Mau en Gerty van het Merwedeplein. Een Joodse geschiedenis

Mau en Gerty

“Voedt Bila op tot een trotse Jodin, en laat haar niet vergeten waarom ze als wees op de wereld is gebleven, ” schrijft Mau als hij moedeloos in 1943 in Amsterdam wacht op wat komen gaat.

Bila is de dochter van Mau Hanemann en zijn vrouw Gerty. Mau’s familie komt uit het dorpje Memel, dat voor de oorlog in Litouwen ligt. Zijn familie heeft een houthandel en dat maakt dat hij kan gaan studeren en de wereld mag ontdekken. Gerty Kelemen komt uit wereldstad Wenen, waar haar uit Hongarije en Moravië komende ouders elkaar hebben leren kennen. Eind jaren 30 komen de twee elkaar tegen in Amsterdam.

Alweer een boek met een liefdesgeschiedenis die wreed verstoord wordt door de Tweede Wereldoorlog? Nee, dit keer niet. Vanaf het begin is dit verhaal, geschreven door de jonge journalist en historicus Erik Schumacher, een fascinerende, onbekende geschiedenis, verteld op een intieme, persoonlijke manier.

Terwijl ik dacht dat ik toch behoorlijk wat kennis over die periode heb, ben ik tijdens het lezen een aantal keren verrast door voor mij nieuwe feiten.
In heel Pruisen werden tussen 1885 en 1888 zo’n 20.000 Polen en 10.000 Joden uitgezet. Het is dus ook te simpel om te denken dat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog een hekel aan Joden begonnen te krijgen, zoals mij geleerd werd op de middelbare school. De Duitsers hadden het zwaar door de economische herstelbetalingen en zochten daarom een zondebok, was immers de verklaring. Onzin, al tientallen jaren daarvoor begint de ellende. Met vluchtelingenstromen en steeds heftiger nationalisme. Met het Duitse antisemitisme dat door Bismarck politiek werd uitgebuit.
Ook in Litouwen werden vluchtelingen of vreemdelingen het land uitgewerkt. Organisaties van Duitse Joden in Memel werden ‘uitgenodigd’ om bij de uitzettingen te assisteren. Daar had Hitler het dus van! Dat veel Duitse Joden in WO 1 hadden gevochten en in WO2 hoopten daardoor gespaard te blijven, wist ik wel. Maar dat die ‘Duitse Joodse jongens vochten om in ruil daarvoor Duitser te worden niet.

Terwijl overal in Europa het antisemitisme oplaait, schrijft Gerty als 22-jarige vrouw in Wenen: “Waarvoor ik leef?- Arbeid geeft mij niets. Genieten, beleven, voelen wil ik. En verder niets.” Gerty wil schrijver worden en gaat ondanks alle sombere vooruitzichten die droom achterna. Twee jaar later schrijft ze een heuse novelle “Halleine will leben” Het is 1933. Dan is er dus nog de hoop dat het allemaal een boze droom zal blijken.

Helaas. Een paar jaar later beschrijft ze hoe Wenen door de nazi’s wordt ingepikt. En wat dat voor de Joodse inwoners betekent. Je weet het allemaal wel, maar de terloopse verteltrant en de samenhang der dingen maakt de wrange realiteit van toen behoorlijk indringend. Gerty schrijft van een afstand, met de stem van iemand die niet wil geloven aan de wreedheid waar ze middenin zit.

En ik krijg de overeenkomsten met ‘de wereld van nu’ te lezen, al dan niet met opzet door de auteur in het verhaal gevlochten.
“Op een internationale conferentie over de vluchtelingenproblematiek in het Franse Evians-Les Bains bleek geen van de 32 landen bereid om vrijwillig de immigratiequota te verhogen. Het enige wapenfeit was de oprichting van een vleugellamme vluchtelingenorganisatie die de politieke en financiële slagkracht miste om iets te kunnen beteken.”

Nadat Gerty meerdere malen teleurgesteld is in de liefde, wordt ze realistischer. Ze probeert een visum te krijgen om naar Engeland te komen. In 1938 staat ze in de rij.
Het lukt, en Gerty gaat als dienstmeisje werken.
Van alle Joodse vluchtelingen die in de jaren dertig een visum kregen, werkte een derde als dienstmeisje. De vrouwen worden uitgebuit en moeten daarvoor ook nog dankbaar zijn. Voor een zelfbewuste vrouw als Gerty is dat niet lang vol te houden. Als Mau laat weten dat hij interesse in haar heeft, grijpt ze de kans om te ontsnappen. Hij is directeur bij NOHOKA, Noord-Hollands Handelskantoor, na Shell en Esso de 3e importeur van olie en benzine in Nederland.
Ze trouwen op 22 oktober 1939 en Gerty gaat werken in de fotostudio van Grete Weil aan de Beethovenstraat. Haar schrijversambities sluimeren.

