Bart van Gogh. Koning van de jingle

Have a nice day! Sky Radíííóóóó… Vijf tot tien seconden. Veel langer duurt de gemiddelde radiojingle niet. Toch valt er veel over te vertellen, blijkt uit een vuistdik boek over ‘koning van de jingle’ Bart van Gogh.

Als negenjarige luisterde Bart van Gogh (1959) op zijn Haagse slaapkamer al naar Engelse zeezenders. Hij verstond niet wat de diskjockeys zeiden, maar herkende de zenders en de programma’s aan de korte deuntjes tussen de platen door. Die jingles vond hij eigenlijk leuker dan de platen zelf. Van Gogh nam jingles op cassette op om er vervolgens radiootje mee te spelen.

Met tweedehands troep en een soldeerboutje bouwde hij later zijn eigen studio en maakte jingles voor radiopiraten. Vaak door de naam uit Amerikaanse jingles te knippen en te vervangen door die van de piraat. Van Gogh probeerde het ook even als diskjockey. Op zijn zeventiende scheepte hij zich in op de Mi Amigo, een nauwelijks zeewaardige zeezender. Geplaagd door clusterhoofdpijn en hyperventilatie moesten ze hem met een reddingsboot van boord halen.

Geheim van de jingle

Hij vond zijn draai toen hij in 1983 bij het Haarlemse Top Format aan de slag mocht als jinglemaker. Het had weinig gescheeld of Jeroen van Inkel was op die vacature aangenomen. Maar de baas had haast en Van Inkel (die later als dj furore maakte bij Veronica) moest in militaire dienst, dus de keuze viel op Van Gogh. Aanvankelijk haalde Top Format jinglepakketten uit de VS en liet ze in Nederland opnieuw inzingen. Later bedacht Van Gogh ook zelf jingles.

Van Goghs recept voor een goede jingle? Herkenbaar en meezingbaar, geeft ook na tien keer luisteren een goed gevoel en past bij het programma en de zender. Om op te vallen is een jingle vaak net wat intenser en sneller dan de muziek op de zender. Jingles maken is vooral veel weglaten. Waar je in een liedje drie minuten hebt, moet je in een jingle alles comprimeren tot vijf tot tien seconden: een intro gevolgd door een coupletje, vaak met de slogan, en als uitsmijter een soort refreintje met de zendernaam. Door de jaren heen maakte Van Gogh alle golfbewegingen mee: van gezongen naar gesproken jingles en weer terug. De laatste jaren zijn ze minder opvallend, sluiten meer aan bij de muziek. Jingles in een moordend tempo met allerlei synthesizereffecten hoor je niet meer.

Verlatingsangst

Van Gogh werd ook de kenmerkende diepe stem in diverse jingles en spots. Twaalf jaar lang was hij de station voice van Sky Radio. Een hele eer, vond hij, om de enige ‘diskjockey’ op een zender zonder diskjockeys te zijn. Toen de zender hem in 2007 inruilde voor de ‘jongere’ stem van Kas van Iersel – notabene vier jaar ouder dan Van Gogh – voelde dit voor hem als een afwijzing. Hij was er jarenlang kind aan huis geweest. Door deze en andere tegenvallers zat Van Gogh een tijd overspannen thuis.

Dat het besluit van Sky zo’n impact op hem had, was ook het gevolg van de verlatingsangst die zijn ouders op hem overdroegen en die versterkt werd door de vroege dood van zijn vader. Door hun ervaringen in Indonesië tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wisten ze dat niets in het leven zeker was en waarschuwden hun kinderen daar voor.

Die opvoeding verklaart ook Van Goghs werklust en perfectionisme. Hij werkte vaak tot diep in de nacht door en vroeg het uiterste van zichzelf én van anderen. Zelfs toen hij een been brak, ging hij door. Met zijn perfectionisme dreef hij anderen tot wanhoop. Zijn eigen geluidstechnicus hoorde geen verschil tussen de laatste take en vier takes geleden, maar toch wilde Van Gogh het keer op keer overdoen. Hij had het niet van een vreemde; zijn vader was als dirigent van een kerkkoor zo perfectionistisch dat hij de koorleden voortdurend aansprak op hun tekortkomingen. Die hadden daar geen zin in – ze kwamen immers voor hun lol – en stuurden hem de laan uit.

Bart van Gogh en Jelle Boonstra

Subcultuur

Oud Stentor-journalist Jelle Boonstra geeft met Bart! De Van Gogh van de Jingles een interessant inkijkje in deze bijzondere subcultuur: een wereld van (piraten)zenders, zangkoortjes, techniek, en studio’s. Een wereld van grote contracten en veel stress en van eindeloos schaven aan miniliedjes van een paar seconden.

Dat Boonstra zelf jinglegek is (hij is actief bij Jingleweb en schreef eerder een boek over Top Format-oprichter Ren Groot) is te merken: het schrijfplezier spat er af. Dat hij weinig moeite doet de techniek en het jinglejargon (de sweeps en shouts vliegen je om de oren) van een toelichting te voorzien, zij hem vergeven. Sterker: doordat hij deze bekend veronderstelt, voel je je als lezer al snel opgenomen in dit wereldje van jongens (en een enkel meisje) onder elkaar, met veel tongue in cheek en practical jokes. De losse, luchtige schrijfstijl van Boonstra versterkt deze sfeer.

Een ander gevolg van de enthousiaste betrokkenheid van de auteur bij het jinglewereldje is dat er geen rem op zit: geen anekdote blijft onvermeld. Hierdoor sla je pas na 350 bladzijden het boek dicht: dat is zelfs voor de koning van de jingle wat veel eer.

Bart! De Van Gogh van de jingles. Een leven vol radio
Jelle Boonstra
Top Format Publishing B.V.
ISBN 9789083097916
Verschenen in november 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,90)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 17,90)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here