Vorig jaar overleed oud-VVD-leider Frits Bolkestein. In VVD-kring geniet Bolkestein een bijna mythische status. Hij geldt daar als een briljant intellectueel en een succesvol politiek leider. Dat is niet zo vreemd, omdat tijdens Bolkesteins leiderschap de VVD de grootste partij van het land werd met bijna twee keer zoveel Kamerzetels als vandaag de dag. Bovendien bepaalde zij in hoge mate de politieke agenda.
Een dergelijke verheven status vraagt er om te worden geverifieerd. Door uitvoerig en lucide te beschrijven wie Frits Bolkestein nu eigenlijk was en wat hij betekende voor de Nederlandse politiek, is dat precies wat Dik Verkijk in zijn biografie van Bolkestein heeft gedaan. Toch blijven er (gelukkig voor de recensent!) ook in deze uitstekende biografie de nodige vragen liggen.
Een bijna perfecte biografie
Bij veel VVD’ers bezit Frits Bolkestein nog steeds een bijna mythische status. En dat is niet zonder reden: onder zijn leiding werd de VVD bij de statenverkiezingen van 1995 met 27,2% van de stemmen (een nooit meer geëvenaard percentage) voor het eerst de grootste partij van Nederland en bepaalde zij de politieke agenda. Het waren de tijden van de privatisering en de marktwerking, terwijl Bolkestein zelf het migratie- en integratievraagstuk ook in de politieke mainstream bespreekbaar maakte. Verder was het Bolkestein die de paarse coalitie mogelijk maakte (destijds een ongekende politieke vernieuwing). Vervolgens koos hij ervoor om als partijleider in de Kamer te blijven, waarmee het op sterven na dood zijnde dualisme werd gereanimeerd.
Alleen al deze voorkeur voor dualistische verhoudingen blijkt al dat Bolkestein een in hoge mate atypische politicus was. Ook was hij wars van de vaderlandse overlegcultuur, allerminst een man van het informele overleg en ongemakkelijk in sociale contacten. Bij velen kwam Frits Bolkestein over als een arrogante intellectueel. Wat er over zijn achtergrond bekend was: Amsterdam-Zuid, Barlaeus, Shell, in combinatie met zijn lichtelijk geaffecteerde tongval verschafte hem bovendien een elitair imago. Dat alles lijkt op het eerste gezicht op gespannen voet te staan met zijn onmiskenbare politieke succes. Een en ander vraagt om een precieze exploratie van Bolkesteins persoonlijkheid.
Biograaf Verkuil omschrijft zijn lijdend voorwerp terecht als “ongenaakbaar”. Het is deze ongenaakbaarheid die als een rode draad door deze vuistdikke biografie loopt. Wie was Frits Bolkestein eigenlijk? In een kleine 800 bladzijden doet Dik Verkuil verslag van zijn poging grip op deze in veel opzichten enigmatische persoonlijkheid te krijgen. En wat mij betreft is hij daar goed in geslaagd. Nauwkeurig bronnenonderzoek, scherpe analyses en een fraaie stijl resulteren in een bijna perfecte biografie. Mark Kranenburg en Coen van der Ven waren in hun respectievelijke recensies ook heel positief, maar vonden het boek te dik. Ikzelf ben meer van de school dat ik het jammer vind als ik een goed boek uit heb …
Bijna perfect, luidde mijn oordeel. Dat “bijna” slaat zeker niet op enkele niet geheel beantwoorde vragen. Bij een goede biografie moet er immers wat te speculeren overblijven. Mijn kanttekeningen betreffen veeleer enkele omissies, hypotheses en niet geheel beantwoorde vragen in deze biografie.
Afkomst en jeugd
Verkuil besteedt terecht de nodige aandacht aan het voorgeslacht van Frits Bolkestein. Intrigerend in dat verband is Frits’ relatie met zijn grootvader Gerrit Bolkestein (1871-1956). Gerrit Bolkestein was een prominent vrijzinnig-democraat en voor die partij in de jaren 1939-1945 minister van Onderwijs. Hij stond bekend als een zachtaardig en buitengewoon integer politicus, was een verklaard anti-fascist en een progressieve onderwijsvernieuwer.
