De levens van Johnny de Droog – verzetsman en verrader

Hoe werd een overtuigde en charmante verzetsman van socialistische huize tijdens de Duitse bezetting een fanatieke agent-provocateur in dienst van de nazi’s? Iemand die als jager op neergestorte piloten, joden en onderduikers en hun handlangers ruim driehonderd verzetsmensen achter de tralies of voor een vuurpeloton zou brengen, een sadistische folteraar en moordenaar? En uiteindelijk iemand die zowel sommige nazi’s als het verzet wilden liquideren? En hoe is het mogelijk dat Nederlandse militairen verwikkeld in het Englandspiel in Londen hem in 1944 nog steeds de hand boven het hoofd hielden, hoewel er in de ondergrondse pers al foto’s van hem als verrader circuleerden?

Dit soort vragen heeft ook de biograaf van Johnny de Droog, Erik Schaap, zich gesteld en het antwoord komt soms direct van hemzelf, soms direct of indirect van getuigen, soms uit dossiers en soms aanvullend uit de sociale, politieke en psychologische context.

Was De Droog een opportunist? Je kunt ook zeggen dat hij kansen aangreep, eerst in het verzet en naderhand als infiltrant in datzelfde verzet. Hij genoot van het geld, de macht, de levensstijl en de erkenning van superieuren die zijn werk voor de Duitse Sicherheitsdienst (SD) opleverden, hij wilde een leider zijn, presteren en records breken. Hij ging slordig om met vrouwen, trouwde vier keer, was geen familieman en verwekte geen kinderen. Hij had geen zin om zijn alleenstaande moeder later financieel te ondersteunen. Ik ken geen term die zo’n figuur karakteriseert en toch leest de biografie als een samenhangend levensverhaal, behalve wellicht op het eind wanneer ‘sadisme de nieuwe standaard’ bij zijn verhoren wordt.

Na baantjes als kelner en jongste bediende tekende De Droog, geboren in 1893 in Haarlem als zoon van een telegrambesteller, in 1912 voor zes jaar militaire dienst in Nederlands-Indië. De harde training doorstond hij. Blijkbaar had hij ook geen moeite met de hiërarchische verhoudingen, ondanks het feit dat Schaap meent dat ‘het werken onder een baas een teer punt bleef’. Over zijn periode in Indië is blijkbaar weinig bekend, het waren de mildere jaren na het bewind van de beruchte gouverneur-generaal Jo van Heutsz.

Avonturiersbloed

In het verzet wierp die militaire ervaring zijn vruchten af; samen met zijn rode gedachtegoed en bereidheid op de vuist te gaan met NSB’ers en zelfs Wehrmacht-soldaten maakte hem dat tot een charismatische figuur en deskundige in Arnhem, waar hij was gaan wonen en de leider werd van een niet zo professionele verzetsgroep alias knokploeg De Slapende Leeuw. Hij fantaseerde erbij dat hij in de Spaanse burgeroorlog had gevochten en in Afrika actief was geweest. Enige fascinatie met schietwapens had hij ook. Hij zou vanaf het begin van zijn verzetswerk met een wapen rondlopen – en later ook omdat hij wist dat enkele verzetslieden hem wilden liquideren.

‘Er was moed, onbezonnenheid en avonturiersbloed voor nodig om al in het eerste bezettingsjaar te rebelleren. Johnny de Droog bezat al die eigenschappen. In ruime mate zelfs.’ Het was een tijd waarin ‘alleen rasoptimisten en naïevelingen de droom van een spoedige bevrijding koesterden’. De collaborateurs van de NSB konden ‘de wassende ledenstroom met moeite bijbenen’, aldus Schaap.

De biografie is vrijwel geheel gewijd aan De Droogs oprollen van verzetsnetwerken, hoofdstukken dragen als titel de steden, stadjes en dorpen waar hij infiltreerde en in samenwerking met de bezetters toesloeg – in heel Nederland eigenlijk. Mij duizelde het op zeker moment van alle namen die voorbijkwamen en ik had spijt dat ik niet vanaf het begin een namenlijst had bijgehouden.

Arbeidersjongen

In 1942 werd Johnny de Droog in Putten gearresteerd, vooral dankzij actie van een fanatieke burgemeester die zijn goedbetaalde baan aan de bezetters te danken had, ene Frits Klinkenberg. In plaats van hem tijdens verhoren te mishandelen, koos Kriminalkommissar Walter Becker voor een zachte benadering. Mannen die tegelijk met hem waren opgepakt, hadden De Droog toen al verraden. Dit en het verhoor plus politieke calculatie zorgde voor hét keerpunt in Johnny’s leven, aldus Schaap:

‘Urenlang wisselde Becker met zijn arrestant van gedachten over de vooroorlogse maatschappelijke verhoudingen, de geringe volkssteun voor het ondergrondse werk en de naar Londen gevluchte Nederlandse regering… Johnny woog zijn kansen. Groot-Brittannië was verzwakt in de strijd om de werelddominantie, de Sovjet-Unie in de verdediging gedrongen… Waar de Duitsers en hun bondgenoten ook vochten boekten ze overwinningen. En van het amateuristische Nederlandse verzet zou de verlossing niet komen.’