Het begin van de oorlog komen ze redelijk door. Mau heeft geld en connecties die hem uitstel voor Westerbork opleveren. Maar het wordt steeds lastiger.
Wanneer hun huisbaas aan het Merwedeplein, samen met zijn dochter wordt opgehaald, helpen uiteindelijk de stempels van Mau ook niet meer. Mau, Gerty en Bila worden naar de Hollandsche Schouwburg gesleurd, maar als ze daar zijn, mogen ze toch weer weg.
Mau verliest in de tussentijd zeggenschap over NOHOKA en dus over geld. Dan komt de grote razzia van 20 juni 1943. Dienstmeisje Nies brengt Bila naar de onderduik. Mau en Gerty komen in Westerbork terecht. Gerty vindt het er vreselijk, de roddel, het verlies van waardigheid. Ze gaat wel naar de revue, iets dat Mau weigert. Het joodse leven viert hoogtij, ze zijn er allebei wel gevoelig voor.
Vanuit Westerbork gaat het stel naar Bergen-Belsen. Tot dat moment hebben ze voortdurend getwijfeld of ze dochter Bila niet mee moesten nemen, nu zijn ze blij en wordt Bila hun reden tot overleven.
In Bergen-Belsen hebben de Griekse Joden het voor het zeggen. Gerty papt aan met de leider Albale, ze weet dat hij in Wenen heeft gestudeerd. Ze raken daar ook bevriend met Abel Herzberg en zijn vrouw Thea . Bijna lukt het hun om uitgewisseld te worden naar Palestina, maar dat gaat op het laatste moment niet door.

Mau en Gerty komen terecht op een transport dat hen gaat uitwisselen met Zwitserland maar vlak voor de grens worden ze uit de trein gezet. Nog iets dat ik niet wist. Er blijken regelmatig groepen Joodse gijzelaars te worden gedumpt en ‘bewaard’ voor volgende gelegenheden. Wel kunnen ze daar aansterken en in schone bedden slapen. Er zijn andere Joden uit Benghazi en ook Britse krijgsgevangen. Op 9 april 1945 willen de Fransen het Duitse kasteel in Wurznach bevrijden, terwijl de Wehrmacht niet van plan is het op te geven. De bevrijding zo dichtbij en het gevaar zo groot.

Het is de eerste weken onmogelijk om contact met Nederland te krijgen en er achter te komen hoe het met Bila is. Wel horen ze via de radio de verschrikkelijke verhalen over de kampen. Ook over Bergen-Belsen, waar het na hun vertrek nog veel erger werd.
Rond 1 juni komt er eindelijk iemand van het Nederlandse consulaat vertellen dat ze naar Nederland mogen, omdat ze daar een dochter hebben. De rest moet nog minstens 4 maanden wachten tot ze gerepatrieerd worden.
Twee maanden na de bevrijding komen Mau en Gerty in Parijs aan. De opvang is chaotisch, voorraden worden door ambtenaren achterovergedrukt. Over hun verblijf in Parijs, de stad waarvan ieder jonge meisje droomt, schrijft Gerty: “Maar er zijn wensen die vervuld worden door de Lieve Heer en wensen die vervuld worden door de duivel.”
Op 26 juni 1945 vertrekken anderen om 2 uur ’s nachts naar Nederland. Gerty geeft ze een brief mee voor de Sandstra’s, het echtpaar dat Bila heeft opgenomen.
Gerty en Mau mogen niet mee omdat ze geen Nederlands paspoort hebben, zij hebben een Litouws paspoort en een visum voor Paraguay. Bureaucratisch gezien waren Mau en Gerty Litouws, maar dat land bestond niet meer, Litouwen was nu van de Russen.

De terugkeer naar Nederland werd opzettelijk vertraagd vanwege 2 miljoen landmijnen, 20 duizend mensen met hongeroedeem alleen al in Amsterdam en 1,5 miljoen onderduikers, evacuees, hongervluchtelingen en tewerkgestelden die hun plek weer moesten vinden. Er was dus geen plek voor 300.000 repatrianten. 90 procent daarvan waren tewerkgestelde mannen. De Nederlandse regering weigerde onderscheid te maken tussen Joodse en niet-Joodse slachtoffers. Was je Duitse of Oostenrijkse Jood dan wilde de regering ook geen onderscheid maken, je kon nergens terecht. Als je Nederland al in kwam werd je opgesloten met gevangen genomen SS-ers en NSB-ers.

13 juli 1945 is de echte bevrijdingsdag voor Mau en Gerty, wanneer ze horen dat Bila nog leeft. Het echtpaar Sandstra heeft haar als hun eigen dochter behandeld. Nu ze weten dat Mau en Gerty nog leven en in Parijs zitten, vertellen ze dat aan Bila – in de onderduik Ineke genoemd.
Op 3 augustus mogen Mau en Gerty naar Nederland. Eindelijk lees ik dan eens een positief verhaal over hoe een joods onderduikkind weer terugkomt bij haar ouders. Eerst wonen echte en onderduikouders een paar weken met elkaar in huis om de overgang niet alleen voor Bila, maar ook voor haar onderduikbroer Theo goed te laten verlopen. Gerty schrijft aan de Sandstra’s, de eerste avond dat ze Bila weer ‘thuis’ heeft: ”Iemand die te rijk beschenkt wordt, is te arm om te danken. Zo voel ik mij, met lege handen, tegenover jullie”.

Mau en Gerty is een geslaagde combinatie van biografie en geschiedenisboek. Aan de hand van de familiegeschiedenis wordt een gordijn van onwetendheid opgelicht.

Mau en Gerty. Een Joodse liefdesgeschiedenis tussen volksverhuizingen en wereldoorlogen
Erik Schumacher
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021400426
Verschenen in januari 2016

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,99)

Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 12,99)

Koop bij bol.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here