Bovenal is het een goed geschreven boek. Wil je je als auteur uitstapjes kunnen veroorloven als  de sportverslaggeving van het Leeuwarder Nieuwsblad of de betekenis van ā€˜voor spek en bonenā€™ in de sport, dan vraagt dat om een goed doordachte compositieā€“ en die levert Merkens. Stilistisch weet ze de lezer keer op keer te verrassen. Dit is toch een prachtzin?

ā€˜Soms voel je ineens dat alles klopt, alsof elk vezeltje in je lijf besluit tegelijkertijd mee te doen met wat je in je hoofd had bedacht. Elke spieraanspanning heeft een functie, elke afzet is precies goed ingezet. Je glĆ­jdt.

Ik begreep opeens wat schaatsen inhoudt. En glĆ­jden.
Op eigen houtje is een pareltje onder de sportbiografieƫn.

Op eigen houtje. De ongelooflijke verhalen van vrouwen in de Elfstedentocht
Jessica Merkens
Ambo | Anthos
ISBN paperback 9789026360930 
ISBN ebook 9789026360947
Verschenen in januari 2023

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com ( 22,99)
Bestel als ebook bij bol.com (ā‚¬ 12,99)

Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in