Verkuil stelt dat voor de jonge Frits zijn bekende grootvader “een man op afstand” was en, waar het diens politieke loopbaan betrof, allerminst een voorbeeld tot navolging. Hij baseert zich hierbij op een veel later opgetekende herinnering van Frits zelf. Terecht heeft Verkuil zo zijn twijfels bij dit verhaal. Toen ikzelf in 2007 promoveerde op de geschiedenis van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) had ik Frits uitgenodigd voor de promotieplechtigheid. Hij toonde zich toen buitengewoon geïnteresseerd in de rol die zijn grootvader in de VDB had gespeeld, wat aansluit bij Verkuils vermoeden dat Gerrit Bolkestein veel belangrijker is geweest voor zijn kleinzoon dan deze het zelf deed voorkomen.
Ik sluit niet uit dat de progressieve opvattingen van grootvader Gerrit wat ongemakkelijk waren voor kleinzoon Frits; zeker toen hij leider van de VVD was geworden en zichzelf een geheel ander politiek profiel had aangemeten. Een opmerkelijke omissie in Verkijks weergave van de verhouding van de jonge Frits met zijn beroemde opa betreft de opmerkelijke uiterlijke gelijkenis tussen beide Bolkesteins, zeker op latere leeftijd. Ook die gelijkenis rechtvaardigt de hypothese dat de oudere Frits de relatie met zijn opa in te afstandelijke tinten heeft geschetst.

Ten minste net zo interessant als Frits’ relatie met grootvader Bolkestein is diens verhouding met zijn moeder en haar voorgeslacht. Frits was vernoemd naar zijn grootvader van moederskant, Frits Meyjes (1867-1949). Frits Meyjes, afkomstig uit een oorspronkelijk welgesteld Amsterdams ondernemersgeslacht, groeide niettemin op in behoeftige omstandigheden: overgrootvader Meyjes verspeelde namelijk zijn kapitaal en verliet zijn gezin. Frits Meyjes maakte echter in Indië een fraaie carrière. Begonnen als eenvoudig KNIL-militair, later bankbediende in Semarang, werd hij uiteindelijk bankdirecteur. Hij was inmiddels gehuwd met Maria Helena Veekman (1867-1943).
Volgens Verkuil was deze Maria Helena Veekman niet alleen een uitzonderlijk knappe verschijning (zij werd “de roos van Semarang” genoemd), maar had zij ook een Javaanse moeder. Dat laatste is niet geheel juist. Enig eigen speurwerk leert dat het Maria Helena’s moeder, Helena Elisabeth van Rosmalen (1846-1889), was die half-Javaans was. Het is niet helemaal zeker wie de ouders van deze Helena Elisabeth waren. Ik gok op de KNIL-onderofficier Jan van Rosmalen (1811-1850) die zonder toestemming was gehuwd met de denkelijk inlandse vrouw Trien NN, zo wordt vermeld in de militaire administratie.[1]
Kortom: Maria Helena Veekman was kwart-Javaans en haar dochter (tevens Frits Bolkesteins moeder) Anna Margaretha (bijgenaamd “Poel”) Meyjes (1900-1997) achtste-Javaans. Als kind van een lagere en KNIL-militair en een Indo-Europese vrouw zal Maria Helena, net als haar moeder Helena Elisabeth van Rosmalen, onder behoeftige omstandigheden zijn opgegroeid. Helena Elisabeth huwde met de totok Johan Josephus Veekman (1829-1861), net als haar vader een KNIL-militair die het tot onderofficier bracht. Dit huwelijk bracht haar een geringe stijging op de sociale ladder. Dochter Maria Helena groeide dus, net als haar moeder, op in een milieu dat behoorde tot de lagere strata van de witte koloniale samenleving: de biotoop van de arme Indo’s, de kleine Boengs. Door haar huwelijk met de self made man Frits Meyjes lukte het haar zich daaraan te onttrekken.
