Eva Cassidy en haar nalatenschap

© Irene Bobkova

Pathologisch verlegen, eenzelvig, wars van uiterlijk vertoon en buitengewoon eigenzinnig – dat is het beeld van Eva Cassidy dat opdoemt uit de biografie van de Rotterdamse journalist Johan Bakker. Terwijl de hedendaagse popmuziek wordt gedomineerd door tongzoenende diva’s op MTV-Awards, al dan niet toegerust met punt-bh, wilde Cassidy eigenlijk maar één ding: zingen. Ze droomde ervan deel uit te maken van het achtergrondkoortje van Stevie Wonder. Dat verlangen had niet zozeer met valse bescheidenheid te maken, maar ze voelde zich vaak zo ongemakkelijk op het toneel. Schijnwerpers, sterrendom, glitter en glamour behoorden bij Eva Cassidy tot het domein van de nachtmerrie, wat nogal lastig is als je van muziek je beroep wilt maken, want die ambitie koesterde ze wel degelijk. Het ongekende talent van Eva Cassidy maakte haar pas twee jaar na haar dood onsterfelijk: zo paradoxaal en relatief kan de eeuwigheid zijn. Die tragiek hoort natuurlijk ook bij de nalatenschap van Eva Cassidy. Johan Bakker schreef er een prachtig boek over.

‘Je hebt maar twee soorten muziek: goede en slechte’

Eva, geboren op 2 februari 1963 in Washington D.C,  krijgt de liefde voor de muziek met de paplepel ingegoten. Hugh en Barbara Cassidy hebben een behoorlijke platencollectie, hun drie dochters en enige zoon zingen lustig mee met Everybody must get stoned van Bob Dylan. Die behoort tot hun favorieten, al zal de crux van de tekst hen op die leeftijd enigszins zijn ontgaan. Hugh, een niet onverdienstelijk bassist, geeft zijn kinderen een muzikale opvoeding mee; Barbara trekt met ze naar The National Gallery of Art, waar ze kennis maken met Middeleeuwse schilderkunst en de Renaissance. Beeldende kunst en muziek zijn de twee grote passies in het leven van Eva Cassidy. Eva ontwikkelt zich als een introvert kind, maar ze staat open voor invloeden van buitenaf. Hugh en Barbara zijn bepaald niet kerkelijk. Toch staan ze hun dochter toe dat ze met haar jongere broer Dan de kerkdiensten van de klusjesman bezoekt, want die blijkt ook een talent voor evangelisatie te bezitten. De muziek en de omgangsvormen van de baptisten ontroeren Eva tot tranen toe. Ze ontmoet in dat krakkemikkige kerkje een liefde voor het leven: gospel. Nadat het gezin naar Maryland is verhuisd, komt Eva op een zwarte school terecht, waar ze zich doodongelukkig voelt. Ze trekt zich terug op haar kamertje in het ouderlijk huis, met de soul van Aretha Franklin, de folk van Joan Baez en de jazz van Sarah Vaughan. Cassidy is een veelvraat en maakt zich The American Songbook op natuurlijke wijze eigen.

Haar eerste optredens vinden met Hugh en Dan plaats, maar Eva vindt de hang naar perfectie en de ongezouten kritiek van haar vader onverdraaglijk, hoezeer ze die karaktereigenschappen ook met hem deelt. Bepalend in haar leven is de ontmoeting met Chris Biondo, met wie ze een relatie krijgt. Hij beschikt over een studio in Maryland, waar ze naar hartelust kan experimenteren, bouwt een band om haar heen – The Eva Cassidy Band – en introduceert haar bij Chuck Brown. De godfather van de go-go kan zijn ogen niet geloven als hij de gestalte ziet bij de stem die hij op tape heeft gehoord. In plaats van een zwarte souldiva ziet hij een verlegen muisje dat te bang is om de studio te betreden die Chris voor haar en Brown heeft gereserveerd. Brown en Cassidy nemen The Other Side op, met onder andere interpretaties van Need Your Love So Bad , Drown In My Own Tears en Fever . Eva gooit intussen hoge ogen bij Blue Note Records, het beroemde jazz label dat muzikanten introduceerde als Thelonius Monk, Bud Powell en Miles Davis. Bruce Lundvall, opperbaas van het label, is weg van haar stem, maar als Eva een demo met een grote variëteit aan stijlen aan hem presenteert, maakt hij haar duidelijk dat ze een muzikale richting moet kiezen. Eva peinst er niet over. ‘Ik wil niet in een hokje worden gestopt, ik wil zingen wat ik mooi vind en mezelf niet beperken tot jazz.’ Cassidy kent maar twee soorten muziek: goede en slechte. Lundvall bewondert haar eigenzinnigheid, maar wil op die basis geen plaat met haar maken. Al ze haar broer Dan bezoekt, die inmiddels in IJsland woont, neemt ze nog een rigoureus en eigenzinnig besluit: ze wil solo verder, op alle fronten. Ze treedt in IJsland op in intieme bluescafés, met alleen maar haar stem en een gitaar. Ze ontdekt dat ze niet meer nodig heeft om het publiek aan zich te kluisteren. Na haar thuiskomst verbreekt ze haar relatie met Chris Biondo, al blijft hij een vriend voor het leven, en zoekt ze in het sfeervolle, voor Amerikaanse begrippen oeroude Annapolis de kleine clubs op, die ze betovert met haar akoestische live-muziek.

