In het Brusselse Schaarbeek wordt het fraaie Josaphatpark doorsneden door de Ambassadeur Van Vollenhovenlaan. Deze autovrije laan is in de jaren vijftig vernoemd naar de Nederlandse diplomaat Maurits Willem Raedinck van Vollenhoven, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het bezette België toezicht hield op de distributie van geïmporteerde levensmiddelen en daarnaast voor enkele veroordeelde Belgen bemiddelde bij de Duitse Krijgsraad. Ook staat een buste van hem in de Belgische senaat en is hij ereburger van enkele steden in ons buurland. Alleen in zijn eigen land ontbreekt het Van Vollenhoven aan vrijwel elke waardering. Er is eerder sprake van verguizing. Zijn verre verwant, echtgenoot van prinses Margriet, wil zelfs niet met hem geassocieerd worden. Slechts in het Zeeuwse dorpje Arnemuiden is een doodlopend straatje naar hem vernoemd met de vermelding dat hij naast diplomaat ook ‘ambachtsheer’ van het nabijgelegen Kleverskerke was.
Hoe valt een dergelijk verschil in eerbewijzen te verklaren? Dat is een kolfje naar de hand van Diederick Slijkerman, die al eerder biografieën schreef over buitenbeentjes, zoals de ‘wegbereider van Nederland’ Van Hogendorp en de ‘enfant terrible’ Treub. Daarom heeft hij nu in Noblesse oblige het ‘onwaarschijnlijke leven’ gereconstrueerd van de puissant rijke erfgenaam van de grootste bierbrouwerij van Nederland rond 1900.
Uit een vooraanstaand milieu
Maurits van Vollenhoven werd in 1882 geboren als enig kind van de Amsterdamse bierbrouwer met dezelfde naam en jkvr. Maria van de Poll, telg uit een aanzienlijke adellijke familie. Hij was twee jaar toen zijn vader stierf, maar beleefde desondanks door zijn moeder en ook het vermogen van zijn vader een zeer gelukkige jeugd. Hij ging noch naar school of universiteit (toen niet ongebruikelijk in hogere kringen) en bracht de winters met zijn moeder door in zuidelijke streken. In Nederland verbleven zij in de buitenplaats Sparrendaal, dat verhuurd werd door het bisdom Utrecht. Daar behoorde de dichter, priester en politicus Herman Schaepman tot de intimi. De relatie tussen zijn moeder en Schaepman was kennelijk zo hecht, dat er tal van geruchten de ronde deden over de ‘vergaande’ aard daarvan. Dat is voor Slijkerman een reden om de gelaatstrekken en eigenschappen van de jonge Van Vollenhoven te vergelijken met die van de priester, een speculatie die hij vreemd genoeg zelf direct ontkracht. De omgang met Schaepman was van grote invloed op moeder en zoon: zij trad toe tot het katholicisme en voor hem was de priester in zijn jeugd een soort vader.
Dankzij zijn moeder verkeerde Van Vollenhoven al van jongs af aan veelvuldig in de wereld van de adel. Des te meer knaagde het aan hem dat hij zelf geen adellijke titel bezat. Dat verklaart volgens zijn biograaf waarom Van Vollenhoven later verschillende pogingen deed om zijn zogenaamde afkomst van een ridder erkend te krijgen. Hetgeen telkens mislukte.
In plaats van een loopbaan in het zakenleven, in het bijzonder de brouwerij van zijn vader, zocht Van Vollenhoven zijn toekomst in de diplomatie. Die was toentertijd vrijwel het exclusieve domein van de adel, hoewel een flink eigen vermogen een pré was om alle noodzakelijke feesten en partijen te bekostigen. In 1904 slaagde hij voor zijn eerste examen in de diplomatie. Daarna werd hij voor verschillende functies uitgezonden naar Berlijn, Sint-Peterburg en ook Madrid, waar koning Alfonso XIII zijn liefde voor snelle auto’s deelde en zo nu en dan in zijn Benz mocht rijden. In begin 1914 werd hij benoemd tot gezantschapsraad te Brussel Daar beleefde hij tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn ‘finest hour’.

Oorlog in België
Na de Duitse inval in België vluchtte de regering naar Le Havre en de meeste diplomaten gingen mee. Van Vollenhoven bleef met nog één secretaris op het Nederlandse gezantschap achter. Die had als taak hun onderdanen en de belangen van Nederlandse bedrijven te beschermen. Al snel werden de Belgische en ook Noord-Franse economie onderdeel van de Duitse oorlogsmachine. Door de hoge eisen van de Duitse bezetters ontstonden grote tekorten en dreigde hongersnood. Daarom werd door enkele vooraanstaande Belgische zakenlui, waaronder de oude chemiemagnaat Ernest Solvay, een Nationaal Hulp- en Voedingscomité opgericht om de eerste nood te verlichten. Dat comité werd onder patronaat gebracht van drie diplomaten van zogenoemde neutrale landen: de Amerikaan Whitlock, de Spanjaard De Villalobar en Van Vollenhoven. Zij moesten garanderen dat dit comité onafhankelijk bleef en uitsluitend goederen aan de bevolking verstrekte. Veel goederen moesten uit het nabijgelegen Nederland komen en daardoor kreeg Van Vollenhoven een prominenter rol dan op grond van zijn rang als gezantschapsraad voor de hand lag. Dat leidde tot flinke spanningen en rivaliteit met de Spaanse gezant, een conservatieve aristocraat, en verergerde toen Whitlock moest terugtreden vanwege de Amerikaanse deelname aan de oorlog. In de loop van de tijd nam Van Vollenhoven steeds grotere risico’s, ging zich met binnenlandse aangelegenheden bemoeien en speelde zelfs aan het einde van de oorlog een rol bij de vlucht van de Duitse keizer Wilhelm II naar Nederland.
