Biografie Jan de Koning mist politieke scherpte

Bij de presentatie van de biografie van Jan de Koning (1926-1994) hield voormalig topambtenaar Hans Borstlap een inleiding met de titel Een formidabel politicus. Hij stelde dat huidige en toekomstige generaties politici te midden van alle Haagse luidruchtigheid kunnen kennisnemen van hoe je ook politiek kunt bedrijven: onbaatzuchtig, voortdurend bruggen bouwend zonder stemverheffing of kabaal met een groot sociaal hart. Zo’n uitspraak maakt nieuwsgierig. Wat maakte De Koning tot een formidabel politicus en wat zouden de huidige politici van hem kunnen leren?

Jan de Koning was minister van 1977 tot 1989 in kabinetten die onder leiding stonden van Dries van Agt en Ruud Lubbers. Hij was een duizendpoot, die diverse ministeries leidde en vaak optrad als kabinetsinformateur. Het langst was hij minister van Sociale Zaken en hij stond in die rol bekend als de belangrijkste steunpilaar van Lubbers. Hij verliet de actieve politiek in 1989 en was tot zijn dood in 1994 lid van de Raad van State.

Drama in Nederlands Indië

De eerste helft van de biografie gaat over het leven van De Koning voordat hij de politiek in ging, de tweede over zijn politieke loopbaan. Jan de Koning werd in 1926 geboren als zoon van de burgemeester van Zwartsluis. Hij belandde tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet. Wat hij daar precies deed en of hij deelnam aan gewapende acties wordt in het boek niet opgehelderd. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich samen met zijn oudere broer Koos vrijwillig bij het leger om Nederlands Indië te gaan bevrijden. Dat pakte allemaal heel anders uit toen de Japanners capituleerden, Indonesië de onafhankelijkheid uitriep en Nederland verzeild raakte in een koloniale oorlog. Bij het uitkammen van een kampong kwam Koos om het leven door friendly fire. Een klap die het gezin De Koning nooit te boven kwam. Jan de Koning besefte al snel na de oorlog dat hij voor een verkeerde zaak had gevochten.

Na zijn terugkeer in Nederland ging Jan sociale geografie studeren in Utrecht, een studie waar hij tien jaar over deed, niet ongebruikelijk in die tijd. Hij ontmoette daar zijn echtgenote, de Surinaamse Molly Rellum, die op driejarige leeftijd naar Nederland was gekomen. Ze waren smoorverliefd maar Molly was zeer gespannen over de relatie. Hoe zouden Jans ouders reageren op een Surinaams meisje dat nog katholiek was ook? Dat bleek allemaal reuze mee te vallen. Jan was gereformeerd opgevoed maar geen scherpslijper. Na hun huwelijk en verhuizing naar Utrecht en later Voorschoten traden beiden toe tot de Nederlands Hervormde Kerk.

Jans eerste baan was die van wetenschappelijk onderzoeker bij een aantal christelijke organisaties. Zo kwam hij in het protestants-christelijk netwerk terecht. Hij stapte over naar de CBTB, de Christelijke Boeren en Tuinders Bond, waar hij algemeen secretaris werd. Hij verzette zich tegen een fusie van de CBTB met de katholieke en de algemene landbouworganisatie tot één landelijke landbouworganisatie. Die kwam er onder de naam LTO-Nederland uiteindelijk pas in 1997, drie jaar na de dood van De Koning. Via het CBTB kwam De Koning al snel in het partijbestuur van de ARP. Hij  was in die rol nauw betrokken bij de vorming van het CDA. Op die plek was hij wel een aanjager van de fusie van de drie christelijke partijen. Dat gold niet voor een deel van de ARP dat, onder leiding van Willem Aantjes, lange tijd dwars lag bij de vorming van het CDA. In 1969 werd De Koning lid van de Eerste Kamer en in 1971 lid van de Tweede Kamer en van het Europees parlement.

Jan de Koning als informateur in 1986 © Anefo / Rob Bogaerts (cc0)

Snijden in de verzorgingsstaat

In Nederland was in de jaren vijftig en zestig een verzorgingsstaat opgebouwd, maar die begon in de loop van de jaren zeventig te stagneren. Er ontstonden grote problemen met de betaalbaarheid, de bestuurbaarheid en de geloofwaardigheid van de verzorgingsstaat. Met de betaalbaarheid omdat de sociale verzekeringen en de overheidsvoorzieningen een steeds groter beslag op het BNP legden en de belastingdruk en de staatsschuld omhoog joegen. Met de bestuurbaarheid omdat de centrale uitvoering van de meeste regelingen tot een onafzienbare bureaucratie leidde. En met de geloofwaardigheid omdat veel burgers de verzorgingsstaat als een hangmat begonnen te zien in plaats van een springplank of een trampoline. Het kabinet Van Agt – Wiegel liet de zaak op zijn beloop, waardoor het aantal werklozen in het begin van de jaren tachtig met 15.000 per week steeg. Een harde sanering was noodzakelijk en het eerste kabinet Lubbers pakte door. Lubbers I voerde harde maatregelen door op het gebied van lonen, uitkeringen en overheidsuitgaven. Jan de Koning speelde daarin een belangrijke rol. Ten eerste omdat hij pal achter de bezuinigingen stond, terwijl de Minister van Sociale Zaken bij bezuinigingen traditioneel de belangrijkste tegenstander van de Minister van Financiën is. Ten tweede omdat hij de werkgevers en de vakbonden wist te bewegen het Akkoord van Wassenaar af te sluiten waarin loonmatiging werd ingeruild voor arbeidsduurverkorting.

