Een biografie van onze nationale boeman J.B. van Heutsz

Amsterdam stroomde massaal uit voor de herbegrafenis van Jo van Heutsz op 9 juni 1927. Een foto uit het familiearchief toont de mensenmassa aan beide zijden van de Plantage Middenlaan, van het Wertheimpark tot aan Brug nr. 264. De stoet was vertrokken vanaf het Paleis op de Dam en passeerde Artis, op weg naar de Nieuwe Oosterbegraafplaats, waar een mausoleum voor de generaal was opgericht. Koningin Wilhelmina gunde de ‘bedwinger van Atjeh’ een heuse staatsbegrafenis, eega Hendrik begeleidde de baar naar zijn laatste rustplaats.

Acht jaar later opende Wilhelmina het Van Heutszmonument in het plantsoen van het Olympiaplein aan de Apollolaan in de Stadionbuurt. Op het moment suprême, de onthulling van de bronzen plaquette met de beeltenis van Van Heutsz, bleken actievoerders de begeleidende vrouwenfiguur van een beha te hebben voorzien. Sindsdien is de rust eigenlijk nooit meer weergekeerd in de stad.

Het monument werd een doelwit voor graffiti, bomaanslagen en diefstal. In 2003 had de stadsdeelraad van Amsterdam Oud-Zuid er genoeg van. Het Van Heutszmonument werd omgedoopt tot het Monument Indië-Nederland.

Moreel ongemak

Vilan van de Loo schreef met Uit naam van de majesteit. Het leven van J.B. van Heutsz 1851-1924 een meesterlijke biografie. Haar opzet? ‘Met dit boek hoop ik het morele ongemak ten opzichte van het koloniale verleden te vergroten,’ schrijft ze bij wijze van inleiding. Van Heutsz is sinds de jaren dertig uitgegroeid tot nationale boeman van ons koloniale verleden. Hij was verantwoordelijk voor de dood van tienduizenden inlanders die tijdens de laatste fase van de onderwerping van het gewest omgekomen zijn. Van Heutsz paarde militaire daadkracht aan een zo snel mogelijke ‘pacificatie’ van de veroverde gebieden, door de aanleg van spoorlijnen en wegen. Met zoveel ‘beschaving’ moest hij toch de harten en de hoofden van de inlandse bevolking kunnen winnen. Niet dus. In zijn verslagen van de expedities op Bali in 1906 berichtte Van Heutsz aan het thuisfront in Den Haag hoe de radja en zijn volgelingen ongewapend en in het wit gekleed het schietende leger tegemoet traden, hetgeen ‘geen prettige indruk’ maakte op de dienstdoende militairen.

De strategie van Van Heutsz sloot naadloos aan op de ethische politiek die Nederland aan het begin van de twintigste eeuw had ingezet. Sterker nog, Van Heutsz legde daarin verschillende accenten die de goede bedoelingen van Den Haag behoorlijk voorbijstreefden. Hij schafte tot grote woede van de Europese ambtenaren de hormat af, het eerbetoon dat inlandse hoofden aan gouvernementsdienaren verschuldigd waren. Van Heutsz stelde het ambtenarenkorps open voor inlanders en voegde de daad bij het woord door Raden Joesoema Joedha tot aspirant-controleur bij het Binnenlands Bestuur te benoemen. Voortaan commandeerden de ‘overheerschten’ de ‘beheerschers’, schreef Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië verontwaardigd. Hij vond dat de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, de toekomstige Shell, de olie die in Atjeh gevonden werd regionaal moest verwerken, zodat de bodemschatten zoveel mogelijk ten dienste kwamen van de plaatselijke bevolking. Voor het behoud van de kolonie was het noodzakelijk een ‘weerplicht voor inlanders’ in te voeren, een militaire dienstplicht dus, al kon die zich vroeg of laat tegen de kolonisator keren. Na zijn pensioen zette hij zich in voor het meisjesonderwijs op Java en investeerde hij in de ‘Indische kas’ die de opleiding van inlandse jongens mogelijk moest maken. Hij ijverde voor aanzienlijke investeringen in de Oost, terwijl de voorstanders van de ethische politiek hun goede geweten het liefst gecombineerd zagen met forse bezuinigingen op het wingewest. Daarbij moest Van Heutsz niets weten van hun kersteningsbedoelingen. Hij was een voorstander van godsdienstvrijheid, een principiële keuze ten aanzien van de overheersende islam. Wat dat betreft stond hij op één lijn met arabist Christiaan Snouck Hurgronje, zijn belangrijkste adviseur tot aan de komst van Hendrik Colijn.