Voor wie het na dit genealogische geweld duizelt, heb ik de stamreeks (langs de vrouwelijke lijn) van Frits Bolkestein schematisch samengevat:
| Frits Bolkestein (1933-2025) | ||
| moeder | Poel Bolkestein-Meyjes (1900-1997) | ⅛ Javaans; groeide op in rijkdom |
| grootmoeder | Maria Helena Meyjes-Veekman (1867-1943) | ¼ Javaans; groeide op in een KNIL/Indo-gezin (kleine boeng), trouwde omhoog |
| overgrootmoeder | Helena Elisabeth Veekman-Van Rosmalen (1846-1889) | ½ Javaans; groeide op in een KNIL/Indo-gezin (kleine boeng) |
| betovergrootmoeder | Trien NN (+1825->1850) | Javaans; huwde met KNIL-militair Jan van Rosmalen (1811-1850) |
Hoewel hun dochter Poel Meyjes opgroeide in grote welstand en een, door de koloniale verhoudingen nog versterkte, bijbehorende hoge maatschappelijke status genoot, is het aannemelijk dat de levensloop van haar ouders, beiden sociale stijgers bij uitstek, het karakter van Poel Meyjes in belangrijke mate heeft bepaald. Verkuil beschrijft haar beeldend als een sterke persoonlijkheid, gevoelig voor status en gedreven door maatschappelijke en materiële ambities.
Dat is niet het hele verhaal. Poel zag namelijk ook de beperktheid van het materialistische koloniale milieu waarin zij opgroeide. Dat verklaart de aantrekkingskracht die de jonge (witte) jurist Nico Bolkestein 1902-1975), met zijn intellectuele en cultureel geavanceerde achtergrond, op haar uitoefende. Poel Bolkestein-Meyjes manifesteerde zich daarmee als iemand die haar eigen plan trok.
Deze neiging tot non-conformisme zal ook zeker te maken hebben gehad met haar Indo-Europese afkomst. In het Nederland van de jaren 1930-1960 werden Indo’s vaak met een scheef oog aangekeken. Poel Bolkestein was duidelijk herkenbaar als Indo en ondervond daar ook de gevolgen van. Verkuil vertelt dat zij en haar zussen ooit werden geweigerd bij een chic etablissement vanwege hun Indische uiterlijk. Het lijkt mij sterk dat Poel Bolkestein en wellicht ook haar zoon Frits (die er zeker in zijn jeugd ook wel wat Indisch uitzag) in het standsbewuste Amsterdam-Zuid niet vaker last zullen hebben gehad van dergelijke al dan niet subtiele vormen van discriminatie.
Verkuil had naar mijn smaak wel iets meer aandacht kunnen besteden aan deze Indo-Europese wortels van Frits Bolkestein, omdat deze zo bepalend zijn geweest voor zijn persoonlijkheid. Immers, naar eigen zeggen leek Frits Bolkestein meer op zijn moeder dan op zijn vader. Dat betrof in ieder geval de kracht van zijn persoonlijkheid, zijn doorzettingsvermogen, maatschappelijke en materiële ambities, maar denkelijk ook zijn behoefte aan status en erkenning. Daarnaast zou de jonge Frits zich manifesteren als een echte intellectueel. In het voetspoor van zijn moeder (die hem op handen droeg) ontwikkelde hij bovendien een bovengemiddelde mate van zelfverzekerde eigenzinnigheid. Dit non-conformisme zien we regelmatig terug in zijn verdere loopbaan.
Een keurige jonge man, maar…
Het sprak voor zich dat de jonge Frits na zijn lagereschooltijd het prestigieuze Barlaeus-gymnasium zou bezoeken. Dankzij zijn onmiskenbare intellect, maar ook door zijn ambitie en zelfdiscipline was de jonge Frits een echte uitblinker, die zowel alfa als bèta deed. In deze tijd ontwikkelde hij zich tot een ware intellectueel, een verwoed lezer en een liefhebber van de klassieke filosofen en literatoren.