Zijn bemoeienissen tijdens de Duitse bezetting van België leverden hem in dat land tal van eerbewijzen op zoals een eredoctoraat, marmeren borstbeeld en veel medailles waar hij zich graag mee liet portretteren. Toch leverde zijn manier van doen veel weerstand op in Nederland, vooral bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar steeds meer twijfels ontstonden over de aard van zijn interventies en ook zijn gedrag. Ondanks de lof uit België werd zijn aanstelling in Brussel niet verlengd, maar moest hij zich tevredenstellen met een gezantschap in Madrid. De geruchten over het misbruik van zijn ambt, bevoegdheden en gelden bleven hem echter achtervolgen. In 1921 trouwde hij met Maria Christina de Borbon, een nicht van de Spaanse koning en werd hij ook katholiek. In hetzelfde jaar kreeg hij een ‘eervol ontslag’. De redenen daarvoor zijn onduidelijk, maar hij bleef zijn hele leven in Spanje wonen en naar zijn eerherstel streven. Voor de Tweede Wereldoorlog kocht hij de heerlijkheid Kleverskerke en ging hij zich ambachtsheer noemen van het dorpje dat tegenwoordig nog geen zestig inwoners telt.
Reactionair in Spanje en vergeten diplomaat
Al in 1928 schreef Van Vollenhoven een positief getinte brochure over Primo de Rivera, een bewonderaar van de ‘eerste fascist’ Mussolini. De Rivera had in 1923 een succesvolle staatsgreep gepleegd en een éénpartijstelsel ingevoerd. Van Vollenhoven vond dat De Rivera ‘orde op zaken’ had gesteld. Onder de dictatuur zette hij zijn luchtige leventje met feesten en jachtpartijen vrolijk door. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog ontvluchtte hij voor enige tijd het land, maar keerde na de overwinning van Franco terug. Hij bleef deze dictator vanaf begin af verdedigen in woord en geschrift. In 1937 gaf hij zelfs een brochure uit onder de titel Het Spaansch drama, een regelrechte loftuiting op Franco.
Vreemd is de titel ‘Verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog’, die Slijkerman geeft aan de activiteiten van Van Vollenhoven in die oorlog. Daarin heb ik tevergeefs gezocht naar daden die een dergelijke kwalificatie waarmaken, tenzij Slijkerman de aansluiting van Van Vollenhoven bij de Nederlandse Unie bedoelt, een beweging waar historicus Lou de Jong geen goed woord voor over had. Na de oorlog probeerde Van Vollenhoven nog enige naam te maken met boekjes over uiteenlopende thema’s, zoals de spellingsvereenvoudiging. Die waren blijkens zijn biograaf niet van enige geestigheid ontbloot, want Slijkerman weet tweemaal te vermelden dat een achterneef in de wc van zijn studentenhuis ‘allerlei gevatte teksten’ daaruit had opgehangen. Van Vollenhoven overleed in 1976 in Madrid en werd daar ook begraven, als een vergeten diplomaat.
De poging van Slijkerman om Van Vollenhoven aan de vergetelheid te ontrukken en hem enig eerherstel te geven, overtuigt niet erg. De biograaf leunt daarvoor te veel op de memoires van de diplomaat zelf, een ‘gevaarlijke bron’ zoals historicus Jan Romein al vaststelde. Memoires kunnen bruikbaar zijn om te laten zien hoe de hoofdpersoon verschillende gebeurtenissen heeft beleefd. Maar ook daarin is deze biografie weinig geslaagd te noemen. De persoon in deze biografie komt weinig tot leven en de historische gebeurtenissen zijn vlak en worden soms wat eenzijdig geschetst. De relaties met zijn moeder en vrouw blijven bijvoorbeeld totaal onderbelicht. Andere relaties raken ondergesneeuwd door talloze aangedikte anekdotes van Van Vollenhoven zelf.
In zijn inleiding begint Slijkerman veelbelovend met de woorden: “Deze rebellen zien dingen niet alleen anders; zij maken de wereld ook anders. Zij zijn essentieel voor de maatschappij, want zij belichamen de motor van verandering. Zo’n persoon was Maurits van Vollenhoven.” In de biografie is weinig te vinden wat deze uitspraak rechtvaardigt en bovenal onderbouwt. Maar ik denk dat de typering van een aangehaalde ooggetuige veel beter is: “Als Van Vollenhoven belde was je slecht af: je zat dan een uur met hem aan de telefoon waarvan 55 minuten over hemzelf gingen.”
Noblesse oblige. Het onwaarschijnlijke leven van Maurits van Vollenhoven (1882-1976)
Diederick Slijkerman
Het Spectrum
ISBN paperback 9789000382897
ISBN e-book
ISBN e-book
Verschenen in november 2025
Bestelinformatie
Bestel als paperback bij bol.com (€ 23,99)Bestel als e-book bij bol.com (€ 13,99)