Roddel en achterklap

Toekomstig minister-president en belangrijkste vertrouweling Colijn vond van Van Heutsz overigens ‘geen man van studie’ en ‘geen bekwaam man in de dagelijksche zin van het woord’, zo liet hij minister van koloniën Idenburg in een persoonlijk schrijven weten. Wel durfde Van Heutsz ‘de moed der verantwoordelijkheid’ te dragen – kortom, de kop van Jut te zijn als het er op aankwam. Roddel en achterklap waren nogal geduchte wapens in het gouvernementsbestuur. Het huwelijk van Van Heutsz zou vanwege zijn buitenechtelijke escapades op springen staan. Die geruchten werden ook breed uitgemeten in de opmerkelijk vrijmoedige pers in Nederlands-Indië, die Van Heutsz bepaald niet altijd goed gezind was. Toen hij in 1909 afscheid nam als gouverneur-generaal, haalde Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië opgelucht adem. Oef! kopte het dagblad. En dat zeiden de overwegend conservatieve ambtenaren ook. Oef! De generaal die Willemsordes maar onzin vond, een warm pleitbezorger was van vrouwenkiesrecht en persoonlijke talenten belangrijker vond dan anciënniteit had niet al te veel vrienden in ‘ons Indië’ gemaakt.

Het Van Heutszmonument in 1940, thans Monument Indië-Nederland

Onvoltooid tegenwoordige tijd

Voor Van Heutsz had de staatsbegrafenis van 1927 niet gehoeven. Het was zijn uitdrukkelijke wens om op het kerkhof van Cares in de buurt van Montreux met rust gelaten te worden. De laatste jaren van zijn leven had hij in Zwitserland doorgebracht, ver weg van de ‘betweters’ in Den Haag, met wie het nooit zo geboterd had. De familie, jongste zoon Willem Charles daargelaten, was door de Commissie tot Huldiging van de nagedachtenis van Generaal J.B. van Heutsz niet gekend in het gezeul met het stoffelijke overschot. Dochter Mathilde en schoonzoon Van der Weijden lieten weten op de geplande datum van de staatsbegrafenis andere verplichtingen te hebben. Hun afwezigheid vond de Commissie, met als erevoorzitter prins Hendrik, geen onoverkomelijk bezwaar.

Net als bij een standbeeld gaat het bij zo’n staatsbegrafenis allang niet meer om de persoon in kwestie, laat staan om de familie. Het gaat om wat hij of zij – onvoltooid tegenwoordige tijd – betekent. Geschiedenis is, om Pieter Geyl te citeren, ‘een discussie zonder eind’. Vilan van de Loo schetst met Uit naam van de majesteit. Het leven van J.B. van Heutsz 1851-1924 een interessant beeld van de erosie die bij een dergelijke betekenistoekenning kan plaatsvinden. Het is geenszins haar bedoeling om de excessen die onder Van Heutsz plaatsvonden goed te praten. Maar hij was de exponent van een vaderland dat zijn imperialistische aspiraties in de allerbeste ethische bedoelingen had verpakt. Dat verleden poets je niet weg door die op het conto van één man te schrijven, om van die man vervolgens een karikatuur te maken. Dat is het ‘morele ongemak’ waarmee Van de Loo ons confronteert. En daarvoor verdient ze alle lof.

Uit naam van de majesteit. Het leven van J.B. van Heutsz 1851-1924
Vilan van de Loo
Uitgeverij Prometheus
ISBN 9789044643770
Verschenen in juni 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 17,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 17,99)
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here