Bij het andere geslacht lag hij – met zijn 1.90 en knappe, enigszins Indische uiterlijk – goed. Een jeugdvriendinnetje uit die tijd was zijn latere (tweede) echtgenote Femke Boersma. Femke Boersma was afkomstig uit een uitgesproken links-socialistisch milieu, wat haar voor de non-conformistische Frits extra aantrekkelijk zal hebben gemaakt.
Na zijn eindexamen en tussenjaar in de VS ging Frits aan de UvA, tamelijk conventioneel, wis- en natuurkunde studeren. Dat gold ook voor zijn lidmaatschap van het corps. Na zijn kandidaats switchte hij naar wijsbegeerte, een eigenzinnig keuze. Bepaald eigenzinnig was ook zijn lidmaatschap van de redactie van het studentenweekblad Propria Cures (geen succes overigens, zoals Verkijk fraai uit de doeken doet), zijn inzet voor de studentenvakbond ASVA en het dito reisbureau NBBS. Namens de ASVA nam hij in 1956 deel aan de wereldconferentie van International Union of Students (IUS) in Moskou. De IUS was een communistische organisatie, waaraan ook een enkele fellow traveller deelnam. De felle anti-communist Bolkestein was zeker geen fellow traveller. Zijn bezoek aan het Moskouse studentencongres getuigt daarom vooral van zijn zucht naar non-conformisme.
Shell
Veel conventioneler was Bolkesteins loopbaan bij de Shell. Hij vervulde met wisselend succes diverse functies voor deze multinational op verschillende posten in het buitenland en leefde het comfortabele leven van de hogergeplaatste expat.
Frits paste evenwel niet zo goed in de bedrijfscultuur van de oliegigant. Hoewel zijn analytisch vermogen en andere relevante intellectuele competenties buiten kijf stonden, schoot hij ernstig tekort op het communicatief-sociale vlak. Verkijk maakt gewag van “een gebrekkige sociale intelligentie”. Bolkestein was, net als zijn vader, geen liefhebber van het informele circuit van small talk en borrelpraat. Hij las liever een goed boek!
In deze tijd trouwde hij met de Schotse Angustina Henderson Couper, een vrouw van bescheiden afkomst. Dat laatste was niet naar de zin van zijn standsbewuste moeder. Het huwelijk was redelijk goed. Kennelijk waren de ouderwetse opvattingen van Frits over de man-vrouw-verhouding geen probleem. Verkijk vertelt met smaak dat hij (letterlijk!) nog geen kopje koffie kon zetten!
Keuze voor de VVD
In 1975 besloot Frits tot een carrièreswitch: hij had genoeg van zijn werk bij de Shell en wilde de politiek ingaan. Maar bij welke partij zou hij zich aansluiten? Naar eigen zeggen aarzelde hij tussen de PvdA en de VVD. Het werd de VVD. Ondanks zijn non-conformisme had hij grote moeite met het linkse politieke en culturele klimaat van die tijd en vond dat de PvdA daar te veel in meeging. Ook ergerde hij zich aan de negatieve sentimenten ter linkerzijde jegens het bedrijfsleven, de Shell voorop. Verkijk onthult dat Bolkestein door de top van Shell werd gesteund in zijn politieke aspiraties.
Deze steun impliceert dat hij al vrij snel voor de VVD had gekozen. Naar eigen zeggen had Bolkestein al in 1974 een gesprek met Ed van Thijn, waarin hij informeerde naar zijn kansen om het meest rechtse PvdA-Kamerlid te worden. Van Thijn zou een politieke loopbaan bij de PvdA hebben afgeraden. Zij oude corps-vriend Erik Jurgens ontried hem dit eveneens.
