Anne Frank volgens Melissa Müller

Melissa Müller ziet het als haar taak ‘ware verhalen’ te vertellen, dat wil zeggen: ‘Ik heb geprobeerd het verhaal van Anne Frank, haar familie en de mensen in haar omgeving op zo’n manier te vertellen dat zo veel mogelijk mensen naar mij luisteren – in de hoop dat velen zich bezig zullen houden met de misdaden van het naziregime, met de historische feiten en de maatschappelijke oorzaken tegen de achtergrond waarvan het moorden kon plaatshebben.’ Waarom maken dat soort missies me toch zo kregelig, zeker als het om het levensverhaal van Anne Frank gaat? Omdat het nog maar de vraag is of je met ‘ware verhalen’ een groot gehoor aan je kluistert? De ‘waarheid’ (want daar heeft ze het toch over) hoeft in ieder geval niet per sé educatief te zijn, dus is haar doelstelling nogal amorf.  Uiteindelijk breekt die tweeslachtigheid je op bij het lezen van Anne Frank. De biografie.

De Franks

Op het verhaal valt niet eens zo heel veel aan te merken, al had ‘Adriaan’ Mussert bij een geheel herziene herdruk best wel eens Anton mogen gaan heten. Müller vertelt over een Joodse familie in Duitsland die na de machtsovername van de nazi’s gaandeweg te maken krijgt met het geijkte patroon van discriminatie, uitsluiting en vervolging. Otto Frank runt een bankiershuis in Frankfurt. Hij ziet het familiebedrijf na de beurscrash van 1929 en door een dubieuze transactie van zijn broer teloor gaan. Otto is een rechtschapen man. Als frontsoldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog bracht hij, na de capitulatie van het Duitse leger, hoogstpersoonlijk het paard terug dat hij van een Franse boer gevorderd had. Zijn thuiskomst werd daardoor een aantal maanden uitgesteld, zijn moeder – Alice Stern – dacht dat hij gesneuveld was. Toen ze de reden van zijn vertraging vernam, gooide ze een koffiekan naar zijn hoofd. Otto Frank was allesbehalve religieus ingesteld. Hij kreeg een liberale opvoeding, zijn bar mitswa werd thuis niet gevierd. Zoals gebruikelijk in welvarende kringen, kwam zijn huwelijk met Edith Holländer in 1925 door een professionele bemiddelaar of een familielid tot stand. Een gearrangeerd huwelijk dus. Margot, geboren op 16 februari 1926, was het modelkind. ‘Lief en verlegen, bijna een beetje te ernstig, keek ze uit haar donkere, sprekende ogen.’ Anne kwam op 12 juni 1929 luidkeels ter wereld en ontwikkelde zich al snel tot een ‘schattige, zeer levendige bengel’ die in de bus een zitplaats voor haar grootmoeder opeiste, niet uit schaamteloosheid maar vanwege een aangeboren zorgzame genegenheid ‘voor haar geliefde oma’ en ‘voor oude mensen in het algemeen.’ Otto besluit al in de zomer van 1933 Duitsland te verlaten. Hij heeft zijn connecties, in Zwitserland, de Verenigde Staten en Nederland. Vanwege zijn zakelijke belangen en omdat Edith zo dicht mogelijk bij haar familie in Aken wil blijven wonen, kiezen ze voor Amsterdam.  Het gezin vestigt zich in de Wolkenkrabber aan het Merwedeplein. Edith is er doodongelukkig. Ze kan niet aarden in het nieuwe vaderland, hoewel de Rivierenbuurt uitgroeit tot een toevluchtsoord voor uitgeweken landgenoten. De kinderen weten zich wel moeiteloos te handhaven in hun nieuwe omgeving. Anne voelt zich als een vis in het water aan de Montessorischool in de Nierstraat; die past goed bij haar ‘sterke wil en weerbarstige karakter.’

