Eberhard van der Laan. Biografie van een burgemeester

© Mirande Phernambucq

De eenenzestigjarige PvdA-politicus Eberhard van der Laan is net weer voor zes jaar herbenoemd als burgemeester van onze hoofdstad. Het is dus wat prematuur om al de balans op te maken van zijn (politieke) leven. Deze biografie van een burgemeester laat zich dan ook eerder lezen als een tussenstand. Maar verdient Van der Laan eigenlijk wel een biografie?

Huisartsenzoon Eberhard van der Laan groeit in de jaren vijftig en zestig op in een gereformeerd gezin in Rijnsburg als jongste van zes kinderen. Hij breekt een studie geneeskunde in Brussel voortijdig af, omdat hij de lessen in België te schools vindt, wordt vervolgens in Amsterdam wederom uitgeloot voor medicijnen en gaat dan maar rechten studeren aan de Vrije Universiteit in de hoofdstad. Tijdens zijn studententijd in de jaren zeventig zet hij de eerste stappen in de lokale politiek, waar hij zich onder meer sterk maakt voor een betere bescherming van huurders. Hij blijkt politiek talent te hebben, is retorisch sterk en kan goed conflicten oplossen.

Het politieke vak leert hij van de roemruchte, spijkerpakken dragende PvdA-wethouder Jan Schaefer, bekend om zijn uitspraak ‘In geouwehoer kun je niet wonen’. Van der Laan wordt begin jaren tachtig -het is de tijd van woningnood en krakersrellen- diens assistent en Schaefer laat hem zien hoe je onder de bevolking en in de politiek draagvlak verwerft. In 1990 komt Van der Laan in de Amsterdamse gemeenteraad, waar hij in 1993 fractievoorzitter wordt. Hij combineert dit met een eigen advocatenkantoor, waardoor de kettingrokende workaholic lange dagen maakt. De advocaat schemert soms ook door de politicus heen: Van der Laan bouwt zijn bijdragen aan het politieke debat op als zijn pleitnota’s: eerst een samenvatting en conclusie, gevolgd door een onderbouwing.

Als hij 1998 de gemeentepolitiek verlaat, bemiddelt hij als mediator tussen de gemeente en de krakersbeweging. Het is een rol die hem goed ligt en een ervaring die hem later als burgemeester nog goed van pas zal komen. In 2009 wordt hij naar Den Haag geroepen om Ella Vogelaar, de afgetreden minister voor Wonen, wijken en integratie, op te volgen. Ook op het ministerie gedraagt hij zich volgens zijn biograaf als advocaat: hij wil zijn dossiers op orde hebben en eist veel van zijn medewerkers. Door de val van het kabinet is zijn ministerschap van korte duur.

In 2010 volgt hij partijgenoot Job Cohen op als burgemeester van Amsterdam. Hij is doortastender, directer en directiever dan zijn voorganger. Van der Laan houdt de boel niet bij elkaar zoals Cohen, maar brengt de boel bij elkaar. Ook hier legt hij de lat hoog voor zijn ambtenaren. Volgens Rijken renden jonge ambtenaren soms ‘huilend en brullend’ zijn kamer uit. Naar buiten toe laat hij een ander gezicht zien en brengt hij partijen juist nader tot elkaar, of het nou gaat om joden en moslims of om voor- en tegenstanders in de zwarte-pietendiscussie. Ook bij de bezetting van het Beursplein door de Occupy-beweging en bij de bezetting van universiteitsgebouwen door studenten speelt Van der Laan een verzoenende rol. Het optreden van Van der Laan in de Amsterdamse zedenzaak, rond pedoseksueel Robert M., beschouwt Rijken als de grootste verdienste van Van der Laans burgemeesterschap; de burgemeester heeft volop aandacht voor de ouders en regelt nazorg.

Na lezing van Biografie van een burgemeester dringt zich, naast de vraag over het vroege verschijnen van deze biografie, nog een andere vraag op: waarom überhaupt een biografie over Eberhard van der Laan? In het voorwoord verklaart auteur Kemal Rijken over zijn keuze dat na een gesprek met Van der Laan een lampje bij hem ging branden: “Dit is niet alleen een bijzonder politicus, hij is ook nog eens erg gelaagd.” Als er al sprake is van gelaagdheid bij Van der Laan, dan is daar weinig van te merken in deze biografie. Van der Laan komt erin naar voren als een bekwaam politicus en bestuurder, maar van interessante tegenstrijdigheden, dilemma’s of innerlijke strijd in zijn politieke leven of in zijn persoonlijkheid is geen sprake. Het blijft allemaal tamelijk eendimensionaal en braaf. Tijdens het lezen van de passages over de onconventionele Jan Schaefer wenste ik heimelijk dat Rijken een biografie over hem had geschreven in plaats van over zijn wat fletse leerling. Verbazingwekkend en veelzeggend is dat Rijken zijn biografie opent met een citaat van Van der Laan, dat, zo blijkt op pagina 124 aanbeland, bij nader inzien aan diezelfde Schaefer is ontleend.

Nou zat het de biograaf ook niet mee. Van der Laan verleende geen medewerking aan het boek. Om zicht te krijgen op zijn zielenroerselen moest de auteur zich dus in veel gevallen behelpen met wat derden daarover te berde brachten. Hier en daar lijkt de biograaf zich nogal wat literaire vrijheid te hebben gegund. Hij laat zijn hoofdpersoon regelmatig iets letterlijk denken of zeggen, ook als hij de bron(nen) zelf niet gesproken heeft. Deze aanpak komt de leesbaarheid overigens wel ten goede, het boek is sowieso luchtig en vlot geschreven. Storend zijn wel de vele lange voetnoten met toelichtingen. In de meeste gevallen hadden ze geschrapt kunnen worden, terwijl ze soms juist een prominentere plek in de tekst en meer uitwerking hadden verdiend.

Joep Boerboom publiceerde onlangs een biografie van Jan Terlouw.

Van der Laan. Biografie van een burgemeester
Kemal Rijken
Ambo/Anthos B.V.
ISBN 9789026333910
Verschenen in mei 2016

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 21,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 9,99)

"Koop

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 21,99)

DELEN
Joep Boerboom

Joep Boerboom publiceerde in 2016 een biografie van Jan Terlouw en werkt momenteel aan een biografie van Marcel van Dam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here