Bolkestein zelf heeft zijn keuze voor de VVD altijd als een soort Saulus-Paulus-verhaal gepresenteerd. Van een gematigde sociaal-democraat was hij, teruggekeerd in een verlinkst Nederland, bekeerd tot het gezond-verstand-liberalisme van Wiegel. Ik vind dit verhaal net iets te mooi om waar te zijn. Zijn vader stemde namelijk CHU en zijn moeder waarschijnlijk VVD, aldus alweer Frits zelf. Waarom zou de zo naar zijn moeder neigende Frits in de jaren 50 PvdA hebben gestemd? Voor een echte non-conformist waren er betere keuzes (vanaf 1958 de PSP) dan de conventionele en burgerlijke PvdA van Drees, terwijl voor de conservatieve Frits Bolkestein de PvdA juist weer te links zal zijn geweest. In de grotere familie Bolkestein bevonden zich hier en daar echter wel enkele sociaal-democraten. Wellicht gold dat voor opa Gerrit (ofschoon deze in 1947 enige tijd had gesympathiseerd met Ouds poging een nieuwe links-liberale partij te stichten). Zijn oom Nico (een neef van zijn gelijknamige vader) was in deze tijd voor de PvdA burgemeester van Middelburg en later van Deventer: kortom een degelijke sociaal-democratische bestuurder.
Mijn hypothese is dat toen Bolkestein midden jaren 70 de politiek in wilde gaan, hij systematisch de voor hem geschikte partijen afvinkte. Nadat om uiteenlopende redenen het CDA en D66 waren afgevallen, resteerden de PvdA en de VVD.
Kamerlid en bewindspersoon
De start van Bolkesteins politieke carrière wordt door Verkijk beeldend beschreven. Met behulp van VVD-partijganger Peter Rauwerda maakte Bolkestein een tournee langs VVD-afdelingen, Kamercentrales en partijbaronnen. Voor de sociaal onhandige Bolkestein moet dit een martelgang zijn geweest. Hij schreef ook een rapport voor de Teldersstichting (het denkend deel van de VVD) over de economische orde, waarin hij zich bekende tot een radicaal marktliberalisme. Bij het partij-establishment viel dit rapport niet goed (want te extreem).
Frits Bolkestein zelf werd al evenmin juichend onthaald. Hij werd als een excentrieke outsider gezien. Hij belandde in eerste instantie op een kansloze 43e plaats op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1977. Dankzij bekwaam lobbywerk van Rauwerda steeg hij uiteindelijk naar plaats 35. Een door Verkijk niet gestelde vraag was of Bolkestein in dit proces nog (stille) steun van de Shell-top kreeg. Dat zou namelijk zijn opmerkelijke stijging op de lijst (mede) kunnen verklaren.
Bij de verkiezingen van 1977 veroverde de VVD 28 Kamerzetels; Bolkestein viel royaal buiten de boot. Toen, tegen alle verwachting in, CDA en VVD toch een kabinet vormden en enkele VVD-parlementariërs bewindspersoon werden, kon hij alsnog Kamerlid worden.
Bolkestein had een stroeve start in de Kamer. De VVD-fractie functioneerde slecht, net als het eerste kabinet-Van Agt. Frits was niet gewend om zonder hulpkrachten als secretaresses te werken, het politieke handwerk was hem vreemd en lag hem ook niet. In de debatten was hij te cerebraal. Bij fractievoorzitter Rietkerk lag hij al evenmin goed. Verder veronderstel ik dat de sociaal onhandige Bolkestein zich in de informele VVD-partijcultuur (bier, bitterballen en jazzmuziek) niet bijster thuis zal hebben gevoeld.
Hij zette echter door, wist zich in enkele Kamerdebatten te revancheren en te profileren, en belandde bij de verkiezingen van 1981 en 1982 op een verkiesbare plaats. Bij de formatie van het eerste kabinet-Lubbers in 1982 werd hij staatssecretaris van Economische Zaken. Staatsecretaris Bolkestein lag niet goed bij zijn ambtenaren en zijn afstandelijkheid maakte hem ook minder geschikt voor handelsmissies. Zijn non-conformisme toonde hij door zijn weigering zijn minister, Gijs van Aardenne, te steunen in de RSV-affaire.

