Jan Feith: celebrity in een nieuwe wereld

Hij was wat we noemen een echte homo universalis, schreef zowel romans, toneelstukken en jongensboeken als journalistiek werk voor diverse kranten en tijdschriften. Daarnaast illustreerde jonkheer Jan Feith (1874-1944) vaak zijn eigen werk en ontwierp hij boekbanden. Iets heel anders was zijn loopbaan op sportgebied, waarin hij op veel terreinen actief was, van voetbal tot wielrennen, en van actief sportpionier tot bobo. Weer heel andere kanten van zijn loopbaan bewandelde Feith als sterreporter en misdaadverslaggever, en als voorvechter van poppenkast en cinema. Kortom, Jan Feith was een ware celebrity. Echter, ondanks zijn rijke fantasie en ‒ voor die tijd ‒ vlotte manier van schrijven en het feit dat zijn boeken bij zijn leven talloze herdrukken beleefden, mag zijn literaire werk als vrijwel vergeten worden beschouwd. Dat neemt niet weg dat Daniël Rewijk, daartoe uitgenodigd door de Stichting Cultureel Erfgoed Geslacht Feith, een lijvige en bijzonder lezenswaardige biografie aan hem wijdde.

De nieuwe wereld

De in Amsterdam geboren Johannes (Jan) Feith kwam voort uit het adellijke geslacht Feith. De bekende Nederlandse dichter en schrijver Rhijnvis Feith (1753-1824) was zijn overgrootvader. Het ontbrak hem echter aan de studiezin van zijn broers Rhijnvis en Cees. Na de Haarlemse HBS studeerde Feith aan de Handelsschool in Amsterdam, waarna hij verschillende betrekkingen had, voor hij in 1898 voor de journalistiek koos en zich bij het Algemeen Handelsblad snel wist op te werken tot redacteur. Ook maakte hij onder het pseudoniem Chris Kras Kzn  spottekeningen voor het humoristisch-satirische blad De Ware Jacob. In de jaren 20 en 30 werkte Feith onder hetzelfde pseudoniem mee aan het blad Zonneschijn, waarin ook werk van Rie Cramer, Jan Lutz, Anton Pieck en Jan Kraan stond. Typerend voor deze periode zijn de beeldverhalen in silhouet – zogenoemde ‘zwartjes’ – , waaraan ook andere tekenaars zich weleens hebben ‘bezondigd’. Als journalist wist Feith zijn onderwerpen zelf goed te vinden. Zo schreef hij een serie feuilletons over een driedaagse tocht per auto door Nederland, en een jaar later was hij te gast aan boord bij een torpedo-onderzeeboot. De interviews die hij hield met een rechercheur verwerkte hij tot verhalen over misdaadbestrijding in Nederland. Maar ook sociale misstanden gaven aanleiding tot schrijven. Evenals Albert Verwey en Herman Gorter wist Feith het soms rauwe negentiende-eeuwse stadsleven beeldend vast te leggen. De stad werd door hem veelal als angstaanjagend, benauwend, vuil en zenuwslopend geduid, terwijl de natuur werd gekarakteriseerd als ruim, vrij, schoon en rustig. Nog gevormd door de oude wereld, ging zijn belangstelling uit naar de ontwikkelingen in de nieuwe wereld: massamedia, moderne sport, snelle mobiliteit en nieuwe vormen van amusement. Zoals zijn biograaf stelt: ‘Feith was vooral een man van de nieuwe wereld, maar hij sprak de taal van de oude.’ Tegelijk was het zo dat Feith het ‘nieuwerwetse’ acceptabel maakte voor zijn veelal behoudende lezers.

Jan Feith als cartoonist voor De Ware Jakob © Universiteit van Leiden (CC BY-SA 4.0)

Gezondheid van lichaam en geest

Feith heeft zo’n vijftig titels op zijn naam. Tot de categorie jongensboeken behoren onder andere Uit Piet’s vlegeljaren (1906), De Reis om de Wereld in veertig dagen (1908) en Zwerftochten (1908). Zijn literaire aspiraties kwamen tot uiting in de novellen Zondeval (1901) en Ter Zonne! (1902), maar overtuigden niet en moesten het afleggen bij zijn sociaal bewogen reportagewerk voor het Handelsblad. Zoals een recensent aangaf: ‘Jan Feith, ik ga met jou liever ter dievenkroeg, dan ter zonne.’ Het schrijven vormde niet alleen zijn broodwinning, het strekte hem vooral tot innerlijke bevrediging. Gezondheid van lichaam en geest stond bij Feith in alles voorop. In 1900 stelde hij het eerste grote sportboek samen: Het boek der sporten. Zelf had hij acht jaar daarvoor in Londen een wielerwedstrijd gewonnen tussen Engeland en Nederland. Voor het Handelsblad schaatste hij in 1908 in drie dagen langs de Friese elf steden. Een jaar later was hij als journalist aanwezig bij de eerste Elfstedentocht. 160 kilometer schaatste hij in het kielzog van de latere winnaar, de theologiestudent Minne Hoekstra. Ook sportlegendes als Pim Mulier en Jaap Eden behoorden tot zijn intimi, evenals Anton Philips.

In 1908 was tevens het toeristische fotoboek Ons eigen land verschenen dat Feith samen met Frans Netscher maakte ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de ANWB. Het in jugendstilbanden gebonden werk geldt tegenwoordig als ‘nostalgisch stemmend’, vooral dankzij de zwart-witfoto’s van steden, dorpen, rivieren, bruggen en molens.