De Koning was als ervaren minister – hij was eerder minister van Ontwikkelingssamenwerking en minister van Landbouw geweest – de steunpilaar van Lubbers, die ondanks zijn harde bezuinigingen in 1986 de verkiezingen won met de leus “Laat Lubbers zijn karwei afmaken”. Nederland kwam er langzaam weer bovenop. De Koning bleef minister van Sociale Zaken in het tweede kabinet Lubbers. In 1989 trok hij zich terug uit de politiek. Volgens de biograaf verloor Lubbers hiermee zijn steunpilaar in het kabinet, wat leidde tot een zwalkend beleid in Lubbers III, conflicten met fractieleider Elco Brinkman en een rampzalige verkiezingsuitslag in 1994, waarbij het CDA twintig zetels verloor. De in de biografie geponeerde stelling dat het verval van Lubbers begon met zijn derde kabinet omdat hij de sturende hand van De Koning miste, is dubieus en niet in overeenstemming met andere studies over de kabinetten Lubbers. Na het succesvolle kabinet Lubbers I kwam de klad er al in bij het tweede kabinet Lubbers en dat was voor een groot deel aan De Koning te wijten. Tot drie keer toe probeerde hij het wettelijk minimumloon te verlagen en elke keer werd die poging verijdeld door zijn eigen CDA onder leiding van Bert de Vries. Die zag dat de economie zich begon te herstellen en vond dat er nu wel even genoeg was bezuinigd. Uiteindelijk liet coalitiepartner VVD het tweede kabinet Lubbers vallen over zoiets onbenulligs als het reiskostenforfait.

Boerenwijsheden

De biograaf kon beschikken over het familiearchief van de familie De Koning. Uiteraard zijn kranten en boeken belangrijke bronnen, maar een groot deel van het boek is gebaseerd op interviews met mensen die De Koning (goed) hebben gekend. Je kan vragen stellen bij de precisie van hun geheugen na veertig jaar en zo’n aanpak draagt er bovendien sterk toe bij dat de biografie anekdotisch wordt. Steeds opnieuw geven de gesprekspartners hoog op over De Koning: hij was nuchter, onbaatzuchtig, onverstoorbaar, laconiek, hij had een natuurlijk gezag, hij kon harde maatregelen nemen zonder vijanden te maken. Zijn taalgebruik was doorspekt met boerenwijsheden als “Een plant gaat niet harder groeien als je aan de bladeren trekt”. Zij bekendste oneliner was “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”, wat in verkorte vorm ook de titel van de biografie is geworden. We krijgen zeker een inkijk in het persoonlijke leven van De Koning en het boek bevat aardige weetjes uit zijn politieke carrière. Zo had De Koning bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling, gezien zijn status, recht op een plaats naast de premier, maar hij koos altijd voor een plaats op de uiterste hoek van de regeringstafel zodat hij ongezien in de coulissen kon verdwijnen voor een sigaret. Hij was een kettingroker die twee pakjes Lexington per dag weg pafte. Een zware hartaanval in 1975 zorgde ervoor dat hij in 1982 afzag van het premierschap, hoewel Dries van Agt in hem zijn ideale opvolger zag. Als geheel blijft de biografie te opsommerig en schiet hij tekort in politieke scherpte. Bovendien is de stijl nogal moeizaam, vooral omdat het boek voor een groot deel in de lijdende vorm is geschreven, wat niet leidt tot spannend geschreven passages. Als je het uit hebt blijf je met het gevoel zitten dat Jan de Koning een betere biografie had verdiend.

‘Als het niet kan zoals het moet…’ Jan de Koning. Een biografie
Peter Bootsma
Boom
ISBN paperback 9789024458264 
Verschenen in november 2023

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,90)

Sjak Rutten
Sjak Rutten
Sjak Rutten is onderwijskundige en historicus. Hij promoveerde in 2019 op een biografie van de meest succesvolle ontwikkelaar van leesmethoden uit de Nederlandse onderwijsgeschiedenis: frater Caesarius Mommers (1925-2007), De leesvader van Nederland.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in