Meer succesvol was Frits Bolkestein in zijn rol als VVD-ideoloog die hij zich in deze tijd aanmat. Dat leverde hem steun op bij de partijtop, wat resulteerde in een hoge, vierde, plaats op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1986. Bolkestein was een gezaghebbend man in zijn partij geworden. Toen de VVD in dat jaar negen zetels verloor, speelde hij een belangrijke rol in het ten val brengen van partijleider Ed Nijpels. Tijdens een beladen fractievergadering zegde hij Nijpels in ondubbelzinnige bewoordingen de wacht aan. Met zijn fraaie beschrijving van dit drama levert Verkijk een belangrijke bijdrage aan de vaderlands parlementaire geschiedschrijving. Verkijk kwalificeert Bolkesteins optreden terecht als moedig. Frits Bolkestein zag echter ook wel in dat hij met zijn onconventionele optreden te omstreden was geworden om zelf de nieuwe fractievoorzitter te worden. Dat werd die andere VVD-intellectueel, Joris Voorhoeve: een rustige en verzoeningsgezinde gematigd-progressieve liberaal. Hij stapte in 2010 over naar D66.
Bolkesteins Brutus-rol leidde er naar eigen zeggen toe dat hij bij de kabinetsformatie van 1986 buiten de boot viel. In deze tijd kreeg hij een relatie met zijn oude vlam Femke Boersma (zijn eerste vrouw was inmiddels overleden), wat hem gelukkiger en rustiger maakte. Intussen was de VVD in het tweede kabinet-Lubbers op dood spoor beland. Bij de Kamerverkiezingen verloor de partij andermaal flink: er resteerden slechts 22 zetels. Toen de raadsverkiezingen van 1990 alweer een verlies opleverden, wankelde de positie van Voorhoeve. Het partijbestuur en een deel van de fractie wilden van hem af. De voorkeur ging uit naar een conservatieve partijleider. Dat werd Frits Bolkestein.
Partijleider
De nieuwe partijleider zag zich geplaatst voor een ondankbare klus. Hij trof een ontredderde partij aan, terwijl de nieuwe rooms-rode coalitie kon rekenen op een comfortabele meerderheid in beide Kamers. Als leider van de grootste oppositiepartij koos hij voor een harde conservatief-liberale koers, met name op sociaal-economisch gebied. In debatten moest hij het echter vaak afleggen tegen Van Mierlo en Lubbers. Geleidelijk groeide Bolkestein evenwel in zijn rol, ook al omdat het laatste kabinet-Lubbers steeds meer aan glans verloor. Binnen het CDA ontwikkelde zich een buitengewoon ongemakkelijk verhouding tussen Lubbers en kroonprins Brinkman.
De verkiezingen van 1994 leidden dan ook tot een historische nederlaag voor het CDA en in mindere mate de PvdA. De VVD won negen zetels en kwam uit op 31 mandaten. De andere grote winnaar, D66, zette volop in op de vorming van een paars kabinet. En dat kwam er ook, vooral omdat Bolkestein op een cruciaal moment het CDA liet vallen. Hij had geleidelijk een sterke afkeer van Lubbers ontwikkeld en daarmee ook van het CDA. Of hier ook inhoudelijke of zelfs ideologische motieven een rol spelen, blijft helaas onbesproken in de biografie. Wel wijst Verkijk terecht op de sympathie van Bolkestein voor PvdA-leider Wim Kok. De saaie Kok met zijn geheel andere achtergrond had zich ontpopt tot een degelijk politicus die au fond werd gedreven door conservatieve (met een kleine c) sentimenten. Daar had Bolkestein meer mee op dan met de andersoortige mede-intellectueel Van Mierlo. In zijn afkeer van Van Mierlo (“een zwetser”) liet Bolkestein zich wel van zijn meest onsympathieke kant zien.