‘Had een speling van het lot Becker vergund om psycholoog te worden, dan was hij een uitblinker in zijn soort geweest,’ meent Schaap. Becker haalde Johnny over om als V-Mann (vertrouwensman, infiltrant) voor de SD te gaan werken. Die zou er als ‘vechter voor de arbeiders’ mee hebben ingestemd ‘als de Duitsers ook voor de belangen van de arbeiders opkwamen’. Becker vroeg ook hoe hij de Duitsers vertrouwen kon geven. ‘Daarop had hij wel een antwoord. Wanneer de SD toezegde zijn contacten in en rond Arnhem met rust te laten, was hij bereid hand- en spandiensten te leveren aan de Duitsers.’ Gezien het gedrag van andere nazi’s is het opmerkelijk dat Becker c.s. deze garantie gaven en jaren volhielden, hoewel De Droog de namen van zijn verzetscontacten in Arnhem had verstrekt.

De ‘vechter voor de arbeiders’ kon blijkbaar ook niet weten dat na een jaar oorlog de populariteit van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (maar niet het prestige van Hitler) onder Duitse arbeiders reeds naar een nulpunt was gezakt. In 1941 deed al de grap de ronde dat ‘de nazi’s de arbeider wilden verheffen, maar dat ze hem een beetje te hoog vasthielden, bij de strot’.

Zelfmoord?

Tot het keerpunt in 1942 was De Droog behalve verzetsman in Arnhem sappelende eigenaar van een fietsenstalling, die door zijn werk voor De Slapende Leeuw nog amper toekwam aan fietsen repareren. Hij zou bij de SD een salaris van zeshonderd gulden per maand gaan toucheren, vermoedelijk minstens vier keer het inkomen dat hij in zijn eigen bedrijfje vóór de oorlog bij elkaar kluste. Volgens sommige bronnen zou hij ook bonussen van duizenden guldens hebben gekregen voor het aanleveren van kopstukken uit het verzet. Uiteindelijk zou hij het enorme getal van driehonderd mensen verraden van wie een kwart de oorlog niet zou overleven.

Biograaf Schaap maakt veel werk van de vraag of Johnny de Droog begin 1945 zelfmoord pleegde, slachtoffer werd van een onhandige beweging met zijn altijd op scherp gestelde pistool of werd doodgeschoten, door iemand uit het verzet of in opdracht van de nazi’s die o.m. vanwege zijn steeds mindere prestaties niet meer zo met hem wegliepen. In het ene getuigenis is hij namelijk in zijn gezicht geschoten en in het andere ook door zijn hart. Hij werd drie keer begraven, de eerste keer inderhaast om van zijn lijk af te zijn in een graf met gefusilleerde verzetsmensen, daarna nog een keer anoniem, waarna hij weer in zijn kist werd opgegraven om uiteindelijk door zijn vrouw aan de hand van zijn kleding geïdentificeerd te worden. Daarna verdween hij voorgoed onder de groene zoden.

Wat mij aan zelfmoord doet denken, is vooral de ‘lethargie’ in de laatste maanden van zijn leven waarvan zijn vriend Emil Rappard gewag maakt. De oorlog leek begin 1945 toch echt verloren, het zuiden van Nederland was al bevrijd. Dan denk ik: opportunist Johnny had door zijn bekendheid als smeerlap geen enkele toekomst meer in Nederland en waarschijnlijk ook niet in buurlanden als Nederlandse vluchteling (hoewel ik geen idee heb hoe bijvoorbeeld de autoriteiten in België of Frankrijk toen met verdachte types omgingen en wat daarvan doordrong tot Nederland). Hij koos in 1942 ook de kant van de winnaars om aan een vrijwel zekere executie te ontkomen – begrijpelijk, menselijk, maar ook aan een dode verzetsman heeft niemand iets. Hij had volop kans zou je denken om daarna alsnog onder te duiken, ook in de hoop dat zijn kameraden door zijn arrestatie gewaarschuwd zouden zijn. Doorslaan in de Schlächterei-Kompagnie zoals de SD in Arnhem zichzelf soms aan de telefoon meldde, was immers geen uitzondering.

Sadist

In plaats van even medewerking veinzen deed De Droog jarenlang fanatiek zijn werk voor de SD en koesterde op den duur een diepe minachting, zelfs voor grote jongens uit het verzet, aldus een van hen. Maar vanwaar die minachting voor mensen die inmiddels professioneel de bezetter op alle mogelijke manieren het leven zuur maakten zoals hij zelf graag had willen doen? Waarom geen respect, vanwaar dat sadisme op het eind?

Ik waardeer het dat biograaf Schaap zich niet waagt aan gepsychologiseer, maar ik kan het even niet laten: dat vier huwelijken van Johnny kinderloos bleven in dat tijdperk zonder de pil, condooms en legale veilige abortus, dat doet me toch aan onvruchtbaarheid en impotentie denken. Hij had geen enkel gevoel van loyaliteit aan de vier vrouwen die hij trouwde, maak ik uit de biografie op en er was ook no love lost tussen hem en zijn moeder. Waren zijn echtgenotes dan seksueel gezien allemaal vreselijk saaie mutsen? Of leefden in die afkeer traumatische herinneringen verder aan de vechtscheiding van zijn ouders? Ik noem het alleen omdat kleine mannen aan wie een steekje los is, monsters kunnen worden als ze macht over leven en dood krijgen.

De levens van Johnny de Droog – verzetsman en verrader
Erik Schaap
Uitgeverij Oevers
ISBN 9789492068408
Verschenen in maart 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 21,95)
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here