Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

De zonden en de logica van Ludwig Wittgenstein

Met humor en treffende voorbeelden maakt Bert Keizer in zijn intellectuele biografie van Ludwig Wittgenstein diens complexe denken toegankelijk.

‘Nou, God is gearriveerd. Ik haalde hem van de trein van kwart over vijf.’ Dat schreef de beroemde econoom John Maynard Keynes in 1929 over Ludwig Wittgenstein. De Oostenrijks-Duitse filosoof had in die tijd een bijzondere reputatie opgebouwd onder filosofen en wetenschappers. Hoewel hij met iedereen ruzie maakte kreeg hij ook veel bewondering, zowel voor zijn werk als voor zijn manier van leven.

In Leven en werk van Ludwig Wittgenstein zet Bert Keizer (zelf filosoof en arts) de filosofie en levenshouding van deze denkgrootmeester uiteen. Keizer doet dat in een soepele, bijna nonchalant aandoende vertelstijl. Dit boek leest als een persoonlijk college waarin in acht hoofdstukken afwisselend leven en werk behandeld worden. De opzet is bescheiden. Keizer is naar eigenzeggen een “liefhebber, geen kenner”, die het gedachtegoed van Wittgenstein “vanaf de begane grond” aan de lezer wil “overhandigen”, in plaats van uit een ivoren toren.

De geest behekst door de taal

Wat maakte Wittgenstein zo bewonderd en berucht? In de eerste plaats was dat zijn denken. Wittgensteins denken is behoorlijk complex. Het kan best schrikken zijn als je zijn werken (de Tractatus logico-philosophicus en de Filosofische onderzoekingen zijn de bekendste) openslaat en genummerde paragrafen met uitgebeende taal op de bladzijde ziet staan. Maar kort gezegd dacht hij in die werken na over de relatie tussen onze taal en de wereld waarin we leven. Hoe kan het dat onze woorden dingen in de echte wereld aanduiden? Zodat als ik ‘geef mij het zout aan’ zeg, je meteen begrijpt wat ik van je wil en waar ik op duid (het zoutvaatje op tafel). Zoals Keizer met veel mooie voorbeelden laat zien kan onze taal een misleidende werking hebben op onze geest.

Denk bijvoorbeeld aan het werkwoord ‘hebben’, zegt Keizer. Wat drukt dat uit? Eigenaarschap? Hmm, maar wat maak je dan van de volgende zinnen: ‘Johanna heeft een vrouw’, ‘het eten heeft een lekkere smaak’, ‘we hebben niets gemeen’, ‘een woord heeft een betekenis’. Met deze vraagstelling wil Wittgenstein niet laten zien dat onze woorden ambigu zijn, of dat definities lastig te geven zijn, maar dat onze taal een ‘beheksende’ werking heeft op onze geest. Filosofen maken denkfouten doordat ze denken dat er een ‘zin van het leven’ is, of dat we iets zinnigs kunnen zeggen over logica, ethiek en religie.

Nu moet ik oppassen, want er is een belangrijk verschil tussen de ‘vroege’ en ‘late’ Wittgenstein. De vroege Wittgenstein grossiert in ‘kristallijnen rechtlijnigheid’, zoals Keizer het verwoordt, terwijl de latere Wittgenstein dichter bij de rommeligheid van het echte leven komt.

Ondubbelzinnige taal

In zijn vroege werk, en daarmee wordt vaak de Tractatus logico-philosophicus bedoeld, wilde Wittgenstein stelling nemen tegen andere filosofen (Bertrand Russell en Gottlob Frege) die probeerden een ondubbelzinnige taal te creëren die perfect logisch zou zijn. Daarmee zou je bijvoorbeeld kunnen uitmaken of een argument klopt of niet. Maar, zo schreef Wittgenstein, je kunt met logica niet buiten de wereld gaan staan om te beslissen wat dubbelzinnig is en wat niet, want logica is onderdeel van diezelfde wereld. Volgens de vroege Wittgenstein ga je dan je boekje te buiten. Je kunt met de logica niets ‘zeggen’ over de wereld. De logica zit in de wereld en kan zich alleen tonen.

Daarbij gaat Wittgenstein vooral uit van ‘beschrijvende zinnen’, zinnen die beschrijven hoe de wereld eruit ziet. Bijvoorbeeld: ‘de kat zit op de mat’, ‘als je een voorwerp boven de grond loslaat, zal het naar beneden vallen’. Ethische zinnen, à la ‘gij zult niet stelen’ en ‘je mag niet met je mond vol praten’ vallen hier niet onder. Die worden niet door logica geregeerd en daarom zijn ze (volgens Wittgenstein) voor filosofen niet relevant. Niet dat Wittgenstein ze oninteressant vond (sterker nog, hij vond ze juist véél belangrijker dan die beschrijvende zinnen), maar hij vond dat de filosofie zich er niet mee bezig moest houden.

