Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

Hollands glorie Sjef van Dongen

In de zomer van 1928 hield de wereld even de adem in toen de poolexpeditie van generaal Umberto Nobile volledig in het honderd liep. De cabine van de zeppelin van de Italiaanse luchtschipbouwer botste op 25 mei tegen de ijsvlakte van de Arctis, zo’n 120 kilometer boven het meest noordelijke deel van Spitsbergen. Het door paus Pius XI gezegende eikenhouten kruis dat Nobile een dag eerder op de Noordpool had geplant, bracht kennelijk geen zegen over de onderneming. Aan boord bevonden zich 16 bemanningsleden. Zeven van hen kwamen onmiddellijk om bij de crash. Tijdens een internationale reddingsoperatie probeerden Zweden, Denen, Noren, Amerikanen, Finnen en Russen in hun zoektocht naar de overlevenden elkaar de loef af te steken. Van coördinatie was nauwelijks sprake. Roald Amundsen, bepaald niet de grootste vriend van Nobile, ondernam op 18 juni een poging om met een watervliegtuig de ploeg te bereiken. De twee kenden elkaar van een Noordpoolexpeditie uit 1926. Amundsen vond Nobile maar een vervelende man die met andermans veren pronkte, namelijk de zijne. Hij vond dat de generaal te veel eer opeiste voor de expeditie die Amundsen had opgezet. Hoe zoet was zijn wraak als hij deze kwezel van het ijs zou halen, waar Nobile, als vertegenwoordiger van een “half-tropisch ras”, sowieso niets te zoeken had. Het mocht niet zo zijn. Het vliegtuig stortte, voordat het Spitsbergen had bereikt, in de Noordelijke IJszee. De Noren waren in diepe rouw, en pisnijdig op de Italiaan voor wie hun held zijn leven opgeofferd had.

Umberto Nobile (1885-1978) en Roald Amundsen (1872-1928)

Wij hadden Sjef van Dongen. In 1923 was hij met zijn ouders meegereisd naar Spitsbergen, waar zijn vader een betrekking kreeg als magazijnmeester in de Nederlandse mijnwerkerskolonie van Barentsburg. Toen die in 1926 door de Nederlandsche Spitsbergen Compagnie (Nespico) werd opgedoekt, de mijnen waren nauwelijks meer rendabel, bleef Sjef alleen achter in het deprimerende oord. Hij hield toezicht op de boedel van de Nespico en trainde er zijn roedel sledehonden. De Italianen benaderde hem voor hùn reddingsoperatie. Ze hadden via de Citta di Milano, een marineschip dat in de Barentzszee lag, contact weten te leggen met de gestrande landgenoten. De radioverbinding werd geheim gehouden. Andere naties moesten maar in het duister zoeken. Vooral de hulp van de Russen was een doorn in het oog van Mussolini. Communisten die fascisten uit een dodelijke ijszee redden, het moest niet gekker worden.

Adwin de Kluyver schreef met Terug uit de witte hel een biografie van Sjef van Dongen. Van Dongen groeide aan het einde van de jaren twintig uit tot een nationale held, hoewel hij Nobile ten slotte niet gevonden heeft. Die eer kwam de Zweedse vlieger Einar Lundborg toe, terwijl de rest van de bemanningsleden zeven weken later door een Russische ijsbreker werden opgepikt. Il Duce was not amused en keurde Nobile bij zijn thuiskomst geen blik waardig.
Het is De Kluyver om de betekenis van het heldendom te doen, vooral dat van de poolreiziger, al permitteert hij zich ook uitstapjes naar luchtvaarpioniers als Charles Lindberg en vrijgevochten geesten als Josephine Baker, hetgeen de compositie van zijn boek niet altijd ten goede komt. Waar wil hij naar toe met deze durfallen? Daar staat veel tegenover. Terug uit de witte hel is met verve geschreven en biedt ons een inkijk in hoe zoiets ontstaat, een held, en waarom we hem op gezette tijden nodig hebben.

De poolreiziger paste binnen de grote-mannencultus die als reactie op het “opgewekte nihilisme” van de roerige jaren twintig ontstond. Er werd getobd over de verwekelijking van de willoze massamens, vrouwenemancipatie, jazz (“negermuziek”). Echte mannen als Roald Amundsen, Robert Falcon Scott en Sjef van Dongen golden als rolmodel voor jongeren die van dat modernisme niets moesten hebben. De media draaiden wel bij deze “hero business”. Amerikaanse krantenmagnaten als James Gordon Bennett Junior, Joseph Pulitzer en William Randolph Hearst hadden het genre van de exclusieve reportage over de ontdekkingsreiziger op de kaart gezet. In Nederland kopieerde Frans Schiphorst hun formule in het geïllustreerde weekblad Het leven. Hij verzorgde de pr-campagne rond de triomfantelijke thuiskomst van Sjef van Dongen. Van Dongen bleek een redenaarstalent. Hij hield 368 lezingen in één jaar tijd en boeide zijn gehoor met sterke verhalen over de doorstane ontberingen bij de plaatjes van zijn toverlantaarn. Beschuitenfabriek de Liga in Bergen op Zoom zag in Van Dongen hun ideale vertegenwoordiger. Niets zo verkwikkend als een Ho Ha-beschuit na een maand in de vrieskou te hebben vertoefd.

Er waren ook andere geluiden. De opkomende dierenbescherming beklaagde zich over de wijze waarop Van Dongen zijn sledehonden heeft behandeld. Het socialistische dagblad Het volk had vooral moeite met zijn politieke activiteiten. Van Dongen had zich weer “op ’t gladde ijs gewaagd”, kopte de krant in 1933, nadat de poolheld zich bij de ANFB van Jan Baars en consorten had aangesloten. Die flirt met het Latijnse fascisme werd hem na de oorlog, toen hij voor de KVP toetrad tot de Tweede Kamer, amper aangerekend, wellicht vanwege zijn heroïsche rol tijdens de oorlog. Over zijn verzetsverleden sprak hij nauwelijks, maar wat hij erover zei bleek uiteindelijk eveneens voor een groot deel verzonnen te zijn.

Een held is  “iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest,” aldus Willem Frederik Hermans in De donkere kamer van Damokles. Adwin de Kluyver toont in Terug uit de witte hel nog een andere bestaansvoorwaarde voor een beetje heroïsme aan. Een held moet ook over een levendige fantasie beschikken.

Terug uit de witte hel. Hoe poolreiziger Sjef van Dongen een nationale held werd
Adwin de Kluyver
Uitgeverij Balans
ISBN 9789460030741
Verschenen in november 2015

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,95)
Bestel hier als E-Book bij bol.com (€ 9,99)

Koop bij bol.com

Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in