Een boek dat maar een hoofdstuk duurde

In 1996 besluit Eva een plaat op te nemen. Ze stopt er al haar geld in dat ze sinds haar achttiende bij een plaatselijk tuincentrum in de buitenlucht heeft verdiend. Live At the Blues Alley komt tot stand onder een kwaad gesternte. Eva is verkouden en technisch gaat er tijdens de opnames van alles mis. Aan broer Dan in IJsland schrijft ze: ‘Ik ben zelf mijn grootste criticus. Ik heb vader of wie dan ook nooit nodig gehad om me te vertellen wat slecht is of fout.‘ Ze is vastberadener dan ooit.‘ Ik ben het zat te wedijveren met luide gitaren en drums en ik word ook moe van het zingen van r&b en blues. Ik beweeg me echt in de richting van de folk. Ja, folk met invloeden van andere mooie muziek. Ik heb geen zin meer om te schreeuwen.’ Cassidy  heeft op dat moment grotere zorgen aan haar hoofd dan een technisch onvolmaakte opname. De chronische pijn in haar heup wil maar niet over gaan, ondanks de rust die ze zich permitteert. Eva, bij wie in 1993 een kwaadaardige melanoom is verwijderd, vertrouwt haar moeder toe dat ze niet bang is om te sterven, ‘omdat ze altijd in staat was geweest mooie dingen te maken.’ Ze moet de uitslag van de onderzoeken dan nog vernemen: de kanker heeft zich naar haar botten en haar longen verspreid, de specialisten geven haar nog hoogstens vier maanden te leven. Eva begint op 14 augustus 1996 aan een zware chemokuur. Een maand later organiseren haar vrienden een tribute in The Bayou, een prestigieuze club in Washington D.C. Chuck Brown is van de partij en natuurlijk de leden van The Eva Cassidy Band.  Op het einde van de avond schuifelt Eva met haar looprek naar het podium. Chris Biondo hijst haar in een stoel. Ze grapt naar het publiek dat ze voor het optreden een shot morfine heeft genomen, zoals het een muzikant betaamt. Dan zet ze de openingsmaten in van What A Wonderfuld World. Bij het slotakkoord heeft ze eindelijk de moed iedereen aan te kijken.

Twee jaar na de dood van Eva Cassidy maakte Tony Bramwell, assistent van Beatles-manager Brian Epstein en platenplugger bij uitstek, kennis met haar muziek. Hoewel hij vervroegd met pensioen is gegaan, Bramwell gruwt van inhoudsloze punt-bh’s, leurt hij ieder radiostation af met het onooglijke cd-tje dat Chris Biondo uit de nalatenschap van Eva Cassidy heeft samengesteld, te beginnen bij de BBC. Paul Jones liet tijdens zijn wekelijkse programma Fields of Gold horen, Terry Wogan draaide tijdens zijn ochtendshow Autumn Leaves en Over The Rainbow. The rest is history. Dat klinkt bitter in het geval van Eva Cassidy. Haar leven eindigde al in het eerste hoofdstuk, schreef Clive Davis in The Sunday Times.

Johan Bakker heeft met Eva Cassidy. De biografie een buitengewoon aangrijpend boek geschreven. Hij presenteert zijn research in een sublieme stijl en en duidt de mensen die hij uit de directe omgeving van Eva Cassidy heeft geïnterviewd als mensen van vlees en bloed: liefdevol, maar met oog voor hun mankementen. Dat hij Eva Cassidy bewondert, is evident. Dat hij zijn journalistieke onafhankelijkheid bewaart, is vakmanschap. Beide componenten zorgen ervoor dat je deze biografie ademloos uitleest, met zo nu en dan een brok in de keel. Een absolute aanrader.

Eva Cassidy. De biografie
Johan Bakker
Uitgeverij Dodo
ISBN 978 90 818490 3 6
Verschenen oktober 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij vrije boeken (€ 19,95)

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here