Meer dan woorden

Later kwam Wittgenstein hierop terug. Taal bestaat uit veel meer dan alleen beschrijvende zinnen: ‘Au!’, ‘Maak je huiswerk!’, ‘Geef me het zoutvaatje eens aan’, ‘Hierbij verklaar ik u tot man en vrouw’. We communiceren meer dan alleen onze woorden (in het geval van ‘Au!’ bijvoorbeeld pijn en de dwingende vraag op te houden mij te knijpen). Het schijnt dat hij eens met econoom Piero Sraffa in de trein zat en hij  probeerde aan hem te leggen hoe woorden aan hun betekenis komen. Vervolgens maakte Sraffa dat typisch Italiaanse obscene gebaar waarbij je de bovenkant van een gesloten hand onder je kin naar voren trekt. Wat betekent dat? Het is duidelijk dat het gebaar betekenis heeft, maar hoe komt die daar? De latere Wittgenstein ziet betekenis meer als onderdeel van een sociaal ‘spel’ dan als iets wat door een logische verhouding met de wereld tot stand komt.

Met zijn gedachten over taal maakte Wittgenstein de aanzet tot wat later de ‘talige wending’ is gaan heten. Filosofen begonnen en masse geïnteresseerd te raken in taal en de manieren waarop taal en denken met elkaar verweven zijn.

Leven met de zweep op de rug

Maar Wittgensteins invloed had ook veel te maken met zijn persoonlijkheid. Hij is eens omschreven als ‘profeet’ en hoewel het belachelijk zou zijn hem als profeet te zien, gaf zijn dwingende manier van leven en onconventionele manier van filosoferen hem wel iets ascetisch. Hij ontvluchtte regelmatig de universiteit van Cambridge, waar hij min of meer zijn werkzame leven lang aan verbonden was. In Noorwegen, in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, in een Londens ziekenhuis, aan de Ierse kust, eigenlijk overal kon Wittgenstein beter nadenken dan aan de universiteit. Misschien is dat ook niet gek als je bedenkt dat hij behoorlijk hard tegen het establishment aanschopte en tot zijn grote ergernis en frustratie vaak verkeerd begrepen werd.

Misschien had het er ook mee te maken dat hij zich met de grootste moeite ontworsteld had aan zijn zeer kunstzinnige en intelligente maar verstikkende familie – zijn vader was een staalmagnaat wiens rijkdom haast niet te overschatten is maar die zeer dwingend was naar zijn kinderen. Met zo’n achtergrond is het misschien niet gek dat je hoge eisen stelt aan jezelf, en aan anderen. Wittgenstein gaf zijn erfenis weg, en had een voorkeur voor spartaans ingerichte woningen, leefde kortom met de zweep op zijn rug.

Familie Wittgenstein. Helene (1879–1956), Paul (1887–1961), Hermine (1874–1950), Ludwig (1889–1951) en Margaret (1882–1958). Bron: ÖNB, Bildarchiv Austria

Gemiste kans

Keizer heeft in Leven en werk van Ludwig Wittgenstein de kern van het denken van deze filosoof te pakken. Dat de beschrijving van Wittgensteins leven daarbij wat in de verdrukking raakt is niet zo erg (geïnteresseerden kunnen hun hart ophalen bij Ray Monks Ludwig Wittgenstein. Portret van een gekwelde geest). Het is wel erg jammer dat Keizer het leven en het werk zo nadrukkelijk van elkaar scheidt, want er valt iets voor te zeggen dat die bij Wittgenstein zo niet in elkaars verlengde liggen, dan toch invloed op elkaar uitoefenen. Je komt (helaas) niet veel filosofen van na de Oudheid tegen die hun filosofie zó voorleven, en Keizer lijkt zich dit te realiseren als hij schrijft:

“Zich te zuiveren van zijn eigen zondigheid was minstens zo belangrijk voor hem als het overdenken van de plaats die logica heeft in ons geestelijke gebouw.”

Het is zonde dat Keizer de kans om de verbanden tussen die ‘zondigheid’ en logica te tonen onbenut laat. Daarnaast maakt Keizer – omwille van de duidelijkheid, vermoed ik – het contrast tussen de vroege en late Wittgenstein erg groot, terwijl er ook veel continuïteit in zijn denken te vinden is.

Het boekje is heel laagdrempelig en ook als je een stukje niet snapt kun je vol goede moed verder met een nieuw hoofdstuk. Voor mensen die Wittgenstein niet (goed) kennen, en misschien nieuwsgierig uitkijken naar de onlangs opnieuw vertaalde Tractatus logico-philosophicus en opnieuw uitgebrachte Filosofische onderzoekingen is dit boekje ook een fantastische aanvulling.

Keizer schrijft met veel humor, omschrijft bijvoorbeeld spottend de tegenstander van Wittgenstein die bezig is met allerlei zweverige nonsens: “Een ‘filosoof’ is iemand die, na een bemoedigend lachje van zijn buurvrouw, terug in zijn studeerkamer denkt: zou het heelal weleens teruglachen naar ons? En daar veertien dagen later plechtig aan toevoegt: of terughuilen?”

Het is geen sinecure om het werk en leven van zo’n complexe denker toegankelijk te maken in zo’n korte tekst. Keizer is erin geslaagd, en het is ook nog eens leuk om te lezen.

Leven en werk van Ludwig Wittgenstein
Bert Keizer
Boom
ISBN 9789024443819
Verschenen januari 2022

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 20.00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 16,00)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 20,00)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 16,00)
Laura Molenaar
Laura Molenaar
Laura Molenaar studeerde Logica aan de Universiteit van Amsterdam, daarvoor studeerde zij wiskunde en filosofie. Zij schreef onder andere voor dagblad Trouw en de filosofiewebsite van de Koninklijke Bibliotheek.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in