Lorenzo Perrone, de metselaar en mensenredder van Primo Levi

‘Wie één mens redt, redt de hele wereld,’ zegt de Talmoed, maar Lorenzo Perrone putte daaruit weinig troost. Carlo Greppi schetst in Een man van weinig woorden het schrijnende portret van een man die na zijn ervaringen in Auschwitz niet meer wilde leven. Perrone ging aan drank ten onder. Of liever gezegd, ‘aan de ziekte van de overlevenden’. Aldus Primo Levi, die in 1987 een einde aan zíjn leven maakte.

In het oeuvre van Primo Levi duikt Lorenzo Perrone in verschillende passages op. In Is dit een mens? – zijn eersteling, twee jaar na de oorlog – wordt Perrone nog aangeduid als ‘een Italiaanse civiel-arbeider’, maar in Lilith en De verdronkenen en de geredden noemt Levi hem bij zijn voornaam: Lorenzo, de arme sloeber uit Fossano, die nauwelijks kon lezen en schrijven, maar toen het erop aankwam het leven van zijn streekgenoot Primo Levi redde.

Extra gamel soep

Lorenzo Perrone groeide op in de armste wijk van Fossano, een uur rijden van Turijn waar Levi zijn leven lang woonde. Ze ontmoetten elkaar in juni 1944, vier maanden na de aankomst van Levi in Auschwitz. Levi wordt in Monowitz, het fabriekscomplex van I.G. Farben zes kilometer van Auschwitz 1, als hulpje aangesteld van de ‘Mauer’, de metselaar. Die eerste ontmoeting verloopt stroef. Levi, verzwakt tot op het bot, weet de mortel nauwelijks aan te slepen. ‘Ja, wat wou je ook anders, met zulke mensen,’ verzucht Lorenzo.

Vanaf dat moment brengt hij iedere dag een extra gamel goed gevulde soep mee. En als ze weer gescheiden worden, smokkelt hij de soep in het kamp van de verdoemden. Lorenzo stuurt brieven van Levi naar het thuisfront. Hij is zich bewust van het gevaar. De Gestapo is als de dood voor contacten tussen de ‘civielen’ en de ‘slaven’, want die zouden ertoe kunnen leiden dat de buitenwereld weet krijgt van wat zich in Auschwitz afspeelt.

De verdronkenen en de geredden

Perrone is op ‘vrijwillige’ basis uitgezonden naar Auschwitz door het aannemersbedrijf G. Beotti, dat in 1937 een contract had afgesloten met I.G. Farben voor de bouw van een fabriek. Hij behoort tot de armste sloebers van Piëmont, de noordwestelijke regio van Italië. Voor de oorlog trok hij ieder jaar de bergen over, op zoek naar werk in het zuidoosten van Frankrijk. Dat hield op in de meidagen van 1940, toen de Italiaanse migranten op staande voet ontslagen werden en veelal in een kamp terecht kwamen. De Fransen waren beducht voor een vijfde colonne, maar het overgrote merendeel van de migrantenarbeiders moest niets weten van Mussolini. Of Perrone tot die meerderheid behoorde, is niet bekend. Perrone hield zich niet met politiek bezig. 

Maar het jaar dat hij als civiel-arbeider in Auschwitz doorbracht, knakte hem. Hij bezocht tijdens zijn terugkeer naar Fossano de moeder van Levi, om haar te vertellen dat ze maar geen hoop moest koesteren omdat hij het kamp waarschijnlijk niet had overleeft. (Uiteindelijk was de difterie die Levi in de laatste weken voor de bevrijding door de Russen opliep zijn redding. Die voorkwam dat hij – in tegenstelling tot zijn kampmaat Alberto – op dodenmars moest. Levi behoorde tot de geredden, Alberto tot de verdronkenen).

Misbruik, handigheid en ‘mazzel’

In de bundel essays van De verdronkenen en de geredden gaat het om één centrale vraag. Wie redde het, en wie redde het niet? Levi komt tot de conclusie dat daarvoor drie dingen nodig zijn: misbruik, handigheid en geluk. De gewieksten, die wisten te stelen en te bedriegen, maakten de meeste kans. De rest was rad van fortuin in de hel die Auschwitz heette. Lorenzo was Levi’s ‘mazzel’, een haast buitenaardse verschijning.

‘In de gewelddadige, ontaarde wereld van Auschwitz was een mens die andere mensen hielp uit pure menslievendheid onbegrijpelijk, vreemd, als een uit de hemel gekomen verlosser.’

Levi probeerde Lorenzo na de oorlog te redden, maar die wilde niet gered worden. Hij ontsnapte uit het ziekenhuis waar hij door Levi voor zijn tuberculose werd ondergebracht, toen hem zijn alcoholconsumptie geweigerd werd. Een vorm van zelfmoord, aldus Levi. “Wie met de hele wereld op de vuist gaat vindt zijn waardigheid terug, maar betaalt die duur, omdat hij zeker weet dat hij verslagen zal worden.”

Ook dat schrijft Levi in De verdronkenen en de geredden, zijn afscheidsbrief aan de wereld.

Carlo Greppi meent met Een man van weinig woorden ‘het verhaal van Lorenzo, niet dat van Primo Levi’ te vertellen, maar dat is hem slechts gedeeltelijk gelukt. De ontroerendste passages in dit boek, de alinea’s die het meest aangrijpen, zijn citaten uit het werk van Levi, die zonder pathos getuigen van Lorenzo Perrone en zijn hoogstaande moraliteit. Behalve van het oeuvre van Levi maakt Greppi ook veel gebruik van eerdere biografieën, die van Ian Thomson en Carole Angier. De verdienste van Greppi is dat hij al die inzichten bij elkaar heeft gebracht in Een man van weinig woorden. Het maakt vooral hongerig naar herlezing van het werk van Primo Levi.

Een man van weinig woorden. Het uitzonderlijke verhaal van Lorenzo Perrone, die het leven van Primo Levi redde in Auschwitz
Carlo Greppi
Meulenhoff
ISBN paperback 9789029098885
Verschenen in januari 2024

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 13,99)

Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in