Bert Röling. Tegen de keer

Bert Röling
Bron: Nationaal Archief © Joost Evers / ANEFO

“We’ll give them a fair trial and then hang them,” las hij op weg naar Tokio. Bert Röling maakte tussen 1946 en 1948 deel uit van het IMTFE, het International Military Tribunal for the Far East. Dat moest de Japanse oorlogsmisdadigers, conform het voorbeeld van het Proces van Neurenberg, berechten. Haast zeventig jaar na dato maakt zijn jongste zoon Hugo Röling de balans op in De rechter die geen ontzag had. Bert Röling en het Tokiotribunaal.

Een vreemd land

Röling kwam in het voorjaar van 1946 in een land terecht dat niet meteen zijn hart stal – dat zou pas later gebeuren. Hij was verbijsterd over de Vergangenheitsverneinung die hij zo kort na de oorlog om zich heen zag, aan het thuisfront berichtte hij dat de “Jappen” doorgingen met hun leven alsof er niets gebeurd was. “De Jappen kennen eigenlijk geen verschil tussen goed en kwaad. Hun woord voor kwaad is ‘what was mistaken’. Onze verdachten worden omschreven als de lieden ‘who made a mistake’, die faalden. Kwaad doen is falen.” Geleidelijk aan maakten die taalkundige bespiegelingen plaats voor persoonlijke contacten, met bestsellerauteur Michio Takeyama en zenboeddhist Daisetz T. Suzuki onder andere. Een jaar voor zijn dood bekent hij aan zijn zoon dat hij liefjes heeft gehad in Tokio. In weerwil van zijn naïef soort racisme, in zijn brieven heeft hij het onomwonden over “glimlachende buigende Japjes”, stond hij open voor zijn omgeving. Tegelijkertijd ontwikkelde hij een zekere weerzin tegen de oppervlakkigheid van de Amerikanen waarmee hij dagelijks te maken had. “Ze zijn onwaar, overdreven en doden iedere eerlijkheid door hun vleierij. Daarbij nogal laag bij de grond en zonder innerlijke beschaving.” Hij kreeg lessen in Realpolitik van John Patrick Higgins, die zijn jongere ambtgenoot uitlegde dat Japan een bufferstaat moest blijven tegen Rusland (vandaar dat men de industriëlen ongemoeid liet) en dat men Franco handhaafde omdat Spanje anders communistisch zou worden. Recht als middel tot een doel. Röling kon er zich niet mee verenigen.

Het Tokyo tribunaal

Pal

Hij had met name moeite met de veroordeling van Japans als agressor tijdens het tribunaal, want daar sneed het mes aan twee kanten. De mogendheden in het IMTFE waren grotendeels koloniale mogendheden, inclusief Nederland, dat vanwege zijn betrokkenheid in Nederlands-Indië in Tokio vertegenwoordigd was. Waar haalden zij het recht vandaan misdaden tegen de vrede te veroordelen? Röling vond het “een schandalig meten met twee maten, waarbij Japan schuldig werd geacht waar westerse kolonisatoren eeuwenlang niets anders gedaan hadden.” Hij vond een medestander in de Indiase rechter, Radhabinod Pal. Tussen de twee mannen ontstond een innige vriendschap. Ze voelden zich gesterkt in hun minderheidsstandpunt, al ging Pal’s visie van Japan als antikoloniale mogendheid Röling te ver. (In de jaren vijftig werd Pal een boegbeeld van de revisionistische visie binnen ultranationalistische kring dat Japan geen schuld droeg aan de oorlog en door de economische boycot van het westen wel ten strijde moest trekken). Röling begreep ook de onwil van zijn collegae niet om internationaal recht tijdens het tribunaal te scheppen. Kortom, hij hield vast aan zijn minderheidsstandpunt en wilde dat in het vonnis verankerd zien. “Ik ben voorlopig tot de conclusie gekomen dat de veroordeling van de oorlog prematuur is, dat zij eerst rechtvaardig is als de mensheid bereid is de conflicten die voortdurend ontstaan uit de verandering van de omstandigheden (bevolkingsaanwas, industriële ontwikkeling) ook werkelijk vreedzaam op te lossen, ze bekijkend niet meer met het oog van de ene natie maar met het oog van de grote gemeenschap, de mensheid.”

Den Haag

De Nederlandse regering zat in zak en as met zijn recalcitrante rechter. Uiteraard had de rechterlijke macht zijn eigen verantwoordelijkheid, de trias politica is heilig, maar zij gaf Röling in overweging dat niet-tekenen van het vonnis politiek gevoelig lag. Aftreden was ook een blamage. Kon hij zijn bezwaren niet binnenskamers houden? Volgens diplomaat Han Boon had hij ook rekening te houden met de gevoeligheid van de “duizenden slachtoffers en verwanten van slachtoffers van de Japanse oorlogsmisdadigers.”
Het merkwaardige is dat Bert Röling in zijn “dissenting opinion” tot meer doodvonnissen kwam dan er uiteindelijk zijn uitgesproken. Het ging hem om de rechterlijke zuiverheid van dat vonnis, een justitieel oordeel waarin politieke belangen en overwegingen geen rol mochten spelen. Daarvan was, met het uitbreken van de Koude Oorlog tijdens het tribunaal, in Tokio geen sprake meer.

Hugo Röling schreef met de biografie van zijn vader allesbehalve een particuliere familiegeschiedenis. Op compositie en stijl valt nogal wat aan te merken. De ellenlange citaten komen de leesbaarheid niet altijd ten goede. Even doorbijten, zou ik zeggen, want de verdiensten zijn groot. De rechter die geen ontzag had. Bert Röling en het Tokiotribunaal is het fascinerende verhaal van een eigenzinnige persoonlijkheid, die zich niet van zijn stuk liet brengen in zijn rechtsgevoel, hoezeer Washington, Moskou, Londen en Den Haag hem ook wilde overtuigen van zijn ongelijk.

De rechter die geen ontzag had. Bert Röling en het Tokiotribunaal
Hugo Röling
Uitgeverij Wereldbibliotheek
ISBN 9789028425965
Verschenen in oktober 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,95)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 19,95)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here