Melchert Schuurman en de zonde der vaderen

Melchert Schuurman

Melchert Schuurman was een “gevoelsfascist”, iemand die niet zozeer door rationele overwegingen nationaalsocialist werd, maar eerder ontvankelijk was voor de romantiek van bloed en bodem, vaandels en banieren, volk en vaderland. Schuurman droeg zijn steentje bij aan het elan van de beweging: hij was hofcomponist van de NSB, die met deuntjes als Strijdlied en Mussertman de kameraden een hart onder de riem stak. “Wij willen daad, wij zijn de tolk/Aan ons de straat, aan ons het volk.”

Antidemocraat

Gerrit Valk vertelt het levensverhaal van Melchert Schuurman in ‘Pantsers stooten door, stuka’s vallen aan’ (de titel is ontleend aan het Lied der legioensoldaten dat Schuurman in 1943 componeerde) en zoekt een verklaring voor diens bekering tot het fascisme in het vitalisme dat door tijdgenoten als Hendrik Marsman werd uitgedragen: de idee dat het Avondland gedoemd was ten onder te gaan en dat alleen een leven van “moed, daad en strijd” bezielend kon zijn in een samenleving die met de democratie het middelmatige en zwakke had omarmd. Schuurman omschreef zichzelf na de oorlog als een antidemocraat. Het ratjetoe van Nietzscheaanse ideeën en Pruisische idealen vond zijn belangrijkste woordvoerder in Oswald Spengler en Der Untergang des Abendlandes. Niet alleen studeerkamerfascisten als Tobie Goedewaagen, maar ook minder filosofisch aangelegde figuren als Melchert Schuurman werden door dat boek in vervoering gebracht. Valk maakt dankbaar gebruik van de typologie van de fascist die Robin te Slaa en Edwin Klijn in hun studie van de NSB hanteren. Behalve “gevoelsfascist” had Schuurman ook wel iets van de “volkse fascist”, die voor de mythe van de ongerepte landbouwer stond. Zijn overgrootvader en naamgever Melger Schuurman, herenboer in het West-Friese Andijk, ging ten onder aan de Amerikaanse massaproductie waardoor Europa in de jaren tachtig van de negentiende eeuw werd overspoeld. Het faillissement van het boerenbedrijf veroordeelde zijn vader tot een bestaan in de sigarenfabriek van de familie Helling en Co in Alkmaar. Ressentiment, vage idealen en een Duitse vrouw die hem wellicht iets attenter maakten op de ontwikkelingen bij de oosterburen vormden het amalgaam van deze Nederlandse nationaalsocialist. In november 1933 werd Schuurman lid van de NSB.

Familiedrama

Melchert Schuurman, geboren op 1 juni 1900 in Alkmaar, was door zijn muzikale talent het lot van zijn vader ontsprongen. Hij hoefde niet dag in dag uit aan de lopende band van de sigarenfabriek te staan, maar kon als leider van diverse ensembles en leraar in zijn levensonderhoud voorzien. Ook componeerde hij sentimentele liedjes als Popke, waarin een stervend meisje naar de poppendokter vraagt, die ooit haar knuffel had opgelapt. Na zijn toetreding tot de NSB veranderde de toon. De smartlappen maakten plaats voor marsmuziek en strijdliederen. Schuurman “heeft de Beweging aan het zingen gebracht,” aldus A. de Smet, hoofd van de dienst Muziek van de NSB.
Schuurman was er vroeg bij en bloedfanatiek. Kort na de oprichting van het Vrijwilligerslegioen in 1941 trad hij toe tot de Waffen-SS. Zijn zonen, Melchert Christof en Manfred Erich, volgden zijn voorbeeld. Zijn oudste zoon – het prototype van de blonde Germaan, die nog goed mee kon op school ook – sneuvelde op 3 september 1943 aan het Oostfront. De middelste – minder begaafd – verdween in een naamloos graf tijdens de verdediging van het Albertkanaal in september 1944, wellicht verpletterd door een Amerikaanse tank. De moeder stortte geestelijk in, de vader ontleende status aan het ultieme offer. “Trokken de Finsche boeren ook niet met hun zonen ten strijde? Vochten de Vlaamsche reuzen ook niet naast hun jongens in hun eeuwige vrijheidsstrijd? Waarom zou ik als Germaansche kerel van het lage land aan de Noordzee ook niet met mijn nakomelingen optrekken? Vielen in Zuid-Afrika niet vader, zoon en kleinkind in den boerenkrijg?” Schuurman kreeg het zonder blikken of blozen uit zijn pen in De zwarte soldaat van 10 februari 1944.

Erfenis

Zijn oorlogsverleden zou de familie verwoesten. Melchert Schuurman bracht het er nog het beste van af, door tot aan het einde van zijn leven zijn idealen trouw te blijven. Geloofsafval zou, vanwege de dood van zijn zonen, een vorm van zelfvernietiging zijn geweest. Na zijn internering van 5 jaar in onder andere het mijnwerkerskamp Terwinsel in Zuid-Limburg pakte hij de draad van zijn muziekloopbaan op. Hij gaf lessen aan huis, was populair bij zijn leerlingen, zij kenden zijn geschiedenis niet. De moeder hoopte tot aan het einde van haar leven op een wonder: de terugkeer van haar zonen. Hun kennissenkring bestond voornamelijk uit de kameraden van weleer: Florrie Rost van Tonningen, voormalige NSB-burgemeesters als Hub Pulles van Eindhoven. Schrijnend is de geestelijke nood van hun kleinkinderen. Antoon Adriaan, de jongste zoon van Melchert Schuurman en Käthe Bruns en vernoemd naar Mussert, moest niets weten van de idealen van zijn ouders. Zijn zoon, Robin, heeft zich in de Verenigde Staten wellicht van het leven beroofd, terwijl dochter Astrid gebukt ging onder het familiegeheim dat ze met niemand kon delen. Op haar twaalfde ontdekte ze dat haar grootvader fout was geweest in de oorlog, in 2008 kwam ze in een psychische crisis terecht. Ook dit keer gaf de poppendokter niet thuis. Ze leeft nog steeds in een beschermde woonomgeving.

Gerrit Valk heeft met “Pantsers stooten door, stuka’s vallen aan.” Melchert Schuurman. Een muziekleven in dienst van de NSB en de Waffen-SS een uiterst compacte biografie van Schuurman geschreven. Het boek telt zonder de noten en index niet meer dan 154 pagina’s en is opgezet als een vijfdelige compositie, waarin de tempi de overheersende gemoedsbeweging in de verschillende levensfases van Schuurman aangeven, van allegro con spirito tot morendo. Die structuur is het enige literaire stijlmiddel dat Valk zich permitteert. Hij schrijft helder, zonder opsmuk. Veel wordt aan de verbeelding – en het mededogen – van de lezer overgelaten. Het boek wekt zo nu en dan een nieuwsgierigheid die niet bevredigd wordt. Zo had ik graag meer willen weten over de tweede-generatieproblematiek van de kleinkinderen. Valk behandelt die met de nodige schroom en piëteit. Bovenal is “Pantsers stooten door, stuka’s vallen aan” het relaas van een man die groots en meeslepend wilde leven en daar eigenlijk het talent niet voor had.

“Pantsers stooten door, stuka’s vallen aan.” Melchert Schuurman. Een muziekleven in dienst van de NSB en de Waffen-SS
Gerrit Valk
Uitgeverij Boom
ISBN 9789089532282
Verschenen in april 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,90)

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here