Het achterhuis

Otto Frank heeft een stroef begin, maar bouwt zijn handelsfirma in pectine uit tot een goedlopend bedrijf. Hij neemt een secretaresse in dienst, Miep Santrouschitz, en betrekt in december 1940 een grotere bedrijfsruimte aan de Prinsengracht, dichtbij de Westertoren. De eerste anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter hebben dan al plaatsgevonden. De gedwongen arisering van zijn bedrijf kan Otto voorkomen, door de handelsfirma op naam te zetten van zijn boekhouder en Jan Gies, de verloofde van Miep. Als Margot wordt opgeroepen voor de zogenaamde Arbeidsdienst,  duikt het gezin onder. Dan volgt de periode die we zo goed kennen uit het dagboek van Anne Frank, de 25 maanden die ze doorbracht in het achterhuis van het bedrijfspand aan de Prinsengracht.  Müller heeft weinig toe te voegen aan dat dagboek, ook niet in haar interpretaties van wat er zich in de schuilplaats heeft afgespeeld. We krijgen Anne Frank ten voeten uit, het puberende tienermeisje dat een moeizame verhouding heeft met haar moeder, haar vader idealiseert en worstelt met haar ontluikende seksualiteit. Op 4 augustus 1944 volgt de inval van de SD. De lotgevallen van de Franks na hun deportatie zijn schrijnend. Edith sterft in Auschwitz op 6 januari 1945. Ze weigert het brood te eten dat haar op krachten moet brengen. Dat spaart ze liever op voor haar kinderen, die dan allang van haar gescheiden zijn. Margot en Anne bezwijken in Bergen-Belsen. Het kamp in Nedersachsen raakte in de laatste oorlogsmaanden door de ontruiming van de kampen in het oosten overbevolkt, waardoor de chaos er compleet werd. Tussen januari en april stierfen er 35.000 gedetineerden aan uitputting en ondervoeding. Alleen Otto keerde terug naar Amsterdam.

Te braaf

Melissa Müller sluit af met een ‘epiloog in biografieën’, waarin ze de lotgevallen van de overlevenden  op een bijkans encyclopedische wijze afhandelt. Die epiloog is, wat mij betreft, het meest interessante deel van het boek, maar legt ook de tweeslachtigheid bloot waarmee Anne Frank. De biografie geschreven is. Het zij haar vergeven dat Müller niet weet wie de verrader is – ze verdenkt de schoonmaakster, die nooit echt in het vizier is geweest, noch van de Bijzondere Rechtspleging na de oorlog, noch van Otto Frank en zijn helpers. Maar je laat een lezer wel heel erg verweesd achter als je je beperkt tot de mededeling dat Otto Frank zijn belofte aan Miep Gies niet nakwam om haar zoon een aanzienlijke erfenis na te laten. Wat waren zijn beweegredenen? Vond hij haar loyaliteit tijdens en na de oorlog een vanzelfsprekendheid? We kunnen het slechts ter kennisgeving aannemen. Dat geldt ook voor de haast bovenmenselijke vergevingsgezindheid die Otto Frank ten opzichte van Karl Josef Silberbauer heeft betracht, de SD-officier die verantwoordelijk was voor de inval in het Achterhuis en die door Simon Wiesenthal in het begin van de jaren zestig werd opgespoord. Waarom getuigde Frank in 1965 ten faveure van deze ‘ondergeschikte’? En wat te denken van de eerste Duitste vertaalster van Het achterhuis, Anneliese Schütz, een overlevende van Theresienstadt die gebrouilleerd raakte met Otto Frank en zich publiekelijk ging verzetten tegen de ‘Anne Frank-mythe’? Müller stipt deze ‘ware verhalen’ aan maar weigert ze te integreren in het grote geheel van haar biografie, laat staan dat ze er een duiding aan geeft. Anne Frank. De biografie roept daarmee meer vragen op dan Müller ten slotte durft te beantwoorden.

Anne Frank. De biografie
Melissa Müller
Uitgeverij Bert Bakker
ISBN 9789035132146
Verschenen maart 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,95)

Recensies (1998-2013)

Emma Brock in The Guardian
Michiko Kakutani in The New York Times
Rob Schouten in Trouw
Jan Blokker in de Volkskrant
Floris Grijzenhout in Reformatorisch Dagblad

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here