Feit is dat de twee paarse kabinetten, zeker het eerste, zeer succesvol en populair waren. Dat was voor een deel te danken aan de ruimte die de coalitiepartijen elkaar gunden. Vooral Bolkestein maakte daar gebruik van. Hij bleef in de Tweede Kamer en koos daar voor een sterk dualistische opstelling. Dat sloeg aan bij de kiezers; net als de thema’s die hij op de politieke agenda zette en vervolgens electoraal wist te verzilveren. Dat gold met name voor het immigratie- en integratievraagstuk. Bolkestein koos voor een kritische benadering en haalde daarmee extreem-rechts de wind uit de zeilen. Hij bleef daarbij weg van plat populisme. Verkijk maakt dan ook terecht korte metten met het verhaal dat Wilders de tovenaarsleerling van tovenaar Bolkestein zou zijn.
Europa en daarna
Toen de glans van het tweede paarse kabinet af was, nam Bolkestein afscheid van de Haagse politiek. Tot veler verbazing werd de behoorlijk euro-kritische Frits Bolkestein vervolgens Europees commissaris. Verkijk blijft ruim een kwart eeuw later het antwoord schuldig op de vraag wat Bolkestein had aangetrokken in deze functie. Een groot succes werd zijn euro-commissariaat niet. Dat hoeft niet verbazen, omdat het Europese beleidsvormingsproces, meer nog dan het Nederlandse, vooral om wheelen en dealen gaat: een competentie waarin Bolkestein niet uitblonk.
Na zijn terugkeer uit Brussel hield Bolkestein, anders dan Wiegel, gepaste afstand van zijn partij. Hij profileerde zich vooral als een non-conformistische intellectueel op de rechterflank. Een poging om zijn gedachten systematisch uit te werken in een groot boek, De intellectuele verleiding, werd een mislukking Het werk ontbeerde samenhang. Bolkestein was meer een essayist dan een auteur van het grootse meeslepende verhaal.
Zijn laatste jaren stonden in het teken van zijn merkwaardige relatie met de voormalige terroriste Soumaya Sahla. Niet weinigen in zijn omgeving concludeerden dat zijn beoordelingsvermogen niet meer was wat het was geweest. Vanaf 2017/2018 vermoedde zijn familie dat hij, net als zijn vrouw Femke Boersma, dementeerde. Op 17 februari 2025 overleed hij. Ofschoon Frits Bolkestein zichzelf zag “als een echte liberaal soeverein tot aan de dood”, had hij niets willen weten van euthanasie.
Heimwee naar een beter verleden
Uit Verkijks biografie komt het beeld naar voren van een conservatieve non-conformist, van een intellectueel die voor de politiek koos, zonder zich daar echt thuis te voelen. Evenmin beheerste Frits Bolkestein het politieke métier in alle opzichten. Toch moet Bolkestein politieke loopbaan per saldo als succesvol worden gekwalificeerd, juist ook vanwege zijn intellectuele non-conformisme en zijn behoudende standpunten. Veel kiezers zullen hebben gezien of gevoeld dat het hier een uitzonderlijk politicus betrof.
Dat zo zijnde is Bolkesteins bijna mythische status in VVD-kring begrijpelijk. Ook buiten de VVD wordt er door velen (ook door mij) met een zekere weemoed teruggekeken naar het politieke bedrijf van de late 20e eeuw. Het verschil met vandaag de dag behoeft geen nadere toelichting. Voor een Frits Bolkestein is anno 2026 geen plaats meer in onze hijgerige en platgeslagen vaderlandse politiek. Verkijk verdient daarom met zijn monumentale biografie niet alleen uit wetenschappelijk oogpunt waardering. Zijn biografie zou verplichte kost moeten zijn voor hedendaagse politici. Wellicht kunnen zij er nog iets van opsteken.
De ongenaakbare Bolkestein 1933-2025
Dik Verkuil
Uitgeverij Prometheus
ISBN 9789044653588
Verschenen in 2026
[1] https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00466/BB65013B-F75C-4E7D-99E8-75A90C4F3412?searchTerm=van%20rosmalen en https://www.hjmwijers.nl/KEH/Lunbeck-RJ-kwst.htm#kw15.
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 39,99)Bestel als e-book bij bol.com (€ 23,99)