Als tekenaar van karikaturen publiceerde Feith boeken met spottekeningen, waaronder De oorlog in prent (1915) en De vrede in prent (1924). Zijn journalistieke werk deed hij later voor de Indische Post en het weekblad De Kampioen van de ANWB, waarvan hij tussen 1927 en 1933 ook hoofdredacteur was.

Jan Feith rond 1918. Fotograaf: Jacob Merkelbach (public domain)

Wandelapostelen

In de jaren 20 en 30 was ook het toerisme in Nederland geleidelijk aan tot ontwikkeling gekomen. Af en toe trokken mensen die het zich veroorloven konden er een dagje op uit, als het even kon met de trein naar onbekende gebieden. Voor Feith was dat een uitstekende invalshoek om voor Hille een serie albums te maken, onder dezelfde naam als een van zijn jongensboeken. De serie van zes plaatjesalbums Zwerftochten door ons land verscheen tussen 1930 en 1938. Feith werkte daarbij samen met de journalist, illustrator en graficus Charles Glaude Behrens (1907-1965), die correspondent was van onder andere de Nieuwe Rotterdamsche Courant met Stockholm als standplaats, en als ‘medewerker’ van Feith gold. Dat verhinderde hem niet zijn liefde voor Nederland ‒ vooral die voor zijn geboorteplaats Zutphen ‒ uit te dragen. Maar niet altijd verplaatsten de zelfbenoemde ‘weg-bereiders’ Feith en Behrens zich ook als ‘weg-berijders’. Soms kozen ze de fiets, andere keren namen ze ‘de beenen op’ of voeren ze een stukje ‘langs de heerlijkheid onzer rivieren’. Ze bleven in hun teksten echter een krachtige oproep doen aan de lezer:

‘Wandelen! Als wandel-apostels zijn we door Gelderland gegaan, dan hier, dan daar. Zonder bepaald doel, zonder bepaald plan. Slechts wandelend en zwervend. De nieuwste en oudste vorm van toerisme! Op zoek naar natuurgenot en levensvreugde buiten. Wandelend! Dit voorbeeld moet ge volgen.’

Het kleurrijk beschrijven van het hele land bleek echter toch een paar stappen te ver. De serie Zwerftochten door ons land bleef beperkt tot de provincies Gelderland (1930), Utrecht (1931), Noord-Holland (1933), Zuid-Holland (1934) en Limburg (1936). Het gecombineerde deel over Noord-Brabant en Zeeland (1938) werd geschreven door Antoon Coolen en Dr. P.H. Ritter, maar door Feith nog wel van een voorwoord voorzien.

De ‘Zwerftochten’ waren vooral bedoeld voor de jeugd. Dat ontnam Feith echter niet de drang om kwistig en met de nodige treurnis de historische ontwikkelingen in de provincie te beschrijven, zo stelt zijn biograaf vast. Ofschoon hij geboeid werd door de technische vooruitgang, spreekt hij met leedwezen over al het erfgoed dat door de modernisering ‘ten doode gedoemd’ is. Hierin verschilt hij nauwelijks van zijn collega-schrijver Jac. P. Thijsse.

Ofschoon Feiths faam als journalist en belletrist geleidelijk uitdoofde, bleef hij nog tot 1941 publiceren. In 1941 verscheen onder pseudoniem nog Gerijmde en geteekende Sport spot. Kort daarna maakte de instelling van de Kultuurkamer het ook voor Jan Feith onmogelijk om in ‘vrijheid’ te publiceren. Twee jaar later overleed hij.

Gemis

Biograaf Daniël Rewijk heeft uitgebreid en gedegen onderzoek gedaan naar zijn held en weet Feiths zeer diverse staat van dienst breed uit te meten. Daarbij toont hij onmiskenbaar aan vertrouwd te zijn met de mores en het jargon van de Nederlandse adel. Het is echter het gemis aan egodocumenten in de vorm van dagboeken, persoonlijke notities en correspondentie, evenals getuigenissen van generatiegenoten, waardoor deze mannetjesputter ook voor een kundig biograaf moeilijk tot leven is te wekken. Als broodschrijver bleef Jan Feith continu in beweging en Rewijk volgt hem daarin op de voet. Naar Feiths overwegingen en twijfels blijft het echter raden. Pas aan het eind van zijn leven, toen hij aan bed gekluisterd lag, kwam hij tot introspectie, schrijft Rewijk in zijn ‘Woord vooraf’, en sprak hij zich uit over de verhouding tot zijn naasten.  Voor het eerst, zo stelt de biograaf vast, maakt ironie plaats voor hartenkreten van liefde en dankbaarheid: ‘een universele, positivistische en humanistische levensbeschouwing veranderde in een uiting van praktische religiositeit’.

Met bijdragen uit onder andere diverse adellijke fondsen bracht Noordboek de biografie in de reeks ‘Over Leven’ als een rijk geïllustreerd en prachtig uitgevoerd boekwerk.

Jan Feith. Influencer in het interbellum
Daniël Rewijk
Noordboek
ISBN hardcover 9789464714630
Verschenen in mei 2026

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 34,90)

Wim Huijser
Wim Huijser
Wim Huijser is schrijver-publicist op het snijvlak van literatuur, geschiedenis en landschap. Hij schreef onder andere een biografie van C. Buddingh’, een monografie van Ton Schulten en tientallen boeken over literatuur en wandelen. Daarnaast stelde hij diverse bloemlezingen samen, waaronder een met wandelfragmenten van J.J. Voskuil.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in