Confucius en de Gulden Regel

Confucius Biografieportaal

Ruim 300 jaar na zijn dood, 150 v. Chr., moest de woning van Confucius plaatsmaken voor het paleis van Liu Xu, vorst van het hertogdom Lu in het oosten van China en broer van de toekomstige keizer Wu. Bouwvakkers ontdekten in de sponning van het huis een groot aantal schriftrollen, waaronder De gesprekken. Daarin werd de leer van Confucius in 499 uitspraken en anekdotes voor het voetlicht gebracht. De hemel jubelde om de vondst. De stem van de meester was – door de overdracht van zijn talloze, veelal anonieme leerlingen – eindelijk woord geworden. Het tijdstip van de ontdekking kon niet beter zijn. Liu Zhi, die in 141 v. Chr. de keizerlijke troon zou bestijgen, nam afstand van het taoïsme van zijn ouders en hervormde de Han-dynastie naar het autoritair gezinde confucianisme. De teksten kwamen dus goed van pas in de politieke context van die tijd.

Emeritus hoogleraar Kristofer Schipper verzorgde een Nederlandse vertaling van De gesprekken en completeerde het werk met een verhelderende inleiding, annotaties en een vertaling van de biografie van Confucius door Sima Qian (ca. 145-86 v.Chr.), hofhistoricus van de Han-dynastie. Door die drieledige aanpak relativeert hij de reputatie van Confucius als reactionair pleitbezorger van de status quo. Die kwam pas in de nadagen van de Han-dynastie tot stand, toen de ru, de ceremoniemeesters aan het keizerlijke hof, als handlangers van het absolutisme begonnen op te treden. De oorspronkelijke “leer”, als er als sprake is van een coherent geheel van ethische leefregels, is doordrongen van een diepgeworteld humanisme, gestoeld op die ene gulden regel: wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. In De gesprekken heet het: “Wat ik zelf niet wil ondergaan, dat wil ik ook anderen niet aandoen.” Daarvoor is naastenliefde nodig, het vermogen “je te vereenzelvigen met je naasten.” Het centrale begrip in de pragmatische levenslessen van Confucius is “ren”, door Schipper vertaald als “medemenselijkheid”. Confucius ontwaarde het principe van de wederkerigheid niet alleen in de verhouding tussen ouders en kinderen, maar ook die tussen meesters en dienaren, bloedverwanten, vrienden en echtgenoten. Harmonieuze betrekkingen resulteerden in loyaliteit (zhong), betrouwbaarheid (xin), wederzijdse verdraagzaamheid (sui), zorgzaamheid (ai) en saamhorigheid (di). Een staatsbestel dat op natuurlijk gezag was gebaseerd, hoefde zijn onderdanen niet te vrezen. “Regeer door regels op te leggen, handhaaf de orde door straffen te geven, en het volk zal alle gevoel van schaamte verliezen om ze te ontlopen. Maar regeer met moreel gezag, handhaaf de orde met inachtneming van het ritueel: dan zal het volk zijn gevoel van schaamte behouden en tevens uit zichzelf gedisciplineerd blijven.” De grote aandacht voor het ritueel moest de wellevendheid waarborgen, want “wie het ritueel niet heeft bestudeerd, weet niet hoe de hem toekomende plaats in te nemen.” De wellevendheid vereist ook een filologische bedachtzaamheid, een juist besef van de woorden en hun betekenis. “Ben je een koning? Wees dan een koning!”

Het westen ontdekte Confucius aan het einde van de zestiende eeuw, toen jezuïeten als Matteo Ricci (1552-1610) en Michele Ruggieri (1543-1607) tijdens hun missionaire ronde China aandeden. Zo leerden we “Confucius” kennen, een latinisering van Kongfuzi (“onze geliefde meester Kong”, een titel die zijn leerlingen overigens nooit hebben gebruikt). Amsterdam speelde als handelsmetropool een belangrijke rol in de receptie van het werk van Confucius door het westen. Koopman Pieter van Hoorn vertaalde de eerste fragmenten van De gesprekken in versvorm en historicus Olfert Dapper zag wel overeenkomsten tussen de levenslessen van de confucianisten met “het ingeboorne licht en christelijke waerheit” van het evangelie. Gottfried Wilhelm Leibniz hoopte na de ontdekking van Confucius op een Chinese verlichting in Europa. “De huidige conditie van onze eigen wetenschap, die wegzinkt in een steeds ergere staat van verval, lijkt mij van dusdanige aard dat wij missionarissen uit China nodig hebben om ons de theorie en de praktijk van hun theologie van de natuur te leren, net zo als wij missionarissen naar hen hebben toegestuurd om hen in de geopenbaarde theologie te doen kennen.” De accommodatiepolitiek van de Jezuïeten in China had ook zijn tragische gevolgen. De religieuze ruimdenkendheid van China, bewerkstelligd in de twaalfde eeuw van onze jaartelling toen Zhu Xi confucianisme, taoïsme en boeddhisme samenbracht tot een nieuw systeem “waarin alle verschillende principes en overtuigingen tot hun recht konden komen”, zelfs die van het christendom en de islam, werd vernield. Later volgde de fysieke vernietiging, door de Britse import van opium in China, die het land aan de rand van de afgrond bracht.

Kristofer Schipper neemt de Nederlandse lezer in deze eerste integrale vertaling van De gesprekken bij de hand en licht als een geduldig leermeester de soms moeilijk te bevatten passages toe. Ook die annotaties zijn een feest om te lezen. In De gesprekken maak je kennis met de rijkdom van de oudste moraalfilosofie uit het Oosten. Die inspireert tot op de dag van vandaag.

De gesprekken. Gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian (ca. 145-86 v.Chr.)
Vertaald en toegelicht door Kristoffer Schipper
Atlas Contact
ISBN 9789045704852
Verschenen in mei 2014

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 9,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 39,99)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 19,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here